Het nieuws van 24 december 2005

Lezen als lijdensweg

Een van de beruchtste werken uit de wereldliteratuur is Malleus Maleficarum (1486) beter bekend als De Heksenhamer. Een vernieuwend boek: na Hiëronymus` Ketterhamer (± 400) en Johannes van Frankfurts Jodenhamer (± 1420) is de ongemeen felle vrouwenhaat van De Heksenhamer een ongehoorde bijdrage aan de rijke Roomse traditie. Dit duivelse boek werd geschreven door een psychopaat in een prelatenjurk, die zich mocht verheugen grootinquisiteur te zijn van zo ongeveer heel Duitssprekend Europa: de dominicaan Heinrich Institorius (1430-1505). Geschat wordt dat op basis van dit definitieve werk bij wijze van heksenbestrijding in grofweg twee eeuwen 60.000 slachtoffers zijn gemaakt. Malleus Maleficarum werd integraal vertaald door Ivo Gay, die in een woord vooraf bekende dat dit een lijdenspad voor hem heeft betekend. Ik begrijp dat, ik heb als lezer hetzelfde pad afgelegd, 459 dichtbedrukte statiën lang. Verschrikkelijk. Het is niet te lezen. De taal is brekebeen-Latijn, in de Nederlandse versie wordt niet minder gestrompeld. De stijl is erbarmelijk. Institorius bedient zich van de redeneermethode van Thomas van Aquino als de knol voor de schillenkar dat klassieke, Weense dressuur demonstreert. Je staat als lezer in dit woekerwerk naast een Babel-achtige toren van bewijzen, gebouwd op het drijfzand van drogredeneringen, geruchten en vooroordelen, kijkt omhoog, ziet het bouwwerk naar je overhellen maar kunt niet wegkomen: een beeld als uit een nachtmerrie. Tijdens de lezing van De heksenhamer krijg je meer van zulke beelden. Je wilt weg uit de martelkelders van Institorius, maar het lukt niet, alle deuren zitten op slot. Je bedenkt de ene na de andere beeldspraak om de kwellingen te verzachten, en je leest door.