Moskou toont macht in economie van morgen

De onderbreking van de gasleveranties door Rusland maakt het pijnlijk duidelijk: waar het energie betreft, staat in het Europa van morgen alsnog een Rus aan de leiding.

In 1998 stonden Moskovieten nog in de rij voor de lege geldautomaten van het failliete Rusland. Acht jaar later is het land op weg naar een schuldenvrije status, heeft het een begrotingsoverschot en deviezenreserves van 168 miljard dollar. En de teller loopt. De prijs van energie is vorig jaar gestegen naar het hoogste niveau sinds de tweede oliecrisis van begin jaren tachtig.

De olieprijs is leidend voor het prijsniveau van andere vormen van energie, waaronder gas. Olie en macht waren tijdens vorige crises synoniem. Die relatie is terug, en meer dan dat. De prijsstijging van olie in 2005 was, anders vroeger, niet het gevolg van dreigementen of maatregelen van producenten, zoals de organisatie van olieproducerende landen OPEC. Het zijn ditmaal vooral de consumenten geweest die prijzen hebben opgedreven. Grote, snelle groeiers als China en India hebben de balans tussen vraag en aanbod van energie structureel veranderd. De prijzen hebben zich navenant opwaarts aangepast.

Het resultaat is hetzelfde. Meer afhankelijkheid bij de importeurs van energie. En dus meer macht bij de exporteurs.

Het zijn vooral de nieuwe energiemachten die zich roeren. De Venezolaanse president Hugo Chávez exporteert zijn volksrevolutie met goedkope olie of met oliedollars naar bevriende regimes. Chávez kan misschien nog worden beschouwd als een zwerende splinter in de zij van de Verenigde Staten, maar de grootste schok is de kennelijke bereidheid van Rusland om energieleveranties een instrument te maken van de buitenlandse politiek. Gisteren verlaagde het Russische gasbedrijf Gazprom, voor ruim de helft in handen van de staat, de gasstroom door de pijpleiding die via buurland Oekraïne naar West-Europa loopt. Inzet is een ruzie tussen Rusland en Oekraïne, waarbij Moskou vindt dat het buurland de marktprijs moet gaan betalen voor Russisch gas, die bijna vier maal hoger ligt dan de prijs die Oekraïne tot dusverre betaalde.

De maatregel kan moeilijk los worden gezien van de vreedzame revolutie in Oekraïne van eind 2004, die het land op een koers bracht weg van Rusland, en richting de Europese Unie. Oekraïnes Moskou-vriendelijke buurland Wit-Rusland betaalt bijvoorbeeld nog steeds de oude, vriendelijke prijs. West-Europa, de eindafnemer van het gas dat door Oekraïne stroomt, merkt nu voor het eerst in de praktijk hoe afhankelijk het is van Russisch gas.

De schok is des te groter omdat de Russische president Poetin breekt met een zeer lange traditie: want hoe groot de vijandschap met het Westen vroeger ook mocht zijn, zelfs tijdens de strengste vorst van de Koude Oorlog, Moskou kwam altijd zijn commerciële verplichtingen na. De Sovjet-Unie was goed van betalen, in natura of in geld, en hield zich altijd aan zijn afspraken. Zelfs na het uiteenvallen van het sovjetrijk nam de uiteindelijke rechtsopvolger Rusland de oude schulden over.

Het is juist deze traditie geweest die West-Europa het gevoel heeft gegeven dat de groeiende afhankelijkheid van Russische energie weliswaar onwenselijk was, maar niet al te gevaarlijk. Hoewel Gazprom vanmorgen de leveranties hervatte, heeft dat vertrouwen nu een deuk gekregen. In de wereld van morgen, waar energie nog schaarser is dan nu, zullen importerende landen zich moeten verzekeren van een gestage aanvoer.

Rusland is niet alleen de grootste gasproducent, het is na Saoedi-Arabië ook de grootse oliestaat, de belangrijkste exporteur van ijzererts, mangaanerts, van chroom, kaliumzout, nikkel. Én de op een na grootste producent van goud, lood en fosfaat. Noem een grondstof, en Rusland, met zijn formidabele achterland, speelt al een wereldrol.

Afhankelijkheid geeft risico's

Aangezien toekomstige schaarste niet beperkt zal blijven tot olie of gas, valt de toekomstige invloed van Moskou op de internationale economie niet te onderschatten.

Het accepteren van wederzijdse afhankelijkheid is de eerste voorwaarde voor een optimaal functionerende wereldeconomie, waar goederen en kapitaal vrij moeten kunnen stromen en een al te grote hang naar zelfvoorzienendheid averechts werkt op het scheppen van mondiale welvaart.

Maar zal Moskou zich, gezien het incident van gisteren, aan die ongeschreven regel houden? Dit jaar is Rusland voor het eerst voorzitter van de G8, de groep van zeven grootste industrielanden waarin het land in de jaren negentig werd opgenomen. Dat voorzitterschap is een belangrijke stap in de emancipatie van Rusland op het wereldtoneel, na het uiteenvallen van de Sovjetunie. De Russische president Poetin heeft ook bewerkstelligd dar Rusland vaker bij OPEC zal aanzitten, en zelfs een jaarvergadering van de olie-exporteurs organiseert.

Dat is in beginsel goed nieuws: een belangrijke nieuwe speler in de wereldeconomie zal ook deel moeten uitmaken van het politieke overleg dat bij die status hoort. De verwachting is dat meebeslissen ook het gevoel overbrengt medeverantwoordelijk te zijn. Ook de andere grote nieuwe speler, China, wordt daar herhaaldelijk op aangesproken, niet in de plaats door de Verenigde Staten die wensen dat bijvoorbeeld de Chinese valutapoltiek een dergelijke internationale verantwoordelijkheid weerspiegelt, in plaats van enkel het nauwe Chinese belang. Snel zal dat niet gaan: de vorige opkomende economische macht, Japan, wordt nog vaak verweten te weinig verantwoordelijk te nemen.

De vraag wordt nu in hoeverre dergelijke regels ook gelden voor energie. Wie de aanhangers van 'Peak Oil' wil geloven, moet er rekening mee houden dat de olieproductie wereldwijd over enkele jaren al zijn hoogtepunt bereikt, en daarna structureel daalt naarmate de de voorraden uitgeput raken. De voorbereidingen zijn al in volle gang. De grote verbruikers in de wereldeconomie proberen in een onderlinge race belangrijke aanvoerlijnen veilig te stellen of aanspraak te maken op gebieden waar voorraden worden vermoed.

West-Europa is geen uitzondering, en de concentratie op de aanvoer van Russisch gas is tekenend. De onderzeese pijplijn van Rusland naar Duitsland, die in 2010 klaar moet zijn, moet straks voorkomen dan tussenliggende staten als Oekraine dwars gaan liggen.

De Europese strategie gaat er intussen wel van uit dat de Russische leverancier zich aan zijn afspraken houdt. Dat in de krappe wereldwijde energiehuishouding van morgen een afspraak niet per definitie een afspraak is, heeft het Rusland van Poetin nu pijnlijk duidelijk gemaakt.

    • Maarten Schinkel