Bob

Kun je een schaatser nog bellen om half elf op de zondagavond? Ik toetste het nummer in. “Het komt even niet gelegen dat u belt. Probeert u het later nog eens.“ Ik voelde me licht ongemakkelijk na het beluisteren van de boodschap. Lag de schaatser al op bed? Was er een sterfgeval in de familie?

Bob de Jong gaf geen gehoor.

Alle bijwerkingen van de champagne waren uit mijn hoofd verdwenen. Ik stond weer met beide benen op de grond in een nieuw sportjaar. En toch wilde ik Bob de Jong even onderhouden over de laatste week van 2005. Bob de Jong moest zich afgelopen vrijdag met een goede tijd op de tien kilometer een plaatsje verwerven voor de Winterspelen. Hij hoefde alleen maar bij de eerste drie te eindigen.

Kijken naar de tien kilometer is rustgevend; 25 rondjes in cadans. Het is of je meerijdt met een vrachtwagenchauffeur die met zijn truck in een gelijkmatig tempo over de snelweg dendert. Bob de Jong dieselde een paar rondjes over het ijs van Heerenveen. Er leek geen vuiltje aan de lucht.

Ik ben een fan van Bob de Jong. Hij is allesbehalve een hunk in schaatsland. Hij heeft niet de lach van Kramer, de hitsigheid van Wennemars, de dijen van Ritsma. Bob is anders. Bob is Bob. Bob heeft een uitzonderlijk zenuwstelsel. Sterker nog, er is geen grotere zenuwlijder op de ijsbaan te vinden dan Bob de Jong.

Tijdens zijn race werd ik afgeleid door een fazant die ik in de tuin van het vakantiehuisje door de sneeuw zag trippelen. Daar kwamen dus de sporen vandaan die ik `s ochtends in de sneeuw had gezien. Op de televisie voltrok zich intussen een drama. De rondetijden van Bob de Jong schoten omhoog. Ging hij hier alsnog zijn ticket naar Turijn verspelen?

Schaatscoach Peter Mueller beweert in zijn boek dat De Jong uitzonderlijke benen bezit. Bob kan verzuren als geen ander. Zijn spieren zetten afval om in energie. Dat hoor je weinig. Bob is, kortom, een wereldwonder. Mocht hij Turijn halen, dan komen er meer toeristen naar De Jong kijken dan naar de beroemde lijkwade.

Maar voorlopig was het nog niet zover. Bob de Jong reed steeds slechter. Je kon omhoog klauteren via de rimpels die op zijn voorhoofd verschenen. Het zuur kwam bijna zijn mond uitgedropen. De Jong leed helse pijnen. Met nog een paar rondjes te gaan, rechtte hij opeens zijn rug. Hij schaatste alsof hij op zoek was naar zijn trainingspak langs de kant. De toeschouwers hielden de adem in. Ging Bob stoppen? De actie oogde geniaal en onbegrepen. Een schaatser die even uitrust. We mogen dit gerust vergelijken met de strafschop van Panenka, de onderhandse service van Michael Chang, de lepelbeweging waarmee Ronaldinho zijn tegenstander betovert.

Bob ging langzaam weer in de schaatshouding. Met hangen en wurgen kwam hij over de finish. Coach Ingrid Paul wees naar haar voorhoofd. Bob gek? Hoezo? Hij reed, met het uitrusten erbij, de derde tijd en mag naar de Spelen.

De Jongs commentaar achteraf, over het rechtop gaan staan: “Ik moest gewoon even wat anders doen.“ Dat durven alleen de allergrootsten. Ik zet al mijn geld in op Bob. Dat wordt goud in Turijn. Dit is zijn jaar, al was het maar omdat er een schrikkelseconde in zit. Dat lijkt me een uitgelezen moment voor een geniale gek.

Bob, het palindroom op schaatsen. Jammer dat ik hem gisteravond niet even aan de telefoon kreeg. Ik wilde alleen maar zeggen dat hij van zichzelf niet weet hoe goed hij is.

    • Wilfried de Jong