Verdrinken in het projectiescherm

Cinerama, de laatste breedbeeldbioscoop van Nederland, sluit op 1 januari. Nog één week worden er hoogtepunten uit de bioscoopgeschiedenis gedraaid.

18-12-2005, AMSTERDAM. SCENE UIT DE FILM APOCALYPSE NOW REDUX, VAN FRANCIS FORD COPPOLA IN DE CINERAMA BIOSCOOP. FOTO BAS CZERWINSKI
18-12-2005, AMSTERDAM. SCENE UIT DE FILM APOCALYPSE NOW REDUX, VAN FRANCIS FORD COPPOLA IN DE CINERAMA BIOSCOOP. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

In de bioscoopzaal zit een jongen. Op het immense doek voor hem is nog niets te zien. Hij heeft een laptop op schoot en een koptelefoon met schelpen over zijn oren. Zijn aandacht is gericht op het kleine scherm, waarop hij de trailer draait van Peter Jacksons King Kong. Dan gaan langzaam de gordijnen open en wordt het doek beschenen door de eerste lichtbundels. De jongen klapt zijn laptop dicht. Toekomst en verleden raken elkaar even aan.

De uit 1965 daterende Bellevue Cinerama-bioscoop in Amsterdam gaat zijn laatste week in. De gemeente Amsterdam heeft het huurcontract met het Filmmuseum - de huidige uitbater van Bellevue Cinerama - per 1 januari opgezegd. Het complex blijft waarschijnlijk nog een jaar beschikbaar voor premières, maar dan maakt het plaats voor een nieuw theater van Joop van den Ende. Het grote doek verliest hiermee weer een slag in de strijd met het kleine scherm. Want voor veel jongeren is het doodgewoon om films te kijken op een computer- of plasmascherm. Het gemak van de thuisbioscoop heeft het gewonnen van het spektakel van het reusachtige, licht gebogen bioscoopscherm.

Bellevue Cinerama was gespecialiseerd in het projecteren van breedbeeldsystemen. Toch werden er nooit films vertoond die in het Cinerama-proces waren gedraaid. Hierbij nemen drie naast elkaar staande 35mm-camera`s gelijktijdig een stuk van een scène op, dat in het theater met drie projectoren die synchroon lopen wordt vertoond op een sterk gebogen groot scherm - van vloer tot plafond en van muur tot muur.

De afgelopen jaren nog organiseerde het Filmmuseum er drie Widescreen Weekends waarin prachtige 70mm-kopieën en CinemaScope-films waren te zien die de traditie van spektakelfilms op een groot doek in ere hielden. Zo draaide er twee jaar geleden een gloednieuwe kopie in 70mm van Jacques Tati`s Playtime, waarin je het beeld, dat het gehele blikveld bestreek, rustig kon verkennen, speurend naar een weggestopt visueel grapje. Tati bouwde voor die film Tativille en voor het eerst was te zien hoe groot en gedetailleerd dit decor was. 70mm is al haarscherp en door het licht gebogen scherm zie je nóg veel meer diepte. De ervaring dat je verdrinkt in het beeld is bijna fysiek.

Stategie

Begin jaren vijftig moest de filmindustrie een strategie bedenken om toeschouwers weer de bioscoop in te trekken. Na de oorlog bleven de Amerikanen liever thuis om televisie te kijken. Het aantal televisietoestellen was na de Tweede Wereldoorlog exponentieel gegroeid. Een televisie had in die tijd hetzelfde formaat als een film in de bioscoop: 1,37:1. En televisie was in zwart-wit en had mono geluid. De filmproducenten investeerden daarom in de eerste plaats in kleur en haalden uit de jaren twintig stammende plannen voor breedbeeldsystemen uit de ijskast. Zo werd Widescreen geboren. De bioscoop moest spektakel bieden met onmetelijke filmdoeken waarop kleurrijke historische of avonturenfilms werden vertoond met meerkanaals-stereogeluid. Dan zou de televisiekijker wel uit zijn huiskamer komen. In 1957 persifleerde Fred Astaire deze uitvindingen in het liedje `Stereophonic Sound` uit de musical Silk Stockings: `You gotta have glorious Technicolor, breathtaking CinemaScope and stereophonic sound.`

In 1952 werd Cinerama geïntroduceerd, een van de meest ambitieuze uitvindingen van de filmindustrie. Het was ontworpen om te worden vertoond op een doek met een hoek van 146 graden. Wie op de zesde of zevende rij zat waande zich middenin het spektakel. Het effect was overweldigend en de illusie van driedimensionaliteit zo echt dat kleine oneffenheden, zoals de overlapping van de drie filmstroken, geheel wegvielen. De eerste films waren travelogues, exotische reisfilms met namen als Seven Wonders of the World en South Seas Adventure. Voor de prijs van een bioscoopkaartje was je wereldtoerist. Er werden slechts twee speelfilms met dit kostbare proces gemaakt: de western How the West was Won en The Wonderful World of the Brothers Grimm (beiden in 1962). Veel theaters konden zich Cinerama niet veroorloven: de kosten van verbouwing van bioscoop (inclusief ruimte voor vier projectoren, ééntje extra was nodig voor de geluidsstrook) waren te hoog. CinemaScope was in 1953 het antwoord. Bijna even breed, ook in stereo (geen zeven, maar vier of zeskanaals) en gewoon te draaien met één projector.

