Europa nu gijzelaar van Poetin

Het is kenmerkend dat Rusland de gasleveranties naar Oekraïne heeft stopgezet op 1 januari. Juist op die dag begon het Russisch voorzitterschap bij de G8 waar, volgens president Poetin, “energieveiligheid' het hoofdonderwerp is. Dat Moskou nu die veiligheid wil “garanderen' door de gaskraan dicht te draaien, laat twee dingen zien.

Enerzijds dat een belangrijke economisch probleem door de huidige Russische machthebbers in een oogwenk kan worden veranderd in een politieke kwestie. Anderzijds dat de zittende Russische regeerders het niet nodig achten om wetten van hun eigen land, of internationale overeenkomsten, na te leven.

President Poetin beschouwt de gasleveranties als een politieke aangelegenheid met als belangrijkste graadmeter “nationale veiligheid' - een begrip overigens dat hij zelf invult. De gasprijs wordt dus door politieke factoren bepaald. Dat er nu een conflict is ontstaan, komt doordat omdat Rusland een “marktconforme' prijs verlangde voor zijn gas. Oekraïne zou Gazprom geen 50, maar 230 dollar per duizend kubieke meter gas moeten gaan betalen.

Oekraïne heeft deze Russische eisen verworpen. Kiev denkt een sterke onderhandelingspositie te hebben omdat 80 procent van het Russische gas door Oekraïne naar Europa stroomt. Bovendien vindt het dat de eerder gesloten overeenkomsten nageleefd moeten worden.

Het conflict gaat terug tot 18 augustus 2004, toen de Russische premier Fradkov en de toenmalige Ruslandgezinde premier van Oekraïne, Janoekovitsj, in het bijzijn van Poetin en de voormalige Oekraïense president Koetsjma een overeenkomst tekenden over een strategisch economisch partnerschap. Dat verdrag legde de prijzen voor het Russische gas, alsmede de doorvoer hiervan via het Oekraïense grondgebied, vast voor een periode van vijf jaar.

Poetin liet deze overeenkomst tekenen in de hoop zo de verkiezing van Janoekovitsj tot president zeker te stellen en te voorkomen dat Oekraïne verdere toenadering zou zoeken tot de NAVO en de EU. Maar de presidentsverkiezingen werden door de oppositiekandidaat Joesjtsjenko gewonnen.

Om eerlijk te zijn moet worden vastgesteld dat Oekraïne als eerste het gasprobleem opbracht, toen het in het voorjaar van 2005 voorstelde de voorwaarden en prijs van de doorvoer te herzien. Pas later begon de Russische gasmonopolist Gazprom op verhoging van de prijs aan te dringen. Formeel kan deze verhoging alleen gerealiseerd worden als er een nieuwe overeenkomst wordt ondertekend. Maar Gazprom probeerde Oekraïne voorwaarden op te dringen waarvan het wist dat die onaanvaardbaar waren, waarschijnlijk op aanwijzing van Poetin.

De Europeanen zijn nu de gijzelaars van Poetin geworden. Minder gasvolume in het Oekraïense deel van de pijplijn betekent onvermijdelijk inkrimping van de gasleveranties aan Europa. Volgens het akkoord uit 2004 werd 85 procent van het aan Oekraïne geleverde gas in wezen betaald door doorvoer. Men kan zich indenken dat Oekraïne nu nog maar 20 procent van het voor de Europese Unie bestemde gas zal uitpompen, omdat Kiev meent dat de overeenkomst van 2004 nog steeds geldig is. Ondertussen kan Rusland zonder gasdoorvoer via Oekraïne niet zijn verplichtingen ten aanzien van de Europese landen nakomen. Daarom zal Moskou, in het geval van een harde opstelling van de EU en Oekraïne, uiteindelijk concessies moeten doen.

Verdere politisering van het conflict moet worden voorkomen. Europese leiders zouden voorlopig geen politieke verklaringen over dit probleem moeten doen. Maar Europese bedrijven die partner zijn van Gazprom, kunnen beginnen met economische sancties tegen dit bedrijf.

Deze zaak moet ook zo spoedig mogelijk voor het arbitragerechtshof in Stockholm komen. Alleen een onpartijdig gerechtshof kan Rusland als energiepartner op de beschaafde weg terugbrengen. .

Vladislav Inozemtsev is econoom en wetenschappelijk directeur van het Centrum voor Postindustrieel Onderzoek in Moskou.