Niet alleen Blair heeft moeite met koers van Tories

De Britse Conservatieven hebben een nieuwe partijleider waar ze nog erg aan moeten wennen. De erfenis van Thatcher is niet meer heilig.

Sinds de komst van David Cameron als nieuwe leider van de Conservatieven, nog geen maand geleden, laat de partij een heel ander geluid horen dan de Britten van haar gewend waren. Dat zorgt alom voor verwarring, zowel in eigen kring als bij de Labour-regering van premier Tony Blair.

Vooral Conservatieven van de oude stempel duizelt het zo nu en dan. Maar bij veel andere Britten slaat de nieuwe koers, getuige opiniepeilingen, juist aan. Voor het eerst in jaren liggen de Tories daarin weer licht voor op Labour.

Een kleine greep uit Camerons agenda. Het is de plicht van Britse Conservatieven zich te weer te stellen tegen grote ondernemingen, als het belang van de gemeenschap dat vereist. Een andere Tory-plicht, zo zei hij op nieuwjaarsdag, is de armoede in de wereld te bestrijden. Met het oog daarop trok Cameron (39) prompt de Ierse rockster Bob Geldof als adviseur aan, de architect van de Make Poverty History-campagne en tevens een goede vriend van premier Tony Blair.

Subsidies van de staat voor operaties van rijke mensen in particuliere ziekenhuizen, zoals de Tories tot nu toe bepleitten? Weg ermee, zei Cameron. “We geloven in de waarden en beginselen van onze nationale gezondheidszorg. We willen die voor iedereen verbeteren en niet alleen enkelingen in de gelegenheid stellen om daaraan te ontsnappen.“

Voor wie het nog niet duidelijk was, zei Cameron het er nog maar even bij: hij voelt zich niet langer gebonden aan de erfenis van Margaret Thatcher met haar onwankelbare geloof in de onfeilbare werking van de markt. In plaats daarvan haalde Cameron, naar eigen zeggen aanhanger van een modern conservatisme met compassie, in zijn oudejaarsboodschap liever de Indiase leider Mahatma Gandhi aan: “Wij moeten zelf de verandering in de wereld zijn, die we willen zien.“ Gandhi met zijn nadruk op geweldloos verzet en soberheid stond tot dusverre niet bekend als de huisfilosoof van de Conservatieven.

Menige Conservatief heeft het moeilijk met deze benadering. “Sir, na lezing van de voorstellen voor het Conservatieve beleid van de heer Cameron, geloof ik dat we net zo goed op Labour kunnen stemmen“, constateert een lezer van de Daily Telegraph vandaag in de brievenrubriek van het dagblad dat door veel Conservatieven wordt gelezen.

Cameron mikt met zijn nieuwe beleid echter nadrukkelijk niet op de lange tijd zo machtige rechtervleugel in de partij maar op het midden van de Britse samenleving. Daar vallen vanouds de meeste stemmen te halen. In dat opzicht doet hij hetzelfde wat Tony Blair een decennium geleden deed. Na jaren van voor Britse begrippen radicaal links beleid, die voor diepe verdeeldheid in de eigen gelederen en de ene electorale nederlaag na de andere zorgden, schoof Blair flink naar het midden op. In 1997 plukte de partij daarvan de vruchten met een daverende verkiezingsoverwinning.

Labour is sindsdien zonder moeite aan het bewind gebleven, mede omdat de Tories verzandden in eindeloze interne ruzies over onder meer de Europese samenwerking. Het harde beleid dat ze bijvoorbeeld bij de verkiezingscampagne van afgelopen voorjaar bepleitten inzake immigratie sloeg bij de Britten niet aan. Ook op dat punt heeft Cameron, wiens onmiskenbare charisma eveneens aan Blair doet denken, inmiddels een gematigder koers gekozen.

Voor veel Conservatieven mag het wennen zijn, ook de Labour-partij weet zich niet goed raad met de nieuwe gedaante van de oppositie. Premier Blair presenteerde gisteren maar eens een nieuw videofilmpje op zijn website, waarin hij aangaf hoe zwaar het is om premier te zijn. “De rol van oppositieleider bereidt je niet echt voldoende voor op de moeilijke baan van premier“, zegt hij daarin terloops.