Publieke armoede

Het is moeilijk om het oneens te zijn met de uitspraak van de Amsterdamse burgemeester Cohen dat het “onbegonnen werk' is voor een alleenstaande met twee kinderen om na aftrek van vaste lasten rond te komen van slechts 70 euro per maand. Vandaar dat de hoogte van de bijstand voor zo'n gezin inclusief kinderbijslag tussen de 900 en 1.200 euro per maand bedraagt. Een vetpot is het niet, maar na aftrek van de vaste lasten moeten er honderden euro's overblijven voor kleding, voeding en andere benodigdheden. Ook internationaal gezien is dat een hoog bedrag.

Dat er niettemin Nederlandse gezinnen zijn die maandelijks veel minder overhouden, ligt meestal aan afbetalingsregelingen voor hoge schulden. Er zijn allerlei oorzaken voor die schulden, zoals aankopen op afbetaling met woekerrentes, hoge rekeningen voor de mobiele telefoon, te hoge huren, aanpassingsproblemen aan een lager inkomen, soms gewoon botte pech, maar het is “onbegonnen werk' voor de overheid om dan maar uitkeringen te verhogen. De meeste arme gezinnen kunnen van hun inkomen rondkomen en hebben maandelijks meer dan 70 euro te besteden. Dat relativeert de uitroep van Cohen in zijn nieuwjaarstoespraak.

Dat neemt niet weg dat kinderen er weinig aan kunnen doen als hun ouders de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. Maar dan kan het tekort beter worden aangevuld door goede publieke voorzieningen dan door hogere uitkeringen. Het geld komt dan beter terecht. Sociale uitsluiting door gebrek aan dure merkkleding valt niet te bestrijden. Goederen krijgen juist status omdat niet iedereen ze kan veroorloven. De overheid doet er beter aan goede leraren aan te trekken voor de scholen in de buurt en voor goede huisvesting, betaalbaar en betrouwbaar openbaar vervoer te zorgen. Kinderen die in te krappe huizen wonen, moeten buiten kunnen spelen en in buurthuizen kunnen worden opgevangen.

Cohen waarschuwde tegen radicalisering van mensen die door armoede sociaal zijn buitengesloten. Het verband tussen armoede en radicalisering is onbewezen. Degenen die tot terreur overgaan, zijn vaak juist wat beter af qua scholing en welstand.

In Amsterdam heerst veel armoede onder Turken en Marokkanen van wie de vrouw door haar man van werk wordt uitgesloten. Daar moeten verplichte taallessen, scholing en kinderopvang bij het aanvaarden van een baan soelaas bieden. De gemeente Amsterdam heeft succes met het aan het werk helpen van uitkeringsgerechtigden, desnoods in gemeentebanen. Ook het werk van vrouwen moet meer worden gestimuleerd. De overheid moet harder optreden tegen discriminatie van minderheden. Iemand met een buitenlandse naam moet net zoveel kans hebben op een sollicitatiegesprek als een autochtoon.

Nu lopen de voorzieningen achter bij de vraag. De armoede is publiek en niet privaat. Tegen sociale uitsluiting kan de overheid nu veel meer doen dan tegen materieel gebrek.