Opstand van de jongeren

Jongerenpartijen krijgen er steeds meer leden bij. Socioloog Henk Becker ziet een nieuw politiek engagement. ,,De jongeren van nu zijn pragmatischer dan in de jaren zestig.“

Er komt een moment, zegt Henk Becker, waarop jongeren in opstand komen en in gaan zien dat ze moeten vechten voor hun toekomst. Volgens de 72-jarige socioloog, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, begint de huidige generatie jongeren te beseffen dat zij in de toekomst de kosten van vergrijzing moeten betalen. Deze generatie is niet langer bereid om klakkeloos de levensstijl van hun ouders te bekostigen. Hun ouders moeten langer doorwerken en stoppen met golfen.

Hoe valt dit te verklaren?

“Het was altijd meer een kwestie van wanneer dan óf het ook daadwerkelijk zou plaatsvinden. Vergelijk het met een vulkaan: aardwetenschappers kunnen de spanning in een vulkaan zeer nauwkeurig vaststellen, alleen kunnen ze niet voorspellen wanneer die vulkaan tot uitbarsting komt.“

Is vergrijzing de enige oorzaak?

“Economie speelt nu eenmaal een belangrijke rol in de politiek. De vergrijzing gaat in de toekomst volgens mij voor grote economische problemen zorgen. Of er ook andere belangrijke oorzaken zijn durf ik niet te zeggen. Carrièreoverwegingen kunnen een rol spelen bij jongeren om zich aan te sluiten bij een politieke partij, maar dat is altijd al zo geweest. Kijk naar de politici van nu: staatssecretaris Rutte was tijdens zijn studententijd ook al actief binnen de JOVD (Jongerenpartij van de VVD, red).“

Dat lijkt in tegenspraak met een rondvraag langs de leiders van politieke jongerenpartijen: zij zien Fortuyn als katalysator van het hernieuwde politieke engagement.

,,Ik denk dat de opkomst van Fortuyn een marginale rol speelt. Fortuyn was een katalysator, maar niet meer dan dat. Hij wist de vinger op zere plekken te leggen, zoals de vergrijzing. Dat heeft jongeren wel politiek bewuster gemaakt.“

Hoe komt het dat voornamelijk hoogopgeleide jongeren zich met politiek bezighouden, terwijl lager opgeleide en allochtone jongeren verstek laten gaan?

“Ik denk dat het zal niet lang meer duren voordat ook de lager opgeleide jongeren zich aansluiten. Ze zullen inzien dat ook zij in staat zijn om hun toekomst zelf te bepalen. Bij jongeren van buitenlandse komaf zie je vaak dat ze zich distantiëren van het politieke landschap in Nederland. Ze vinden geen aansluiting. Maar dit zal veranderen. De volgende generatie is veel beter ingeburgerd en heeft daardoor meer binding met de Nederlandse cultuur en politiek.

“De lager opgeleide jongeren zullen vanzelf volgen, zolang je ze maar een positief en realistisch toekomstbeeld kunt bieden. Dus uitzicht op werk en welvaart. Je moet ze een beetje lekker maken, dan zien ze waar voor ze kunnen strijden.“

Is dit vernieuwde engagement te vergelijken met de studentenopstand in de jaren zestig?

“Nee, totaal niet. De jongeren van nu zijn gelukkig veel pragmatischer dan de generatie van toen. Over het algemeen zijn studenten altijd ongelooflijk goed in het opsporen van fouten in de politiek en in het onderwijssysteem. Ze zijn alleen rampzalig in het ontwerpen van oplossingen. De studenten van nu zijn minder naïef, maar hebben nog steeds wel moeite met het oplossen van deze problemen.

“Toch denk ik dat deze stroom vernieuwender is, en wellicht later beter in staat is om problemen op te lossen. Ik zeg wel eens dat we aan de vooravond staan van een een tweede Europese Renaissance. Je ziet deze bewustwording onder jongeren niet alleen terug in de politiek, maar ook op het gebied van de economie, kunst en cultuur. Een goed voorbeeld is het werken na je 65ste. Eindelijk beseffen jonge mensen dat het nodig is om langer door te werken - en dat vinden ze echt niet alleen van hun ouders. Ze beseffen dat ze zelf ook harder en langer moeten werken. Jammer genoeg zijn er nog steeds mensen, zoals vakbondsleiders, die anders beweren.“

Is deze cultuuromslag, zoals u dat noemt, uniek voor Nederland?

“In de Franse achterstandswijken speelt dit ook. Gelukkig kunnen wij dit in Nederland beter kanaliseren. Hier sluiten jongeren zich aan bij politieke groeperingen. Maar de voedingsbodem is dezelfde: de onvrede over werkloosheid, gevoelens van onrechtvaardigheid en onveiligheid.“

Herkennen jongeren zich wel in de politieke partijen van nu?

“Mensen als Jan Marijnissen en Wouter Bos zijn erg bedreven in het aanspreken van jongeren. Uiteindelijk denk ik niet dat deze jonge generatie achter populistische leiders zoals Wilders aan gaat lopen. Ze hebben meer vertrouwen in meer inhoudelijke leiders zoals Bos en Marijnissen. Ik zie ze ook niet rechtser worden. Als een roeiboot schommelt, moet je in het midden gaan zitten. Jongeren weten dat.“

Hoe gaat dit verder?

“Ik voorzie een bandwagon-effect. We zien nu dat een voorhoede van hoogopgeleide jongeren zich aansluit bij politieke partijen. Jongeren zullen zich beter gaan vertegenwoordigen in de bestaande politieke partijen. Het is slechts een kwestie van tijd voordat de niet-hoogopgeleide jongeren volgen.“