`Vooral Japan zal het dit beleggingsjaar goed doen`

Beleggingsjaar 2005 bracht koerswinsten voor Nederlandse én buitenlandse investeerders. De glazen bol geeft nog geen uitslag voor 2006, maar de meeste zakenbanken zijn gematigd positief.

De winnaars van gisteren zijn vaak de verliezers van morgen. Ook op de aandelenbeurs gaat dit adagium op. Welke landen, bedrijven en sectoren zullen het komende jaar scoren? Of doet de slimme belegger er beter aan de aandelenbeurs te mijden in 2006?

Het jaar 2005 was een jaar waarin beleggers - na enige jaren van malaise - weer goede rendementen konden behalen. De Europese beurzen schoten tientallen procenten omhoog, net als de Nikkei-index in Tokio. Beleggers in olie-gerelateerde fondsen hadden een goed jaar dankzij de enorme stijging van de olieprijs. Alle grondstoffen werden in 2005 flink duurder, onder meer door de grote vraag vanuit China.

Het was ook het jaar waarin de Amerikaanse beurs zich vrij vlak manifesteerde, terwijl de economie er bleef groeien. De bedrijfswinsten in de westerse landen schoten omhoog en het economische herstel in Japan en de eurozone diende zich aan.

Dus toch maar weer beleggen in olie en bedrijven uit de oliesector; in grondstoffen en op de Europese en Japanse beurzen? Misschien, maar toch weer niet, zo blijkt uit de prognoses voor 2006.

“Er is weinig ruimte meer voor groei in de grondstoffensector, uitgezonderd olie“, zegt Ewen Cameron Watt, hoofd van de afdeling wereldwijde beleggingsstrategie bij de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch in Londen. “Er is veel optimisme in de markt voor grondstoffen, maar ik verwacht dat de groei in China zal afnemen. Die veronderstelling is voornamelijk gebaseerd op de afnemende vraag in China naar bijvoorbeeld aluminium`, zegt Watt. Volgens hem zal beleggen in grondstoffen het komende jaar daardoor lijken op autorijden met de handrem.

Niet alle economen zijn het met hem eens. Zo stellen de specialisten van Iris, het onderzoeksbureau van Robeco en Rabobank, dat de basismaterialen in trek zullen blijven en ook bij zakenbank Theodoor Gilissen wordt verwacht dat het perspectief voor de grondstoffenmarkt gunstig blijft.

Eensgezinder - en in schril contrast tot hun mening over de markt voor grondstoffen - zijn de `experts` in hun verwachtingen ten opzichte van de ontwikkelingen in Japan. Zelfs JP Morgan, dat weinig goeds verwacht voor 2006, denkt dat Japan het goed zal doen. “Wij geloven dat Japan de enige regio zal zijn waar een positief resultaat kan worden behaald“, zegt de Amerikaanse bank.

De klanten van JP Morgan en vrijwel alle andere banken wordt aangeraden niet in Amerikaanse aandelen te beleggen omdat de koersen op Wall Street opnieuw achter zullen blijven. Alleen JP Morgan stelt dat de kiene belegger zijn geld - buiten Japan - helemaal niet op aandelenbeurzen moet laten zien. “Wij geloven dat wereldwijd aandelen komend jaar minder zullen opbrengen dan contant geld“, schrijft JP Morgan met de uitleg dat de stijgende rente de koersstijgingen zal tegenhouden en spaargeld meer laat renderen.

JP Morgan staat alleen met dit advies. Geen andere bank verwacht dat de bedrijfswinsten in de VS in 2006 zullen stagneren, al zeggen ze ook bij Merrill Lynch en ABN Amro dat de groei eruit is. Desondanks is de Nederlandse bank nog gematigd positief over de aandelenmarkt omdat de economische groei robuust zal blijven en aandelen nog relatief goedkoop zijn.

Waar de meerderheid het eens is over de regio`s - wel in Japan en Europa, niet in de VS - is er verdeeldheid over de vraag in welke sectoren de belegger het beste zijn geld kan stoppen de komende twaalf maanden. Energie wordt algemeen nog gezien als een outperformer omdat de verwachting is dat de olie duur zal blijven.

Verdeeldheid is er bijvoorbeeld over de telecomsector. Waar JP Morgan telecom als een van de weinige sectoren ziet waar rendement kan worden behaald omdat deze sector is achtergebleven, zegt Iris dat telecom gemeden moet worden omdat het een krimpende markt is.

Voor Nederland kan KPN dus twee kanten op. Verder zegt JP Morgan dat verzekeraar Aegon, net als andere financiële dienstverleners, gemeden moet worden. Aegon wordt er door de bank uitgepikt omdat de aandelen duur zijn en omdat Aegon het moeilijk zal krijgen om in de VS, zijn belangrijkste regio, het marktaandeel verder te vergroten.

Bij de economen van Fortis komen financiële en telecomsectoren niet voor in de voorkeurslijst. Zij verwachten dat het beste rendement gehaald kan worden in sectoren als media, bouw en energie.

Voorspellen is de laatste jaren een precaire zaak geworden dankzij de sterk fluctuerende beurskoersen. Dat heeft dit jaar tot gevolg dat weinig banken zich wagen aan een prognose voor de stand van de AEX-index voor eind 2006.

Bij Fortis stelt men voorzichtig dat het rendement in 2006 lager zal zijn dan de 8 procent die de index op de lange termijn haalt. Bij Iris voorziet men dat de index over een jaar op tussen de 460 en 485 punten staat, hoger dan de 440 punten waarop 2005 werd afgesloten en nog altijd een winst van maximaal 10 procent. De beursgraadmeter zal volgens de Rabobank rond de 466 punten uitkomen.

De belegger zal alert moeten zijn, zo stellen de meeste banken, want de trend van sterke fluctuaties zal ook in 2006 doorgaan. Een verliezer in 2005, zoals Getronics, zou volgens onder meer Fortis in 2006 een winnaar kunnen zijn. Dat het adagium over winnaars en verliezers niet altijd op hoeft te gaan blijkt uit de prognose van Iris dat handelshuis Buhrmann, dé grote winnaar in de AEX-index in 2005, opnieuw ziet als een bedrijf dat in 2006 goed zal presteren op de beurs.

    • Heleen de Graaf