Geestdrift is ook belangrijk

Veel grote bedrijven proberen jong talent al in een vroeg stadium te ontdekken en te begeleiden. Deel 2 van een serie.

Naam: Edward van Geuns (27)

Studie: rechten

Werk: advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek

Woonplaats: Den Haag

Portret van Edward van Geuns van het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek in Den Haag. Voor de Serie High Potentials. Door Jonathan Vos Vos, Jonathan

Edward van Geuns (27) is nou niet wat je noemt het prototype van een high potential. Hij deed zeven jaar over zijn studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam, waar vier jaar voor staat. Hij studeerde niet cum laude af maar haalde gemiddeld een 7,5. En met het aantal nevenactiviteiten viel het ook wel mee. Hij was bestuurslid van een Amsterdamse studentenbond en parttime voorzitter van een debateervereniging. Van Geuns wist ook pas twee jaar voor zijn afstuderen welke richting hij op wilde, namelijk de advocatuur. “Ik richtte me op andere dingen tijdens mijn studententijd. Amsterdam verkennen bijvoorbeeld. Ik was zeker niet bezig met de vraag hoe ik zo snel mogelijk advocaat kon worden.“

Voor zijn huidige werkgever, advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek, maakte het ook niet uit hoe lang hij over zijn studie deed. Talent en liefde voor het vak zijn belangrijker. En enthousiast is Van Geuns zeker. Hij praat liever over het recht dan over zichzelf. “Wekelijks praten we over jurisprudentie. Ik leer van meer ervaren mensen hoe je uitspraken kan interpreteren. Dat maakt dit vak zo leuk, je kan over dezelfde uitspraak verschillende meningen hebben. En die mening mag je later ook herzien.“

Grote bureaus als De Brauw zijn continu bezig om de beste mensen in huis te halen. De concurrentie tussen advocatenkantoren is groot. Dat De Brauw Van Geuns naar voren schoof als jong en veelbelovend, vindt hij “wel lachen“. “Mijn moeder zal het wel leuk vinden, dat ik zo in de krant sta. Maar het is absoluut niet de praktijk van alledag hier, om mensen zo te benoemen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen advocaten onderling. Bonussen bestaan hier niet. Het is voor het eerst dat ik een stempel op me gedrukt krijg.“

Volgens Van Geuns kan zo'n onderscheiding de werksfeer “compleet verzieken“. High potential vindt hij ook een “slecht woord“. “Ik denk daarbij aan heel arrogante mensen die zichzelf erg belangrijk vinden.“

Nadat Van Geuns een sollicitatiebrief had gestuurd, had hij binnen twee weken een baan bij De Brauw. Hij voerde vier gesprekken met verschillende partners. Niet elke pas afgestudeerde rechtenstudent wordt aangenomen bij het kantoor. Van Geuns erkent dat. Jaarlijks solliciteren er bijna 300 mensen, van wie er 40 worden aangenomen. Maar waarom juist hij werd uitgekozen, weet hij niet. “Dat durfde ik niet te vragen.“

Wat zijn zwakke en sterke punten zijn, kreeg hij later wel te horen bij halfjaarlijkse beoordelingen. Zijn manier van schrijven was “te wetenschappelijk“. Het moest directer. Wat zijn werkgever wel waardeerde, was de manier waarop hij een redenering opzette. “Ze waren te spreken over mijn juridische argumentatie. Ik vind het ook leuk om eindeloos te puzzelen op juridische problemen.“

Over zijn toekomstplannen kan Van Geuns nog niet veel zeggen. “Ik had al verwacht zo'n vraag te krijgen, dat ik als zogenaamde high potential doelen moet hebben. Maar eerlijk gezegd weet ik nog niet welke kant ik op wil. Ik heb een partner toegewezen gekregen met wie ik daarover kan praten.“

Voor Van Geuns, die in Eindhoven opgroeide, was het niet meer dan normaal om te gaan studeren. Zijn ouders gingen allebei naar de universiteit. Zijn keuze voor rechten is wel uitzonderlijk, niemand in zijn familie volgde deze studie. Toch koos hij er bewust voor. “Ik heb namelijk de onhebbelijke eigenschap om overal wat op terug te zeggen.“

    • Marleen Luijt