Lange straffen,of anders vrijspraak

Morgen wordt het strafproces tegen de “Hofstadgroep' hervat, na twee weken pauze. Het is de omvangrijkste terreurzaak in Nederland tot nu toe. Een tussenbalans.

Officier van justitie K. Plooy en zijn collega A. van Dam proberen sinds de aanvang van het “Hofstadproces' op 5 december aan te tonen dat de veertien leden van de “Hofstadgroep' een criminele organisatie vormen met terroristisch oogmerk. Ze zagen, om in de woorden van Plooy te spreken, de “contouren“ van een terroristische organisatie zich langzaamaan aftekenen. Of hun optimisme wel of niet gegrond is, Plooy en Van Dam hebben geen andere keus dan dat uit te stralen. Met dit proces staat voor justitie nogal veel op het spel.

Voor het eerst past justitie artikel 140a van het Wetboek van Strafrecht toe - onderdeel van de nieuwe Wet terroristische misdrijven. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de meeste verdachten zonder de moord op Theo van Gogh, die overigens in dit proces geen rol speelt, nooit zo lang - veertien maanden - in voorarrest hadden gezeten. Sommigen betwijfelen zelfs of er überhaupt wel een proces was gekomen. Enkele, overigens niet de geringste, verdachten waren in 2003 al eens opgepakt en weer heengezonden wegens gebrek aan bewijs. Als de rechtbank op 24 februari voornamelijk vrijspraak uitspreekt, heeft justitie heel wat uit te leggen: is het proces voortgekomen uit de inhoud van de dossiers of vormde de publieke verontwaardiging na de moord op de filmmaker de grondslag voor dit proces?

De aanklachten van justitie zijn niet licht. Hoewel die per geval verschillen, staan alle verdachten terecht voor deelname aan een criminele organisatie die het plegen van terroristische misdrijven tot doel heeft. Drie verdachten worden ook aanvullend verdacht van wapenbezit en ronselen voor de gewapende strijd.

Wat het openbaar ministerie (OM) betreft vormen vooral de “huiskamerbijeenkomsten' van Mohammed B. de fundamenten van de groep. De leden stookten er elkaar op, keken gezamenlijk naar “jihadistisch' beeldmateriaal en ze hielden lezingen over de politieke islam. Verdachten verklaarden dat justitie het belang van die bijeenkomsten overdrijft.

Uit hun verklaringen blijkt dat ze zelden tegelijk aanwezig waren in de woning. Hier werd voornamelijk over het geloof gepraat, omdat dat nou eenmaal hun gedeelde interesse is. Wat betreft het gezamenlijk kijken naar gewelddadige films, zei een verdachte: “Ook Nederlanders kijken naar onthoofdingsfilms.“

Advocaten benadrukken dat de verdachten in groepsverband niets strafbaars hebben gedaan. Ze pleegden geen aanslagen, ze beraamden ze niet eens. Wat overblijft is hun religieuze interpretatie. Die mag misschien wel verwerpelijk zijn, maar dat maakt van hen nog geen terroristen, zeggen de raadsmannen en -vrouwen. Gedachten zijn in Nederland niet verboden, zolang vanuit de gedachten geen voorbereidingshandelingen zijn genomen. De verdediging vindt dan ook dat in dit proces een bepaalde (radicale) vorm van de islam van de verdachten terechtstaat.

Justitie hoopt met de talloze vragen naar de religieuze opvattingen van de verdachten aan te tonen dat het denken van de verdachten onontkoombaar leidt tot de noodzaak om misdrijven te plegen. Dan worden de activiteiten rond dit denken wel strafbaar.

Uit de vrijlating van verdachte Rachid B. valt op te maken dat de rechtbank wat dat betreft op één lijn zit met de twee officieren van justitie. Mohammed B. had zijn nalatenschap, waaronder zijn testament en gewelddadige brief aan het Nederlandse volk, bij zijn jeugdvriend achtergelaten. Tijdens de zitting beantwoordde Rachid B. als een van de weinige verdachten alle vragen van de rechtbank én het OM. Cruciaal voor zijn vrijlating was dat hij openlijk afstand nam van de radicale opvattingen van zijn vriend.

