Edelgrootachtbare

Onlangs is een nieuwe titulatuurgids verschenen, samengesteld door Gilbert Monod de Froideville en Sophie Crena de Iongh-den Beer Poortugael. Het boek heet Titels, graden, titulatuur en ik kan het iedereen die belang hecht aan dit onderwerp van harte aanraden, want deze gids geeft een helder en gedetailleerd overzicht van de correcte vorstelijke, adellijke, ambtelijke, academische en burgerlijke titulatuur.

Aardig is bovendien dat de auteurs met hun tijd zijn meegegaan. Zo geven zij antwoord op de vraag hoe je homoseksuele stellen formeel moet aanschrijven. U moet weten dat bij het aanschrijven van echtparen de vrouw automatisch de titulatuur krijgt die bij haar man hoort. Zo hoor je de vrouw van bijvoorbeeld een notaris aan te schrijven met `weledelgestrenge vrouwe`. Andersom geldt dit niet: als de notaris een vrouw is, is haar man niet `weledelgestreng`. En bij getrouwde of samenwonende homo`s (m/v) is de titulatuur strikt persoonsgebonden. Hier zijn combinaties mogelijk als `hoogedelgestrenge heer A` plus `meneer B`.

Is er op het gebied van de titulatuur de afgelopen vijftig jaar veel veranderd? Daar lees je bij Monod de Froideville en Crena de Iongh-den Beer Poortugael (verder kortweg MC) niet veel over, maar gelukkig hebben we hier een andere goede bron voor: de Grote Van Dale. In het verleden zijn er wel meer specialistische titulatuurgidsen verschenen, maar ik vermoed dat de meeste mensen zich op dit punt hebben laten leiden door de lijstjes die je in woordenboeken vindt. Koenen begon hier al in 1903 mee, de Grote Van Dale in 1950.

Interessant is hoe kort het eerste lijstje in Van Dale was. In 1950 besloeg het driekwart pagina, waarop 73 aanschrijfvormen stonden vermeld. In de nieuwste editie van de Grote Van Dale is deze lijst zes pagina's. De lijst is dus gegroeid, hoewel de omgangsvormen de afgelopen decennia informeler zijn geworden.

Taalkundig beschouwd valt er aan titulatuur niet veel te beleven. We zien allerlei combinaties opduiken met edel, hoog, groot, wel, geboren, gestreng, geleerd, geacht en edelachtbaar, inclusief bouwwerkjes als Edelgrootachtbare en Hoogwelgeboren.

Interessanter vond ik dat die oude lijstjes een wereld tonen die grotendeels is verdwenen. Zo maakte de Grote Van Dale in 1950 nog onderscheid tussen leraren mét en zonder doctorstitel. Komt dat nog veel voor, gepromoveerde docenten op een middelbare school? Volgens de Van Dale uit 1970 kon je een burgemeester op drie manieren aanschrijven: voor een grote stad was dit `Hoogedelachtbare Heer`, voor een provinciale hoofdstad `Hoogedelgestrenge Heer` en bij een kleine gemeente `Weledelgestrenge Heer` - vrouwelijke burgemeesters kwamen 36 jaar geleden niet in Van Dale voor.

Opmerkelijk is overigens dat de jongste titulatuurgids en de Grote Van Dale op sommige punten verschillen. Zo dien je de paus volgens Van Dale aan te spreken met `allerheiligste vader`, terwijl dit volgens MC `heilige vader` moet zijn. Het blijft trouwens wonderlijk dat je wordt geadviseerd om een buitenlandse functionaris in het Nederlands aan te spreken.

De titulatuurgids geeft ook nog een advies hoe je, als je de hobbel van de juiste aanhef hebt genomen, inhoudelijk aan de koningin of andere leden van het Koninklijk Huis moet schrijven, namelijk “in eigen stijl en eenvoudige bewoordingen“. “De woorden U en Uw“, schrijven de auteurs, “mogen ook met een kleine letter worden geschreven. Termen van overmatige vormelijkheid als Hoogstderzelve, Hoge bestemming, met diepe eerbied, uw onderdanige dienaar en gehoorzame onderdaan moeten worden vermeden.“

Dus eerst even formeel, en dan gewoon netjes, zoals het hoort.

    • Ewoud Sanders