Voor Sjostakovitsj is in Nederland nog wel wat in te halen

2006 is voor Sjostakovitsj bijna een dubbel herdenkingsjaar: zijn honderdste geboortedag (25 september) komt pal na zijn dertigste sterfdag, op 9 augustus vorig jaar.

Het Koninklijk Concertgebouworkest komt de eerste helft van dit jaar met `Sjostakovitsj+`, een omvangrijk en gevarieerd festival met muziek van Sjostakovitsj en van voorgangers voor wie de componist bewondering had. Verder zijn er premières van eigentijdse stukken van componisten die zich lieten inspireren door Sjostakovitsj. Het orkest werft daarvoor belangstelling met een `Sjostakovitsj-dossier` - een enveloppe met een boekje, facsimile`s van een brief, een telegram, een schetsblad voor de Zesde symfonie en een overdruk van het beruchte artikel `Chaos in plaats van muziek` uit de Pravda, dat zich in 1936 keerde tegen Sjostakovitsj` opera Lady Macbeth van Mtsensk. In juni begeleidt het Concertgebouworkest o.l.v. chef-dirigent Mariss Jansons dat stuk bij de Nederlandse Opera.

Het Concertgebouworkest, dat nog steeds niet al Sjostakovitsj` symfonieën heeft uitgevoerd, maakt daarmee een opmerkelijk en historisch gebaar. Nederland, het land van Bruckner en Mahler en vooral het Concertgebouworkest, heeft lang een moeilijke relatie gehad met Sjostakovitsj - met vijftien symfonieën toch de belangrijkste en productiefste symfonicus van de 20ste eeuw. Mengelberg voerde hem voor de oorlog niet uit, Eduard van Beinum dirigeerde in 1932 zijn Eerste symfonie. Maar dat was ook de eerste en de laatste keer dat de `moderne` Van Beinum Sjostakovitsj op zijn lessenaar had.

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was Sjostakovitsj populair in de Verenigde Staten, waar hij werd gezien als het aansprekende muzikale boegbeeld van de Sovjet-Unie, een van de geallieerden in de strijd tegen Hitlers Duitsland. Tussen 1946 en 1956 waren er in Amsterdam wel uitvoeringen van Sjostakovitsj` symfonieën nrs 8, 5, 7, 9, 6 en 1. Maar alleen geleid door de gastdirigenten André, Van Otterloo, Kubelik en Klemperer.

De musicoloog en componist Marius Flothuis, van 1955 tot 1974 de artistiek directeur van het Concertgebouworkest, moest niets van Sjostakovitsj hebben. Voor de in 2001 overleden Flothuis, een rechtzinnige sociaal-democraat, was Sjostakovitsj een verdachte communist, een Sovjet-propagandist en - nog erger - een slecht componist. Nog in 2001 noemde hij in deze krant de huidige belangstelling voor Sjostakovitsj` “onbegrijpelijk“ en zijn Concert voor piano, trompet en strijkorkest vond hij van een “ongelooflijke vulgariteit“.

Niettemin begon Haitink in Amsterdam wel Sjostakovitsj uit te voeren. Acht symfonieën zette hij op de plaat met het Concertgebouworkest, waaronder een inmiddels legendarische uitvoering van de Dertiende symfonie `Babi Yar`. De andere zeven symfonieën nam hij op met zijn andere orkest, het London Philharmonic Orchestra.

Pas in de jaren 1989-1991 zorgde Valery Gergjev tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag voor de eerste en nog steeds enige complete Sjostakovitsj-cyclus in ons land. Gergjev wijdde in 2001 zijn Gergjev Festival aan Sjostakovits` `oorlogssymfonieën` - de nummers 4 t/m 9. Het komende Gergjev-Festival is in september gewijd aan het thema `Vrijheid`. Al is de programmering daarvan nog onbekend, het ligt voor de hand dat Gergjev daarin opnieuw eer brengt aan Sjostakovitsj, bij leven omstreden buiten en binnen de Sovjet-Unie.