Leerling rekent beter dan leraar

Meer dan de helft van de eerstejaarsstudenten aan de lerarenopleiding voor het basisonderwijs (pabo) is slechter in rekenen dan een goede basisschoolleerling uit groep 8.

Dat blijkt uit een onderzoek van toetsdeskundigen G. Straetmans en T. Eggen van Cito in Arnhem, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs. Zij hebben een rekentoets ontwikkeld (WISCAT) die het rekenvaardigheidsniveau van aanstaande onderwijzers vergelijkt met het niveau van leerlingen uit groep 8, de hoogste groep van de basisschool. Het toetspakket is ontwikkeld op verzoek van zes pabo`s van Fontys Hogescholen en Hogeschool Zuyd.

Aan het einde van het eerste studiejaar moeten studenten minimaal het rekenniveau van de beste groep 8-leerlingen hebben, vinden de hogescholen. Ruim duizend eerstejaarsstudenten aan vijftien pabo`s door het hele land maakten voor het onderzoek een rekentoets. Dezelfde toets werd voorgelegd aan bijna achthonderd leerlingen uit groep 8. Het resultaat van de beste 20 procent van de leerlingen gold als norm.

Deze norm werd door 53 procent van de eerstejaars niet gehaald. Van de vrouwelijke pabo-studenten bleef 57 procent onder de norm, van de mannen 30 procent. Verdeeld naar vooropleiding zijn de `afwijspercentages` als volgt: van de pabo-studenten die mbo hebben gedaan blijft 72 procent onder de norm, van de havo-leerlingen 47 procent, van de vwo-leerlingen 24 procent.

Onvrede over de taal- en rekenvaardigheden van aanstaande onderwijzers bestaat al veel langer. Tot nog toe was er echter geen landelijke standaard om prestaties te meten. De Cito-onderzoekers hopen dat WISCAT zich zal ontwikkelen tot landelijke standaard voor pabo-studenten.

Vanaf augustus 2006 maken pabo-studenten in het eerste jaar een verplichte reken- en taaltoets. Wie onder de norm presteert moet de opleiding verlaten. De norm verschilt momenteel echter per pabo.

www.nrc.nl: onderzoek