Keukengerei, maar dan wel 300 jaar oud

Volgens een Russische arts zijn de archeologische vondsten gekocht op vlooienmarkten. Maar volgens archeoloog Grant Gilmore zijn ze illegaal geborgen op en rond het Nederlandse eiland St. Eustatius.

Archeoloog Grant Gilmore tijdens een opgraving

“Op één van de kisten in de scheepscontainer stond kitchen utensils“, zegt Grant Gilmore, directeur van St. Eustatius Center of Archaeological Research (SECAR) aan het begin van zijn spannende verhaal over een verijdelde smokkel. Gilmore was net terug van Thanksgiving in de Verenigde Staten, toen hij op 29 november na een tip samen met de politie een scheepscontainer ging controleren. De eigenaar van die container was daarbij ook aanwezig. “Een Russische arts - niet erg geliefd bij de studenten van de Medical School op St. Eustatius“, weet Gilmore. Als een echte eilandbewoner is hij op de hoogte van de laatste roddels. De kist met opschrift bleek na opening inderdaad keukenspullen te bevatten, maar dan gerei van meer dan drie eeuwen oud. “De voorwerpen waren gewikkeld in keukendoeken.“

Gilmore telde in totaal 479 voorwerpen, die volgens hem afkomstig zijn uit de bodem van St. Eustatius en de omringende zee. “Getuigen hebben de Rus met een metaaldetector rond zien lopen. Anderen zeggen dat een handlanger al eerder is vertrokken met drie kanonnen op de voorbank van zijn auto.“

De Russische arts ontkende dat hij de spullen illegaal had verkregen. “Hij vertelde dat ze afkomstig waren van antiekhandelaren en vlooienmarkten in Amerika, Letland, Litouwen en Estland. Vrienden en bekenden hebben dat per e-mail bevestigd.“ Maar Gilmore twijfelt niet. “Hij had ook 19 intacte wijnflessen. Toen ik die omdraaide kwam er zwart zand uit - het bewijs dat ze kort geleden van de zeebodem zijn gehaald.“

Richard Grant Gilmore III is sinds oktober 2004 eilandarcheoloog op St. Eustatius. Hij heeft als Amerikaan een speciale band met het eiland - Nederlanders en Fransen leverden via St. Eustatius wapens aan de opstandige Amerikaanse koloniën. Verder was het eiland in 1776 de eerste die de Verenigde Staten officieel erkende door met kanonschoten het saluut van het Amerikaanse oorlogsschip USS Andrew Doria te beantwoorden.

Gilmore heeft als student al opgravingen gedaan op het Antilliaanse eiland. Die opgravingen werden uitgevoerd door Amerikaanse universiteiten, die in tegenstelling tot de Nederlandse een traditie van historische archeologie kennen. Gilmore: “Nederlandse archeologen van de Universiteit Leiden voerden hier wel prehistorisch onderzoek uit.“

Gilmore was net gepromoveerd, toen hij een telefoontje van de Island Government kreeg of hij eilandarcheoloog wilde worden. “Bij mijn taken hoort ook lesgeven.“ Gilmores Britse vrouw, gespecialiseerd in paleopathologie, is sinds kort zijn assistent. “Ze heeft op St. Eustatius een leprozenbegraafplaats opgegraven - de eerste buiten Europa.“ Een andere bijzondere vondst: een mikve, een joods ritueel bad.

Gilmore, kort in Nederland, wil met archeologen hier gaan samenwerken. Zijn bezoek diende ook om bij het ministerie van OCW advies in te winnen over bescherming van het archeologisch erfgoed. “Het eiland is al sinds 1989 bezig met een eigen monumentenverordening. De laatste versie dateert van 2004, maar de gouverneur heeft nog steeds niet getekend.“

Gilmore weet niet goed op welke gronden de Russische arts nu aangeklaagd kan worden. “De National Maritime Park Ordinance verbiedt iets van de zeebodem mee te nemen.“ Bij OCW hebben ze Gilmore verteld dat waarschijnlijk ook het Nederlands burgerlijk wetboek, dat opgraven en het gebruik van een metaaldetector verbiedt, geldt.

Officier van justitie op St. Eustatius, J. van der Herde, zegt desgevraagd dat het voor hem ook allemaal nieuw is. “Het is de eerste keer dat iemand zijn verantwoording neemt en een tip geeft. Het archeologisch museum van Curaçao heeft me juridisch advies gegeven.“ Van der Herde verwacht dat de zaak over een maand is afgerond. “Waarschijnlijk krijgt de Rus een boete.“

    • Theo Toebosch