Syriërs accepteren westerse druk niet

Het Syrische regime wordt door de internationale gemeenschap de duimschroeven aangedraaid , met name wegens de moord op Rafiq Hariri. Maar die druk verstevigt de positie van het regime in eigen land.

Ali heeft een weekend verlof van militaire dienst. En dus is het thuis in Damascus de hoogste tijd om de draak te steken met de Syrische strijdmacht. Zoals veel sunnieten in Syrië vindt ook Ali dat hij wordt achtergesteld en dat de macht in Syrië bij de alevitische (shi`itische) minderheid ligt. En dus komt hij pas echt op dreef als hij alevitische commandanten, waar het Syrische leger vol mee zit, op de korrel neemt. Qird (letterlijk aap) is het Arabische woord waar zij al hun onzinnige bevelen mee beginnen, zegt hij. “Aap, doe dit, aap doe dat“, schreeuwt Ali, terwijl de rest van de familie dubbel ligt in de huiskamer.

Maar Ali houdt op met lachen als het gesprek komt op de toenemende internationale druk op Syrië na de moord op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri. Net als zoveel andere Syriërs ziet hij die druk als een vooral Amerikaans complot dat tot doel heeft van Syrië een tweede Irak te maken. “Vergeet dit niet“, zegt Ali, “hoe verdorven een Syriër ook is, de slechtste Syriër is nog altijd beter dan welke Amerikaan dan ook.“

Damascus rond de jaarwisseling. Veel Syriërs zijn bang dat 2006 een treurig jaar voor hun land gaat worden. Na de moord op Hariri in februari vorig jaar klinkt de beschuldiging in de internationale gemeenschap steeds luider dat Syrië daarachter zat. Ook Detlev Mehlis, de scheidend onderzoeker van de zaak-Hariri namens de Verenigde Naties, heeft dat al met zoveel woorden gezegd.

Syrië zat al langer in het internationale verdomhoekje maar dit jaar is het niet uitgesloten, zo denken veel Syriërs, dat de VN sancties gaat nemen. Maar pikant genoeg heeft dat tot een sterk gevoel van nationale verbondenheid geleid: ook al haten Syriërs het regime, zij voelen zich verbonden met hun land. Enige weken geleden werd dat wel heel duidelijk toen de Moslimbroederschap, die het regime veracht, een opmerkelijke verklaring op haar website zette. Broeder Mohammed Taifour liet daarop weten dat ondanks de “onderdrukking en dictatuur“ in Syrië, niemand ooit “buitenlanders“ moet inschakelen om het regime te liquideren. Bij de verklaring stond - ongekend voor de Broeders! - een foto van president Bashar Assad met de Syrische vlag.

Dat gevoel wordt gedeeld door de seculiere oppositie. “Ik denk dat Syrië verantwoordelijk is voor de moord op Hariri“, zegt Michel Kilo, opposant in Damascus. “Als het regime de moord niet gepland heeft, is het in ieder geval moreel verantwoordelijk: overal zaten mensen van de Syrische veiligheidsdiensten die alles wisten wat er in Libanon gebeurde. En Mehlis heeft heel terecht gezegd dat het helemaal niet zo gemakkelijk is om zo'n aanslag te organiseren. Maar al is het regime moreel verantwoordelijk, dan accepteer ik nog niet dat mijn land wordt bedreigd, en zeker niet door de Verenigde Staten.“

En dus heeft de toenemende dreiging het regime van president Assad vooralsnog versterkt. In Damascus hebben voortdurend solidariteitsbijeenkomsten plaats. Zo las de Egyptische dichter Ahmed Fouad Negim vorige week uit eigen werk voor om de Arabische broeders een hart onder de riem te steken. De Libanezen worden toch al weinig geliefd in Syrië (nieuwste grap in Damascus: wat is het eerste dat een Libanese vrouw `s ochtends doet? Antwoord: ze kleedt zich aan en gaat terug naar haar echtgenoot), dus elke aanval vanuit Beiroet op de president doet diens aanzien toenemen. Zo veilig voelt het regime zich dat er zelfs een kwinkslag gemaakt kan worden. President Assad hield enige tijd geleden een toespraak aan de universiteit van Damascus. “Ik zie wat pips“, begon hij zijn rede, “maar dat komt niet door de huidige politieke ontwikkelingen. Ik heb gewoon griep gehad.“

Ook opposanten geven toe dat hun positie sinds het uitbreken van de crisis niet bepaald verbeterd is. Volgens de Amerikaanse neoconservatieve logica is het goed om landen in het Midden-Oosten de duimschroeven aan te draaien - als de elite verzwakt geeft dat de bevolking meer kans om hervormingen af te dwingen. Maar opposant Kilo ziet dat anders. Hij is al sinds jaar en dag voorstander van een `historisch compromis` in Syrië. Alle groepen en stromingen zouden op een nationaal congres de grondlijnen van een nieuw Syrië moeten definiëren. Een democratisch Syrië, waar je bijvoorbeeld als leraar promotie krijgt als je je werk goed doet en niet omdat je klakkeloos de holle pan-Arabische leuzen van het regime nablaat. Het regime was en is zwak, weet Kilo. “Ik zeg dit met pijn in mijn hart, maar Israëliërs zouden zo met een taxi Damascus kunnen binnenrijden.“ De president gedraagt zich als een heerser van de oude stijl maar af en toe houdt hij toespraken waarin hij de noodzaak van hervormingen onderstreept. De voorwaarden voor zo'n historisch congres waren er dus. “,Maar het regime zegt nu dat het land wordt aangevallen. En dus zijn alle hervormingen van de baan.“

En dat is treurig, want volgens organisaties als Amnesty International is Syrië nog steeds een dictatuur. Dat het regime niet aarzelt om tikken uit te delen ondervond opposant en advocaat Anwar al-Bounni. Een vrouw bij het gerechtsgebouw in Damascus ging op de vloer liggen en schreeuwde dat Bounni haar neergeslagen had. Toen de minister van Justitie persoonlijk zijn arrestatie eiste, dook hij onder. Maar toen hij weer opdook werd hij in elkaar geslagen door - naar hij aanneemt - medewerkers van de veiligheidsdienst. “Ik ga niet zo vaak meer mijn appartement uit“, vertelt hij in Damascus, “en ik heb altijd mijn mobiele telefoon bij mij zodat ik kan bellen als er iets is“. Bounni`s verhaal bewijst paradoxaal genoeg hoe sterk het regime zich voelt. Bounni publiceerde een radicaal ontwerp voor een nieuwe grondwet die, indien uitgevoerd, het hele Syrische bestel zou hervormen. Maar dat liet de heersende elite koud omdat die weet hoe weinig steun de oppositie onder de bevolking heeft. Het was een proces van Bounni tegen een gevangenisdirecteur met contacten bij de veiligheidsdiensten dat hem in de problemen bracht. Zo is het Syrië van vandaag de dag: er mag kritiek worden geleverd maar als je gaat zagen aan de poten van de stoel van de elite wordt het link.

Maar daar lijkt, nu de internationale gemeenschap de duimschroeven aandraait, steeds minder kans op. “Wij hebben hier een spreekwoord“, zegt de broer van Ali, nadat deze zijn parodie op alevitische officieren in het leger heeft beëindigd. ,,Wij sunnieten noemen alevieten onze `neven`.“ Even pauzeert hij. “Het spreekwoord zegt: ik en mijn broer vormen een front tegen onze neef. Maar mijn neef en ik vechten samen tegen buitenlanders.“

    • Bernard Bouwman