Iraanse confrontaties

Iran profileert zich steeds nadrukkelijker als een regionale macht die mondiale invloed wil hebben. De Iraanse onderminister Mohammadi, een ideoloog die medeverantwoordelijk is voor de buitenlandse politiek, zei vrijdag in deze krant dat zijn land een nieuwe diplomatieke fase is ingegaan: die van de `constructieve interactie`. Daarmee bedoelt hij dat Iran van zich af bijt als het beschuldigd wordt van - bijvoorbeeld - mensenrechtenschendingen. Het Westen schendt de mensenrechten ook, vindt Mohammadi, en als hierover gesprekken zijn tussen Iran en de Europese Unie dan alleen op basis van gelijkheid en een nieuwe, uitgebreide agenda “die terrorisme, massavernietigingswapens én mensenrechten omvat“.

Aan assertiviteit heeft het Iran de afgelopen decennia niet ontbroken. Maar de laatste jaren klonken onder een hervormingsgezinde president wel eens genuanceerde geluiden. Aan die ontspanning, die betrekkelijk was, is een eind gekomen. De nieuwe president, Ahmadinejad, roert zich. Israël moet volgens hem van de kaart worden geveegd. En áls de holocaust een historisch feit is, moet Europa de joodse staat maar huisvesten in plaats van de Palestijnen de rekening te laten betalen. De staatszenders mogen van hem geen westerse muziek meer draaien, buitenlandse ambassadeurs die te hervormingsgezind waren heeft hij vervangen en de mensenrechtendialoog tussen Iran en de EU schortte hij op. `s Lands nucleaire dossier is onder Ahmadinejad alleen maar dikker geworden. Iran geeft geen millimeter toe en gaat onverdroten door met het ontwikkelen van een atoomprogramma, dat naar het zelf zegt vreedzame doelen dient.

Iran wil serieus worden genomen. In zijn buitenlandse politiek wenst het oerconservatieve bewind op basis van gelijkwaardigheid te worden aangesproken - zoveel is wel duidelijk. Maar hoe kan een land serieus worden genomen als het de vernietiging van de joodse staat en geschiedvervalsingen over de holocaust propageert? Het is niet alleen het `verderfelijke Westen` dat aanstoot neemt aan Ahmadinejads woorden. Zijn toon, en die van zijn onderminister van Buitenlandse Zaken Mohammadi, is schril maar ook confronterend en bedreigend. Iran is inderdaad geen derdewereldland. Het is een regionale grootmacht waarmee alleen al door het potentieel van de bevolking en door de nucleaire aspiraties terdege rekening moet worden gehouden.

Ongehoorde uitlatingen over Israël en flauwekul-argumenten dat het Westen Iran niet begrijpt en niet in een duidelijk raamwerk kan plaatsen, vereisen een speciaal soort diplomatie. Om te voorkomen dat het tot een internationale crisis met het land komt, zal Europa - dat ten minste nog iets van een gesprek met Iran voert - aan deëscalatie moeten werken zonder toe te geven op de zaken waar het zelf als westerse entiteit voor staat. Iran heeft absoluut geen atoombom nodig, maar over een goed gecontroleerd compromis inzake het vreedzame gebruik van kernenergie moet te praten zijn. Het helpt niet dat het Westen, met name de Verenigde Staten, er een dubbele moraal op na houdt: zelf wel atoombommen en kernprogramma`s hebben en houden, maar dit andere landen verbieden.

Duitse media lieten vorige week anonieme NAVO-bronnen zeggen dat Washington een aanval voorbereidt op de plaatsen waar Iran zijn nucleaire activiteiten ontwikkelt. Ondenkbaar is het niet, maar waarschijnlijk? In dit stadium van nog onvoldoende benutte diplomatie is het in ieder geval ongewenst. Fermheid in bedachtzaamheid, en ondanks alles: voorlopig de dialoog gaande houden.