Overbodig beleid in het museum

De overheid wil af van overbodig beleid. Een speciale commissie verzamelt voorbeelden die in een museum terechtkomen. Twintig daarvan zullen door kunstenaars worden verbeeld. Veel burgers reageren enthousiast.

Vaals, 10/06/03. Drielandenpunt. Serie Achterpagina. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Het nieuwste wapen van de overheid in de strijd tegen overbodige en belastende regelgeving is een museum. Burgers kunnen nog tot eind deze maand regels voordragen voor het Museum voor Overbodig Beleid. Wegens succes is de inzendingstermijn met een maand verlengd. De “topstukken' zullen vanaf april tentoongesteld worden in het museum.

“We krijgen zo veel leuke dingen binnen“, vertelt Minke van de Zande. Van de Zande werkt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en organiseert de oprichting van het museum. Via de website van het departement worden mensen opgeroepen voorbeelden van overbodige regelgeving te melden.

De meeste meldingen komen per e-mail binnen, sommige per telefoon. “Na een melding vraag ik voor wie het beleid overbodig is en voor wie het wel nuttig is, zo probeer ik wat achtergrond te krijgen bij de regel.“ De meeste meldingen waren echt, sommige bleken verzonnen. Tot nu toe kreeg Van de Zande zo'n honderdvijftig stukken voor het museum aangeboden.

Het initiatief voor het Museum voor Overbodig Beleid staat niet op zichzelf. Het verminderen van de regeldruk is een van de belangrijkste doelstellingen van het tweede kabinet Balkenende. Alleen al voor het bedrijfsleven moet aan het einde van de kabinetsperiode een kwart van de administratieve lasten, ter waarde van 4,1 miljard euro, zijn geschrapt.

Alle ministeries zijn op eigen wijze bezig met het terugdringen van het aantal regels. Zo gaat het ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) het vergunningenstelsel vereenvoudigen, heeft het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een eigen commissie administratieve lasten en wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn regelingen versimpelen.

Na sluiting van de inzendingstermijn zal een team van conservatoren de stukken beoordelen om twintig voorbeelden van overbodig beleid te selecteren. De conservatoren zijn geselecteerd uit de publieke sector, het bedrijfsleven en de kunstwereld. Zo zullen Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere en oud-minister van Verkeer, Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum, en Alexander Ribbink, van het succesvolle bedrijf TomTom, als conservator optreden.

De twintig geselecteerde voorbeelden van overbodig beleid zullen door kunstenaars verbeeld worden in een kunstwerk. De kunstwerken zullen vergezeld van een toelichting op de verbeelde regel tentoongesteld worden. Het Museum voor Overbodig Beleid zal dit voorjaar in Dordrecht zijn deuren openen, maar de precieze locatie is nog niet bekend. Van de Zande: “We willen niet veel geld gaan spenderen aan overbodig beleid, dus de kunstenaars stellen hun werk gratis ter beschikking. We zijn nog bezig met het vinden van een goedkope ruimte voor het museum.“ Naast het “echte' museum zal er ook een virtueel Museum voor Overbodig Beleid op het internet komen. Daar kunnen bezoekers dan doorgaan met het melden van overbodig beleid.

Van de Zande hoopt dat de regels die in het Museum voor Overbodig Beleid komen, worden afgeschaft of dat er een beter alternatief voor komt. Ze vindt dat Nederland te maken heeft met uitzonderlijk hoge regeldruk. “We willen de discussie over overbodige regels loswrikken. De overheidsbemoeienis reikt soms wel heel ver. Burgers zijn in staat heel veel zelf te regelen“, zegt Van de Zande.

Veel regels komen tot stand als gevraagd wordt om een poltieke reactie na een ramp. Zo kwamen er strenge voorschriften voor vuurwerkverkopers na de vuurwerkramp in Enschede. Horeca-ondernemers kregen na de brand in café De Hemel in Volendam, deze week vijf jaar geleden, te maken met strenge regels voor kerstversiering. Volgens Van de Zande is dit echter niet altijd nodig. “Na een ramp als die in Volendam kunnen horeca-ondernemers ook zelf wel bedenken dat ze beter geen echte dennentakken kunnen gebruiken, maar liever een nepvariant die minder brandbaar is.“ Van de Zande concludeert: “Misschien moet je voor sommige dingen geen regels maken en ze overlaten aan burgers.“

Overbodig beleid kan gemeld worden op de website www.inaxis.nl

    • Inger Kuin