Het wachten is op Sothis, de nieuwjaarsster

De oude Egyptenaren sliepen buiten onder een flonkerende sterrenhemel. Ze kenden de stand van de sterren, waarop hun kalender stoelde. Een vast ritueel was de terugkeer van de Nieuwjaarsster Sirius of Sothis.

Op 19 juli verscheen deze ster, de helderste van allemaal, kort voor zonsopkomst weer aan de horizon, na een afwezigheid van 70 dagen. Juist dan begon het Nijlwater te stijgen en maakten de boeren zich op voor het nieuwe zaaiseizoen.

Pragt: “Zelf noemden de Egyptenaren hun Nieuwjaarsster Sopdet, de “scherpe' of de “briljante'. De Grieken hebben dat later tot Sothis verbasterd. Het Sothis-jaar telde 365 dagen, een schrikkeldag ontbrak. Nieuwjaarsdag viel dan ook steeds iets vroeger en op den duur liep deze kalendertelling flink uit de pas met het zaaiseizoen. Daarom waren er twee kalenders naast elkaar. De ene telde gewoon door, de andere volgde astronomische verschijnselen zoals de terugkeer van Sothis.“

Waren de Egyptenaren goed in sterrenkunde?

“Buitengewoon goed! Zelfs Egyptologen onderschatten dat nogal eens. Kijk alleen al hoe de piramides exact noord-zuid georiënteerd staan. Dat werd op ingenieuze wijze berekend, hoewel de Poolster in die tijd niet precies in het noorden stond. Astronomie was, net als geneeskunde, het domein van de priesters. De sterren maakten deel uit van de godenwereld. Sothis of Sopdet was een van de verschijningsvormen van de godin Isis, echtgenote van Osiris, de koning van het Dodenrijk, die zich manifesteerde in het sterrenbeeld Orion.

Zij staan aan de sterrenhemel dicht bij elkaar. Beide ontbreken elk jaar 70 dagen aan de Egyptische sterrenhemel - dan staan ze te laag om boven de horizon uit te komen. De Egyptenaren geloofden dat Isis en Osiris dan tijdelijk “dood' waren, althans ergens verzorgd werden, net zoals hun eigen doden 70 dagen werden gebalsemd en verzorgd. De wedergeboorte van Isis en Osiris aan het firmament luidde het nieuwe jaar in. Daarna ontsproot het nieuwe leven.“

Hoe werd dat gevierd?

“Het kalenderjaar had twaalf maanden van 30 dagen, gevolgd door vijf extra dagen, waarin zich allerlei oudejaarsrituelen afspeelden om de duistere god Seth, oorlogsgod en onweersgod en tegenstrever van Osiris onschadelijk te maken en daarmee de wedergeboorte van Osiris veilig te stellen. De vijfde dag was het feest van de god Horus, zoon van Isis en Osiris. Op 19 juli volgde dan een groot ritueel nieuwjaarsfeest, wepet-renpet, “het openen van het jaar'. Dan schonk men elkaar ronde flesjes van geglazuurd aardewerk in de vorm van een lins als symbool voor de voedzame, gezonde gewassen die nu weer zouden kiemen. In zo'n nieuwjaarskruikje zat heerlijke geparfumeerde olie of heel vers water. Er stonden nieuwjaarsspreuken op in hiërogliefen, vergelijkbaar met onze nieuwjaarskaarten.“

“Sinds de jaren zestig krijgt de sterrenkunde van de oude Egyptenaren steeds meer aandacht, maar er zijn nog veel raadsels. Vaak weten we niet eens welk sterrenbeeld in zo'n Papyrusrol wordt bedoeld, want de priesters schrijven daarover met opzet in een soort geheimtaal. In Hilversum draait nu een werkgroep van astronomen en Egyptologen. Samen buigen we ons over computermodellen met kansberekeningen om uit te vinden welk sterrenbeeld op een bepaald moment bedoeld zou kunnen zijn.“

E-mail: dezeweekspreekt@nrc.nl