Justitie leunt zwaar op de verklaringen van vier moslima's. Hun verklaringen zouden het bestaan van een hiërarchisch geleide terroristische groep hebben blootgelegd. De vrouwen kwamen later terug van hun verklaringen. Malika, een 17-jarige ex-vrouw van hoofdverdachte Noureddine El F., die op last van de rechtbank twee weken werd gegijzeld omdat ze haar - voor de verdachten belastende - bij de recherche afgelegde verklaring weigerde te herhalen in de rechtszaal. Volgens justitie omdat ze bedreigd werd. Hoewel Malika bleef zwijgen, zal de rechtbank haar verklaring accepteren. Malika zweeg weliswaar, maar ontkende niets en sprak haar eerdere verklaringen niet tegen. En zwijgen is geen ontkennen

De getuigenissen van het echtpaar Lahbib en Hanan, verdachten in een nieuwe zaak rondom Samir A., zijn hooguit belastend voor enkele verdachten. Het stel verklaarde hand- en spandiensten aan El F. te hebben verleend. Zo schoten ze samen in het Amsterdamse Bos op bomen, huurden ze een woning voor El F. in Brussel en ze reden El F. meerdere malen naar en van Brussel. Noureddine El F. en Samir A. speelden ook met wapens in hun woning. Ze verklaarden dat ze zich uit angst hebben laten gebruiken. Volgens Hanan zou Noureddine in de woning in Brussel een vuurwapen op haar hebben gericht.

Het opvallendste optreden in de rechtszaal was tot nu toe de getuigenis van Samir A. Hij werd door de verdediging opgeroepen om de rol van ene Saleh B., volgens de verdachten een AIVD-informant, aan de kaak te stellen. De rechtbank toonde daar geen belangstelling voor. De rechters wilden informatie over de groep, en Samir liet zich verleiden tot uitlatingen over de huiskamerbijeenkomsten. Hij zei dat alle verdachten een gezamenlijke ideologie koesteren. Die komt hierop neer: “We haten jullie.“ Fragmenten uit zijn getuigenis zullen zeker terugkeren in het requisitoir van de officieren van justitie. Maar in hoeverre Samir A. schade heeft berokkend voor de verdediging moet nog blijken. Uit zijn verklaring kon niet opgemaakt worden dat de groep bezig was met een aanslag.

De ruggengraat van het proces is en blijft de informatie van de AIVD. De meeste verdachten werden al in 2003 opgepakt en wegens gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Feiten die destijds niet voldoende waren om ze langer vast te houden, worden nu wederom tegen de verdachten gebruikt. Veel van het “nieuwe' AIVD-materiaal reikt niet verder dan na de moord op Van Gogh. Op geluidsopnames is te horen hoe verdachten juichend reageren op die moord. Maar tapverslagen van gesprekken in de twee maanden voorafgaand aan de terroristische daad van Mohammed B. ontbreken.

De AIVD behing de woning van Jason W. met afluisterapparatuur. Het is dan ook aannemelijk dat de dienst op de hoogte moet zijn geweest van de aanwezigheid van vier handgranaten in de woning. Een ervan werd tijdens de belegering van de woning in het Haagse Laakkwartier gegooid naar leden van een arrestatieteam. Agenten raakten zwaargewond.

Tijdens de rechtszaak werd ook duidelijk dat de kwaliteit van die geluidsopnames erg slecht is. De verdediging vermoedt dat er zelfs mee geknoeid is. Op de opnames zijn te pas en te onpas lange piepen te horen. Volgens de verdachten dienen die piepen ter bescherming van “AIVD-informant' Saleh B., die geregeld in de woning aanwezig was maar niet één keer te horen is.

Deskundigen zullen op 12 januari, waarop de rechtbank een speciale zitting heeft gepland, hun oordeel vellen over de geluidsfragmenten én de mysterieuze zoemende piepen. Officier van justitie Plooy heeft zich al ingedekt. Tijdens de zitting zei hij dat de rechtbank ,,behoedzaam'' moet omgaan met de tapverslagen van de dienst. ,,Het is belangrijk bewijs voor ons, maar wij kraaien hier geen victorie mee.'' Hij blijft het AIVD-materiaal wel gebruiken in het proces.

Haast niemand durft te gissen naar de uitslag van het proces. Dat er enkele veroordelingen zullen volgen, staat vast. Jason W. heeft bekend dat hij handgranaten heeft gegooid naar agenten. Ismael A. was daar toen bij. Noureddine El F. werd opgepakt met een schietklaar machinepistool.

Er zullen veel lange straffen worden uitgesproken, óf juist veel vrijspraken, is de verwachting. Als de rechtbank bewezen acht dat het gaat om leden van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk riskeren “gewone' leden, het gros van de verdachten, maximaal acht jaar celstraf, de leiders vijftien jaar. Anders volgen er elf vrijspraken. De nieuwe Wet terroristische misdrijven laat geen ruimte voor een middenweg.

Een beetje terrorist bestaat niet.

    • Ahmet Olgun