Landelijk bestuur voor politiekorpsen

De politie krijgt nog dit jaar een voorlopig nieuw landelijk bestuur dat het beheer overneemt van de 25 regiokorpsen. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) stemt alsnog in met het plan van de korpsbeheerders om zo'n wijziging door te voeren.

De burgemeesters willen het beheer over de politie onderbrengen bij een landelijk bestuur waarin enkele gemandateerde korpsbeheerders zitting hebben. Dat bestuur gaat over zaken als automatisering en de gezamenlijke aanschaf van goederen en materieel. Nu doen de korpsen dat veelal op eigen houtje.

Een woordvoerder van de minister zegt desgevraagd dat Remkes de aanpassing van het politiebestel “toejuicht“ omdat het de samenwerking tussen de regiokorpsen bevordert. Remkes had eerder nog ernstige bezwaren tegen het plan van de burgemeesters, die met de oprichting van “Politie Nederland' de landelijke samenwerking tussen de korpsen willen verbeteren. Gestreefd wordt naar 1 juli als begindatum van het nieuwe bestuur. Afgelopen zaterdag bleek al dat ook de top van het openbaar ministerie na eerdere bezwaren akkoord gaat met de bestelwijziging.

De ommezwaai van Remkes is opmerkelijk, omdat hij samen met zijn collega-minister Donner (Justitie, CDA) een andere wijziging van het politiebestel voorbereidt. De vorming van het “concern' Politie Nederland door de regiokorpsen lijkt haaks te staan op dat voorstel van het kabinet.

De steun van Remkes is daarom tijdelijk, aldus een woordvoerder van Binnenlandse Zaken. ,,Als het aan de minister ligt zal deze wijziging van het bestel van beperkte duur zijn, omdat hij ook zijn eigen plannen met het politiebestel uitvoert.“ Remkes heeft eerder tegenover de korpsbeheerders verklaard dat de kans groot is dat er voor de verkiezingen te weinig tijd resteert om zijn wetsvoorstel door het parlement te loodsen.

Remkes en Donner willen de regionale korpsen onderbrengen in één landelijk korps, waarvan het beheer rechtstreeks valt onder de minister van Binnenlandse Zaken. Het kabinet vindt dat de politie efficiënter kan opereren als zij centraal wordt geleid. Omdat het politiebeheer naar Binnenlandse Zaken verhuist, verdwijnt de functie van korpsbeheerder (meestal de burgemeester van de grootste gemeente in een politieregio). Burgemeesters, korpschefs en de gemeenten zijn daartegen.

De regiokorpsen hebben veel kritiek gekregen omdat zij te weinig samenwerkten. Daardoor zou de opsporing worden bemoeilijkt en onnodig veel geld worden uitgegeven. Om aan die kritiek tegemoet te komen, en om te voorkomen dat het kabinet het politiebeheer helemaal centraliseert, besloten de korpsbeheerders de samenwerking te verbeteren.

Achtergrond: pagina 3

    • Rob Schoof