Huilen in het openbaar is onfatsoenlijk

Openbaar gehuil is nog irritanter dan ingeblikt gelach. Het zou net zo onfatsoenlijk moeten worden als boeren en winden. Het is schadelijker dan roken en spugen.

Bij huilen is de boodschap: 'Ik heb verdriet en ik wil dat u dat ziet'
Bij huilen is de boodschap: 'Ik heb verdriet en ik wil dat u dat ziet'

De mens hikt en hoest, pist en poept, kwijlt en kucht, zweet en zucht, boert en braakt, snuift en snuit, ruft en rookt, spuugt en snurkt. Daarbij ontsnappen aan zijn lijf soms vaste stoffen als snot en drol, soms gassen als scheet en rook, maar meestal vloeistoffen als slijm, fluim, pis, bloed, zweet en tranen. Dit gaat gepaard met korte karakteristieke geluiden uit de openingen in het mensenlijf.

Het oor is de enige opening waar geen enkel hinderlijk geluid, stank of viezigheid uit komt. Oor en oog nemen alle ploffen en puisten geduldig in ontvangst. Het oog kun je sluiten, het oor niet. Het oog kan weinig terugdoen. Eigenlijk alleen huilen. Alle ongewenste geluiden en stanken uit andere mensen zijn in de loop der beschaving verbannen naar plaatsen en tijden waarop die andere mens in zijn eentje is. Niemand geeft het toe, maar een mens laat als hij alleen is zoveel winden en boeren als hij maar wil. Een eeuw geleden hing in de tram het bordje “Niet Spuwen'. Dat bordje is verdwenen, maar er wordt weinig gespuugd. Toen verscheen het bordje “Niet Roken'. Ook dat bordje verdwijnt als in geen enkele ruimte meer gesmookt mag worden. De VVD wil zelfs dat het buitenshuis blowen verboden wordt.

Wij willen graag naar andere lichamen kijken, maar wij willen daar geen rotzooi uit zien komen, en die ook niet horen of ruiken. Daarop bestaan twee uitzonderingen: lachen en huilen.

Tegen de excessen van lachen bestaan veel bezwaren. Vooral het ingeblikte hysterische gieren dat onder elk amusementsprogramma afgedraaid wordt is irritant. Lachen is een soort geestelijk kietelen. Kietelen is de lichamelijke oorzaak van giechelen. Je behoort iemand niet te kietelen. Maar iemand zonder aanraking aan het lachen maken, dat mag nog steeds, en gelach laten horen is daartoe het simpelste middel.

Huilen kan net als lachen veroorzaakt worden door omstandigheden buiten je wil. Je snijdt uien of je snijdt in je vinger en de tranen springen in je ogen. Met enige goede wil zou je die oogreactie kunnen interpreteren als: ,,Doe een bril op als je ui snijdt“ of ,,doe een pleister op je vinger“, zoals je iemands kuchje kan opvatten als ,,laat mij even aan het woord“.

Wenen is een stad met huizen en straten, zoals iedere stad. Maar wie naar Wenen gaat, denkt aan gebak, café, opera, zangknapen en Freud. Zo is het ook met het wenen. Wenen gebeurt als de traanvloed boven de oogrand rijst. Is het oog vol, dan stroomt het oog over. Je neemt een baby toch ook niet kwalijk dat hij in zijn broek plast? Maar bij huilen is de boodschap niet ,,ik kan de traanvoorraad niet binnenhouden, ik draai me wel even om“, doch: ,,Ik heb verdriet en ik wil dat u dat ziet“.

Kijk naar het programma van mevrouw Oprah Winfrey. Wacht tot er een andere mevrouw naast haar komt zitten. Zij opent haar mond en na twintig seconden ziet u haar gezicht vertrekken in een vreemde grimas. Ze pakt haar zakdoekje en ze perst haar ogen samen tot die de heilige zoute parels produceren. De cameraman heeft geen aanwijzing van de regie nodig. Hij focust op de lenzen van de huilster. Deze doet alsof het huilen haar onverhoeds overkomt, terwijl ze haar sobstory toch al tien keer tegen redacteuren van Oprah heeft verteld. Ze wil ook niet dat de tranen kloven graven in haar vakkundig opgebrachte make-up. Een andere camera zoekt het publiek af, en ja hoor: daar huilt er nog een, nog mooier en nog hopelozer. De kijker begrijpt haar taak en pakt ook haar zakdoek. De televisie is een uitvinding om traanvocht snel over grote afstanden te transporteren.Dit openbaar gehuil irriteert mij nog meer dan het ingeblikt gelach. Het zou net zo onfatsoenlijk moeten worden als boeren en winden. Het is schadelijker dan roken en spugen. Best mogelijk dat de huiler zich na de huil beter voelt. Maar dat is toch ook geen reden om mensen vrij te laten om te paffen en blaffen, te wildplassen en kontkrabben?

Schrijver. In 2002 verscheen onder het pseudoniem Battus: “Opperlans!' en dit jaar onder het pseudoniem Batticus “Klein maar zijn'