Ophef over berging van VOC-schip

Tweede Kamerlid Arda Gerkens (SP) heeft staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan vragen gesteld over de berging van het VOC-schip De Rooswijk. Gerkens wil weten in hoeverre OCW bij de zaak betrokken is geweest en of vooraf VOC-specialisten zijn geraadpleegd.

De Rooswijk verging in 1740 voor de Britse kust met aan boord onder meer 1000 staven zilver en 36.000 zilveren munten. Het schip is onlangs ontdekt en voor een klein deel opgegraven door een commerciële berger. De Nederlandse staat, die via Domeinen een contract heeft met de berger, krijgt een kwart van alle vondsten. Volgens het ministerie van Financiën is op deze manier Nederlands cultureel erfgoed veiliggesteld en zullen de vondsten in musea terechtkomen. Nederlandse archeologen, die niet bij de berging aanwezig waren, zijn kwaad over de gang van zaken. Ook in het buitenland heeft de commerciële exploitatie verbazing gewekt.

Gerkens vraagt of de commerciële berging niet in strijd is met internationale verdragen en of er geen Britse regels overtreden zijn.

Het hoofd onderwaterarcheologie van English Heritage wil geen commentaar geven. Op de vraag of dat betekent dat er iets aan de hand is, antwoordt hij: “Zo mag u dat interpreteren.“ Het Britse ministerie van Cultuur zegt de zaak te bestuderen en eventueel tot “passende acties“ over te gaan.

Mark Staniforth, voorzitter van de internationale Advisory Counsil on Underwater Archaeology noemt het `weerzinwekkend` dat een West-Europees land als Nederland betrokken is bij de `commerciële exploitatie` van een archeologische vindplaats.

    • Theo Toebosch