Kritiek op arrestatie activisten Cambodja

De Cambodjaanse premier Hun Sen “volgt het Birmese model door vreedzame critici van zijn in toenemende mate autoritaire regering in de gevangenis te zetten“. Dit zegt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een verklaring die ze vanmorgen heeft gepubliceerd.

Cambodja arresteerde afgelopen zaterdag twee mensenrechtenactivisten: Kem Sokha, voorzitter van het Cambodian Center for Human Rights (CCHR), en Yeng Virak, directeur van de Community Legal Education Center. Ze zijn aangehouden in verband met het tonen van een spandoek tijdens een bijeenkomst in het kader van Internationale Mensenrechtendag op 10 december. De leuzen op de spandoeken bekritseerden Hun Sen.

“De Cambodjaanse regering moet de vooraanstaande mensenrechtenactivisten, vastgezet op politiek gemotiveerde beschuldigingen van laster, onmiddellijk vrijlaten“, zo stelt Human Rights Watch (HRW). “De arrestatie van de twee, net als de recente rechtszaken tegen oppositieleiders, is een terugkeer naar de dagen waarin Hun Sen een eenpartijstaat leidde.“

Hun Sen, tot 1977 commandant van de Rode Khmer, groeide uit tot sterke man tijdens het communistische regime in de jaren tachtig.

Hun Sen heeft volgens HRW lang geprobeerd Kem Sokha monddood te maken. Sokha wordt beschouwd als een van de meest uitgesproken mensenrechtenactivisten in Cambodja. De premier heeft talloze malen gedreigd hem op te pakken vanwege zijn kritiek op de Cambodjaanse regering. Sokha was van 1993 tot 1998 lid van het parlement waar hij de commissie voor mensenrechten voorzat. Vervolgens was hij tot 2002 senator. Daarna richtte hij de CCHR op en startte hij een populair radioprogramma, Voice of Democracy, dat een platform biedt aan Cambodjanen om publiekelijk kritiek te uiten op de regering.

Een woordvoerder van de Cambodjaanse regering verwerpt de kritiek van HRW. Hij zei dat Cambodja meer vrijheid kent dan andere landen in de regio. Dus “vergelijk ons niet met Birma“, zei hij tegen persbureau AP.