Voor Algerije is 2005 een goed wijnjaar

Onder Franse overheersing was Algerije een grote wijnproducent. De wijnbouw kreeg bijna de doodsteek door de moslimextremisten. Maar nu is hij op de weg terug.

Voor de poort van de wijnkelder van Ouzera verdringen verkleumde bewakers zich rond een vuurtje. Ouzera ligt vlakbij de stad Medea, midden in het Hoge Atlasgebergte, 100 kilometer ten zuiden van Algiers. Op de bergtoppen ligt een dik pak sneeuw en de laagstaande zon die heel even door de wolken dringt, hult de omliggende bergflanken en wijngaarden in een spectaculair licht. Met het vallen van de duisternis komen de eerste klanten opdagen bij de wijnkelder om zich te bevoorraden.

2005 is in Algerije in veel opzichten een groot wijnjaar geworden. Gedurende de bloedige jaren negentig lagen de grote wijnkelders zoals hier in Ouzera er verlaten bij. De moslimextremisten vernielden veel wijngaarden in deze bergen en beneden in de Mitidja-vlakte en de boeren durfden het land niet te bewerken. De streek was berucht als haard van moslimextremistisch geweld en het toneel van beestachtige slachtpartijen. Maar nu zit er weer leven in de wijnbouw en de getraumatiseerde dorpen herleven.

De regering van president Abdelaziz Bouteflika heeft besloten de wijnsector te moderniseren en er wordt zwaar in geïnvesteerd. De wijnbouw dient als symbool: zij moet de overwinning op de moslimextremisten onderstrepen.

Maar het gaat niet alleen om symboliek want de wijnbouw is erg belangrijk voor de plattelandsontwikkeling. Op het platteland is de werkloosheid enorm hoog. De uitzichtloosheid drijft massa's kansarmen naar de al zwaar belaste en verpauperde Algerijnse steden. De wijnteelt levert precies ook banen op in die landbouwgebieden waar te weinig neerslag valt om veel andere gewassen te kunnen telen. De regering hoopt het werk in de landbouw te stimuleren en meteen de leegloop van het platteland te stoppen.

In en rond Medea leven uitsluitend moslims. Wijn kopen en drinken gebeurt hier verholen. Alleen in het centrum van Algiers en in enkele grote hotels is het mogelijk publiekelijk alcoholische dranken te kopen of te consumeren. “Voor de mensen hier in het Atlasgebergte is het leven hard en ze willen af en toe wat warmte en gezelligheid. Een glas wijn helpt daarbij. Maar dit is een erg conservatieve islamitische gemeenschap, en wijn drinken is hier uiteraard taboe“, vertelt een van de bewakers, Ben Issa. Maar hij zegt dat de meeste mensen in deze streek in besloten kring toch graag wijn drinken. “Deze klanten komen hier bij ons dagelijks langs om flessen wijn kopen. Maar in de dorpscafés drinkt men uitsluitend thee of koffie. Het is een beetje hypocriet“, zucht hij.

De wijnbouw kent in Algerije een lange traditie. De kelders dateren uit de jaren twintig; ze zijn door de Franse kolonisten gebouwd zoals op te maken valt uit het opschrift op de gevel in Ouzera: `Cave coopérative Loverdo, 1923`. Het land was tegen het einde van de Franse overheersing de vierde wijnproducent ter wereld met 350.000 hectare wijngaarden en een jaarlijkse productie van 22 miljoen hectoliter. Maar na het vertrek van de Fransen in 1962 werd de sector stiefmoederlijk behandeld. Pas in 1988 werd er voor het eerst weer wat geïnvesteerd. Kort daarop barstte het moordende geweld van de extremisten los. Tegen 2000 bleven nog amper 20.000 hectare wijngaarden over.

Nu is die trend gestopt. De laatste jaren is de positieve kentering overal voelbaar. Er smeulen hier en daar nog wel wat brandhaarden, waarbij vooral de moslimextremisten van de Salafistische Groep voor Prediking en Strijd, de GSPC, in afgelegen gebieden, onder andere onder de Berbers in Kabylië, aanslagen plegen. Ook worden regelmatig kleine drankslijterijen met brandbommen aangevallen. Maar dat geweld lijkt alleen nog marginaal. Zo`n vijf jaar geleden is over heel het land met de aanleg van nieuwe wijngaarden begonnen. De regering moedigt de boeren aan met miljoenen dinars subsidies via het Nationale Bureau voor de Wijnbouw, de ONCV. Dit staatsbedrijf bezit naar eigen zeggen 95 procent van de Algerijnse wijngaarden. Volgens het ONCV in Algiers beslaan de wijngaarden nu 50.000 hectare.

Ook de kelders en de bottelarij in Bourqiqa, 60 kilometer naar het westen, dateren uit de Franse koloniale tijd. De historische gebouwen volstaan voorlopig nog. De wijnkelder heeft een capaciteit van 30.000 hectoliter en het wijncentrum is helemaal gemoderniseerd, in tegenstelling tot Ouzera bijvoorbeeld, waar de tijd is blijven stilstaan. Bourqiqa is nu omgevormd tot het nationale centrum van de Algerijnse wijnexport. Hussein Bouhoum, de technisch directeur van Bourqiqa, is samen met een ongeveer 40 andere Algerijnse deskundigen in Frankrijk opgeleid. In samenwerking met buitenlandse experts voeren zij hier nu de modernste technologie in. Dagelijks verschepen ze vanuit dit centrum gemiddeld 17.000 flessen wijn naar afnemers in het buitenland. Volgens Bouhoum is de wijnbouw in deze regio goed voor 1.500 arbeidsplaatsen.

De regering wil de productie van de Algerijnse kwaliteitswijnen - Appelations d`Origine Garantie - opdrijven en mikt met bekende namen als Mascara, Gris d'Algérie, Coteau de Tlemcen en Cuvée du President vooral op de export. Daartoe worden nu ook meer Merlot en Cabernet Sauvignon druiven verbouwd om tegemoet te komen aan de internationale smaak.

De Algerijnse markt zelf is trouwens sinds 2003 weer opengesteld voor buitenlandse wijnen, onder andere onder Europese druk. Daarmee is een einde gemaakt aan een controversiële protectionistische maatregel die in een jaar eerder was ingevoerd om gevestigde belangen - clans met banden in de hoogste kringen - te dienen, iets dat haaks stond op de regeringsverklaringen over bevordering van de vrije handel.

De ONCV controleert ruim 70 procent van de lokale markt en directeur Bouhoul is niet bang voor de buitenlandse concurrentie. “De Algerijnen drinken liever onze veel minder zure, zongerijpte lokale wijnen. Maar het publiek heeft nu de keuze, en die toenemende concurrentie en de kwaliteit die nodig is voor een succesvolle export van de Algerijnse wijn maken dat wij verder onze wijnindustrie moeten moderniseren.“ Hij opent trots een fles Cuvée en toast op de gezondheid van president Bouteflika, die zaterdag na een afwezigheid van een maand in Frankrijk wegens een operatie is teruggekeerd.

    • Wilfried Bossier