Eigenbelang en engagement gaan goed samen

Het gaat jongeren tegenwoordig niet alleen om hun eigen welzijn, ze zijn heus geëngageerd. De verkiezingen over de Europese grondwet trok hen in groten getale.

Voor het eerst in decennia zouden jongeren tussen de 15 en 25 jaar in het afgelopen jaar weer maatschappelijk engagement vertonen. Zij werden lid van politieke partijen, steunden goede doelen en zetten zich in voor een betere wereld. Op opiniepagina`s van kranten was het oordeel over dit nieuwe engagement snel geformuleerd. Onder anderen columnist Bas Heijne en voorman Kees Hudig van XminY Solidariteitsfonds beweerden dat het de huidige generatie jongeren alleen maar om eigen gewin gaat als ze zich zogenaamd inzetten voor een betere wereld. Maar zelfs de grootste sceptici trokken het toegenomen engagement niet in twijfel.

Iedere naoorlogse generatie kent haar eigen opstandige jongeren. De jaren vijftig werden opgeschud door pleiners en dijkers. Zij werden in de daarop volgende decennia opgevolgd door nozems, provo`s en hippies. De ene groep deelde witte fietsen uit, de andere tooide zich, onder het genot van een joint, met een bloemetje in het haar. Maar deze jongeren hadden één doel: een betere wereld.

Vanaf de jaren tachtig leken jongeren zich niet meer om dat doel te bekommeren. De verzorgingsstaat had zo veel terrein gewonnen, dat de gedachte heerste dat de overheid voor elke vorm van sociale en/of financiële achterstand wel een oplossing zou hebben. Voor alleenstaande moeders was er de bijstand, arbeidsongeschikten hadden de WAO en ouderen kregen een AOW-pensioen.

De `materialistische` jaren tachtig resulteerden in de patatgeneratie, een term die werd gemunt door voetbaltrainer Leo Beenhakker. Hij doelde op verwende jonge voetballers die bang waren om slidings te maken, omdat hun witte broekjes dan vies werden, en die hun neus ophaalden voor het poetsen van de schoenen van ervaren vedettes, zoals in vroeger tijden gebruikelijk was.

Maar de patatgeneratie deed niet alleen opgeld op het voetbalveld. Een hele generatie, geteisterd door recessies, zou bij dat gebrek aan perspectief en masse de snackautomatieken leegeten.

Toen de economie in de jaren negentig weer aantrok, hadden jongeren - door de Canadese schrijver Douglas Coupland betiteld als `generatie nix` - kennelijk al helemaal geen reden meer om zich het lot van minderbedeelden aan te trekken en hun stem te laten horen in de politiek. Het leek een universeel probleem van leraren en politici: hoe kunnen we de jeugd maatschappelijk besef bijbrengen?

Binnen de PvdA ontstond in 1996 de `Niet Nix`-beweging, aangevoerd door Lennart Booij en Erik van Bruggen. Zij kwamen in het geweer tegen de vermeende passiviteit bij jongeren en wilden hun partij vernieuwen. In 1999 werd hun ambitie gestuit om als duo partijvoorzitter te worden: het PvdA-congres koos voor Marijke van Hees. Na die mislukte verkiezing ging de `Niet Nix`-beweging relatief geruisloos ten onder. De voormalige vernieuwers Booij en Van Bruggen werken nu bij hun eigen campagnebureau BKB. Zo geeft Booij blijkens de site van het bureau `strategisch advies rondom maatschappelijke issues` en begeleidt hij `grootscheepse veranderingsprocessen`.

Afgelopen jaar was een kentering waarneembaar. In april 2005 maakte het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) bekend dat jongerenorganisaties van politieke partijen zich, in tegenstelling tot hun moederpartijen, mochten verheugen op sterk toenemende ledenaantallen. Tussen januari en december 2004 waren de totale ledenaantallen van jongeren tussen de 14 en 27 met twintig procent gestegen. De ChristenUnie profiteerde nog het meest: terwijl het algehele ledental daalde, ging jongerenorganisatie PerspectieF met 41 procent vooruit, aldus het DNPP. Ook de massale opkomst van jongeren in het referendum over de Europese Grondwet - 67 procent van de jongeren onder de 24 stemde, tegen 61 procent van de gehele bevolking - liet zien dat de politiek jongeren wel interesseert.

Maatschappelijk betrokken organisaties als Coolpolitics en Globalicious speelden in op het nieuwe activisme door jongerendebatten te organiseren en oud-premiers college te laten geven op popfestivals.

Maar niet iedereen gaf zich over aan een hosannastemming rondom het nieuwe engagement. Hoewel niemand tegenspreekt dat jongeren een grotere maatschappelijke betrokkenheid vertonen, kwamen critici op opiniepagina's in het geweer tegen het gemak en het veronderstelde valse doel waarmee jongeren zich inzetten voor een betere wereld. Ze doen het “om zichzelf beter te voelen“, zei columnist Bas Heijne bijvoorbeeld. Evert Nieuwenhuis, auteur van De Grote Globaliseringsgids, betoogde juist dat jongeren er bij uitstek in slagen hun eigen belang met een maatschappelijk bewustzijn te combineren. Wat opvalt in alle bespiegelingen is dat ook het nieuwe engagement, waarvoor geen etiket bestaat, is voorbehouden aan hoger opgeleide jongeren.

    • Derk Walters