Doorzetter terug op oude nest

De carrière van veldrijder Gerben de Knegt (30) kent diepe dalen. Inmiddels kan hij zich meten met de “wereldtop'. ,,Mijn grootste overwinning is dat ik nu nog op de fiets zit.“

Aartrijke-Belgie - wielrennen - cycling - cyclisme - veldrijden - cyclocross - Gerben de Knegt (Belan) - foto Cor Vos ©2005 Vos, Cor

Gerben de Knegt is bezig aan een indrukwekkende comeback in het veldrijden. Na een aantal tegenslagen overtreft hij nu zichzelf door steevast voorin het deelnemersveld te rijden. Hij voelt zich sterk en geniet van zijn prestaties, net als hij treurde toen hij een mindere periode had. De Knegt is een gevoelsmens, iemand die zich meer dan andere renners verantwoordelijk voelt voor zijn daden.

Een goed moment om zijn verantwoordelijkheidsgevoel te illustreren is de zomer van 2004. Na een teleurstellend seizoen verbrak hij in goed overleg zijn verbintenis met Rabobank. Na een heupbreuk lag zijn seizoen aan diggelen en voelde hij zich schuldig tegenover zijn werkgever. “Ik presteerde ondermaats en verdiende goed geld bij Rabobank. Daar voelde ik me toen niet goed bij.“

Maar om het veldrijden vaarwel te zeggen? Nee, daar was de wielersport hem te lief voor. Hij werd in 2002 Nederlands kampioen veldrijden en was ook bij het mountainbiken verscheidene keren de sterkste. Na zijn vervroegde vertrek bij Rabobank ging hij verder met enkele privé-sponsors.

De Knegt kijkt op 2005 terug als een “bewogen“ jaar. “Ik heb wel aardig wat meegemaakt. Afgelopen zomer is mijn relatie na twaalf jaar verbroken en heb ik veel fysieke tegenslag gehad.“

Het medisch dossier van De Knegt is omvangrijk, hoewel voor een wielrenner niet uitzonderlijk; dijbeenbreuk, sleutelbeenbreuk, chronische rugklachten en afgelopen jaar dus een heupbreuk.

Inmiddels presteert De Knegt beter dan in zijn beste dagen. Hij won dit seizoen al in het Belgische Marle, de Superprestige (een wedstrijd die meetelt voor het wereldbekerklassement) in Diegem en de Sylvester Cross in het Belgische Veldegem. “Ik wist nog wel dat ik goed kon fietsen, maar dat ik dit niveau nog kon halen? Nee, dat had ik echt niet verwacht.“

De Knegt droomt nu stiekem van een triomftocht bij het wereldkampioenschap veldrijden dat 29 januari in Zeddam wordt gehouden, op het circuit waar hij in 2002 Nederlands kampioen werd. “Ik heb daar een goed gevoel over. Ik ben in principe geen podiumkandidaat, maar wel een outsider. Het parkoers ligt me goed.“ Met zijn 1 meter 90 moet De Knegt, woonachtig in Goirle, het hebben van zijn macht, en zijn technische rondjes door de modder niet het ideale scenario. Zeddam is in feite gemaakt voor hem.

Net als voorgaande jaren is Raborenner Sven Nys uit België een klasse apart bij het veldrijden. Hij won dit seizoen al zeven van de acht wedstrijden in de Superprestige. Alleen zijn landgenoot Bart Wellens onderbrak zijn hegemonie. Maar de heerschappij van Nys, vorig seizoen nog wereldkampioen, is niet langer vanzelfsprekend. Zondag versloeg de talentvolle Nederlander Lars Boom (20) hem in de sprint à deux, uitgerekend in de woonplaats van Nys, Baal. Gisteren won Nys wel in Sint-Niklaas, voor De Knegt. Boom, eind deze maand in Zeddam een favoriet voor de wereldtitel bij de junioren, ontbrak in Vlaanderen.

De goede prestaties van De Knegt zijn dit seizoen niet onopgemerkt gebleven. Na zijn imponerende comeback kon De Knegt op verschillende invitaties rekenen, waaronder ook een aanbieding van Rabobank. De ploeg haalde een “verloren zoon' terug, zoals het dat eerder ook deed met de wegwielrenners Remmert Wielinga (inmiddels weer vertrokken) en Gerben Löwik. De Knegt heeft met die handelwijze geen moeite. “Ik heb ook nooit rancune gehad richting Rabobank. Als je Nederlander bent en goed kunt fietsen, hoor je bij Rabobank te rijden.“

Sinds zondag rijdt hij - op een nieuwe fiets - weer in dienst van de Nederlandse bankiersploeg. Hij tekende een contract voor twee jaar en drie maanden, en is sindsdien een ploeggenoot van onder meer Nys en Boom.

Door de tegenslagen in zijn carrière is De Knegt er vooral mentaal een stuk op vooruit gegaan. “Mij maken ze niet meer gek. Ik zeg altijd: mijn grootste overwinning is dat ik nu nog op de fiets zit. Zo is het ook.“ Nu rijdt hij weer voor een aardig loon in de rondte. Er waren ook tijden dat zijn startgeld nog maar een kwart was van hetgeen hij in zijn beste jaren incasseerde. Dan fungeerde zijn vader, een hardloopliefhebber, als manusje-van-alles en moest De Knegt vlak voor een huldiging zelf zijn benen schoon wassen.

Nu draagt hij het shirt van Rabobank en hoopt hij gevrijwaard te blijven van fysieke malheur. Het WK in Zeddam staat immers met rode letters in zijn agenda. “Ik heb een redelijk stabiel vormpeil“, zegt De Knegt. Nu nog pieken op 29 januari. Zondag is het NK, in Huijbergen, een goede generale.

    • Jan Cees Butter