Europa is kwetsbaar gebleven

Door het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne voelt Europa de noodzaak voor een meer gespreide energievoorziening. Dat is niet voor het eerst, want ook na de oliecrises in de jaren zeventig was spreiding het motto.

Het gasconflict tussen Rusland en zijn voormalige satellietstaat Oekraïne drukt de Europese afnemers met de neus op een oud feit: de uiterst kwestbare positie van hun energievoorziening.

“Het conflict zal het vraagstuk van de betrouwbaarheid en zekerheid van de energieleveringen hoger op de politieke agenda zetten en het onderstreept opnieuw het grote belang dat Europa heeft bij spreiding van zijn energievoorziening over verschillende bronnen“, aldus Chris Le Fèvre van het adviesbureau Gas Strategies Consulting in Londen.

De Europese kwetsbaarheid is niet nieuw. In de jaren zeventig werd zij genadeloos blootgelegd tijdens oliecrises. Ook toen was spreiding het antwoord. Maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de verbetering van de betrekkingen tussen West-Europa en Rusland verflauwde de aandacht voor het thema “diversificatie': met Rusland was er een energiepotente leverancier bijgekomen met behoefte aan westers kapitaal.

In verschillende reacties klonk gisteren kritiek door op deze “kortzichtigheid“. Binnen afzienbare tijd schuilt het grootste gevaar voor de energievoorziening in Europa “niet in de schaarste aan bronnen, maar in haar concentratie in de handen van enkele, politiek dikwijls hoogst onbetrouwbare staten“, aldus commentator Nikolas Busse vandaag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Europees Commissaris Andris Piebalgs voor Energie heeft in reactie op het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne energie-experts uit de landen van de Europese Unie morgen in Brussel bijeengeroepen. In hun overleg zal de Europese kwetsbaarheid ongetwijfeld weer aan de orde worden gesteld. Verschillende ministers kondigden gisteren al aan dat het gasconflict Europa noopt tot heroverweging van de inzet van steenkool en kernenergie. Zo riep de nieuwe Duitse minister van Economische Zaken, Michael Glos, op om “opnieuw na te denken“ over de rol van kernenergie.

Zijn Italiaanse collega van Industrie, Claudio Scajola, eiste gisteren een “nieuwe strategie in de energiepolitiek“. Tegen dagblad La Repubblica zei hij: “Het verstoppertje-spelen moet eindelijk eens ophouden. Zonder een uitgebreid plan voor terugkeer van kernenergie loopt de Italiaanse energievoorziening spaak.“ Italië en Duitsland zijn niet toevallig twee landen die in belangrijke mate afhankelijk zijn geworden van Russisch gas, nadat zij in de jaren negentig besloten tot een nationaal moratorium op de uitbreiding van kernenergie.

Helemaal ongelukkig hoeft Europees Commissaris Piebalgs overigens niet te zijn. Want als het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne - wat de regionale economische en politieke achtergronden ook mogen zijn - leidt tot een herbezinning op de Europese kwetsbaarheid in energiezaken, dan past dat in zijn officiële Actieprogramma. Bij ongewijzigd beleid worden de EU-landen in toenemende mate afhankelijk van externe energiebronnen. Rond de eeuwwisseling bedroeg deze importafhankelijkheid ongeveer 50 procent. Tot 2030 dreigt zij op te lopen tot 70 procent.

Er is Piebalgs veel aan gelegen hier wat aan te doen. Veel armslag heeft hij niet. Want de Europese Unie heeft geen speciale bevoegdheid op energieterrein - dat is een zaak van de afzonderlijke lidstaten. Maar de EU streeft wel naar voltooiing van de “gemeenschappelijke markt' en dat impliceert ook een vrije energiemarkt. Vooruitlopend daarop werken de EU-landen, onder Brusselse regie, aan zogenoemde Trans-Europese netwerken, waarin de verschillende nationale stelsels voor de productie en distributie van gas en elektriciteit (beter) op elkaar zijn aangesloten. Daarnaast omvat Piebalgs actieprogramma nauwelijks omstreden doelstellingen over bevordering van duurzame energie en energiebesparing.

Als er één EU-land is dat snakt naar een “Europese aanpak' dan is het Hongarije. Daar is de schrik na de plotselinge afname van de gasimport op nieuwjaarsdag het grootst. Het land is voor 70 procent afhankelijk van Russisch gas dat via Oekraïne wordt aangeleverd. Hongarije is geschrokken, zegt energie-expert Zoltán Farkas van het toonaangevende weekblad HVG. “De gascontracten met Rusland dateren uit de tijd van Breznjev. Decennia ging het goed. Natuurlijk was er bezorgdheid over de enorme afhankelijkheid van Russisch gas. Maar wat er nu is gebeurd heeft iedereen verrast.“

Farkas zegt dat West-Europa er niet op hoeft te rekenen dat de Oost-Europese landen, die tot 1989 binnen de invloedsfeer van de Sovjet-Unie vielen, de EU zullen “verrijken met hun eventuele oude connecties met Moskou“. “Die zijn er niet. In de huidige politiek is niemand meer over van de generatie die destijds beter wist hoe je in Moskou iets voor elkaar krijgt“, aldus Farkas.

De woordvoerder van de delegatie van de Europese Commissie in Boedapest denkt daar anders over. “De eerste reflex in Hongarije was: laten we het bilateraal, in overleg met Rusland, oplossen. En nu bundelen ze hun krachten met de andere Visegrád-landen.“ Dat zijn, behalve Hongarije, ook Polen, Tsjechië en Slowakije.

Het conflict tussen Moskou en Kiev heeft ook weer de aandacht gevestigd op de gaspijpleiding die Duitse bedrijven onder leiding van het Russische staatsgasbedrijf Gazprom in de Oostzee aanleggen. Het Russisch-Duitse project zette kwaad bloed in Polen en de Baltische staten, omdat de pijpleiding deze landen overslaat. Kanselier Angela Merkel heeft onlangs tijdens haar kennismakingsbezoek in Warschau geopperd dat er een aftakking naar Polen moet komen. Tot de aanleg van de pijpleiding werd besloten onder de regering-Schröder. De oud-kanselier oogstte kritiek toen onlangs bleek dat hij president-commissaris wordt van de joint-venture die de pijpleiding aanlegt. Schröder laadde de verdenking op zich dat hij persoonlijk profiteert van besluiten die hij als kanselier heeft genomen.

Met medewerking van Michel Kerres, Joop Meijnen en Tijn Sadée.