Spektakel

Hollywood filmde vooral veel historische films in Widescreen. De eerste CinemaScope film was het bijbelepos The Robe (1953, geadverteerd als `in the modern miracle of CinemaScope`). Vele epische films volgden, vaak met nadruk op `biggest` in de reclamecampagnes (`The BIGGEST Screen Event in History`, stond op de poster van Knights of the Round Table). Enorme veldslagen en intiem psychologisch drama wisselden elkaar hierin af. Je kunt je vergapen aan prachtige decors en meegesleept worden door opzwepende muziek. Die nadruk op spectakel deed regisseur Fritz Lang (in Jean-Luc Godards Le mépris) verzuchtten dat CinemaScope niet voor mensen bedoeld was, maar `alleen voor slangen en begrafenissen`.

Voor een regisseur leverden die grote formaten ook problemen op. Hij moest zijn beelden anders componeren en zo goed mogelijk gebruikmaken van het bijna twee keer zo brede doek. Een kunst op zich, die prachtige films opleverde (Ben-Hur, Ran, Once Upon a Time in the West, 2001 - A Space Odyssey, The Fall of the Roman Empire, Spartacus, The Bridge on the River Kwai). Bergen zijn echt bergen in Widescreen en geen heuvels. Musicals leenden zich prima voor Widescreen. Alle dansers passen gewoon in beeld, wat onvergetelijke scènes opleverde als een arm in arm met zijn vrienden door de straten van New York rolschaatsende Gene Kelly in It`s Always Fair Weather. En zo kreeg regisseur Jean Negulesco in How to Marry a Millionaire Marilyn Monroe, Betty Grable, Lauren Bacall en hun drie mannelijke tegenspelers makkelijk in een kader. De western maakte op weer een andere manier gebruik van de ruimte door de nadruk te leggen op de natuurlijke omgeving waarin de cowboys zich begeven. Het klassieke shot van de cowboy die de ondergaande zon tegemoet rijdt is vele malen indrukwekkender in breedbeeld. Componeren in breedbeeld levert ook gedurfde shots op. Zoals het schitterende shot in David Leans (samen met Akira Kurosawa, Sergio Leone en Anthony Mann een van Widescreens meesters) Lawrence of Arabia waarin we voor het eerst T.E. Lawrence (Peter O`Toole) op het scherm zien opdoemen. Minutenlang volgen we hem als stipje in de zinderende woestijn als hij langzaam op zijn kameel op de toeschouwer afrijdt. Een beeld dat uitstekend gebruik maakt van de breedte van het doek. Het benadrukt de immensheid van de woestijn op een manier die in een klassiek kader niet had gekund.

De weidsheid van het scherm kan ook psychologisch worden gebruikt. Door twee karakters aan weerskanten van het beeld te plaatsen met veel loze ruimte tussen hen in benadruk je hun isolement, hun onvermogen tot communicatie. Michelangelo Antonioni doet iets dergelijks in L`avventura. Zijn personages worden zo gefilmd in het barre landschap dat ze bijna in het niet vallen.

Bij Widescreenfilms hoort een al bijna vergeten fenomeen: dat van de inloopmuziek (de ouverture die uit de luidsprekers schalt als het bioscoopdoek nog gesloten is), pauzemuziek (de entr`acte) en uitloopmuziek (exit music) waarbij je nog vol gedachten over het gebodene in alle rust de zaal kan verlaten of nog even met vol gemoed kunt nagenieten.

Wie een goede filmkopie ziet van een volgens een Widescreenproces gemaakte film geprojecteerd op een doek van minimaal tien meter breedte, zal nooit meer genoegen nemen met welk plasmascherm dan ook. De details in het dit jaar in het Widescreen Weekend in Cinerama vertoonde Hello, Dolly! (een gerestaureerde kopie in 70mm) waren adembenemend. Je ziet dingen in beeld, ook door de scherpte in de diepte, die je op een televisiescherm nooit ziet. En het beste geluidssysteem van de Home Cinema-set kan nog steeds niet op tegen optisch of magnetisch geluid in een bioscoop. Juist in een tijd die zich opmaakt voor digitale projectie is het nodig de glorietijd van vier decennia geleden, waarin superieure verhalenvertellers adembenemende beelden componeerden, actief te blijven herinneren en koesteren. Op een groot doek. De sluiting van Cinerama sluit ook een deur in ons collectieve geheugen.

Van 26 t/m 30 december worden hoogtepunten uit de geschiedenis van Cinerama vertoond, waaronder `Doctor Zhivago`, `The Bridge on the River Kwai`, `How the West was Won`, `The Wild Bunch`, `The Hallelujah Trail`, `55 Days at Peking` en `Gone With the Wind` (geen breedbeeldfilm, wel spektakel).

Inl.: www.filmmuseum.nl. Bellevue Cinerama, Marnixstraat 400, Amsterdam, tel.: 0900-1458, www.pathe.nl of www.widescreenmuseum.com

    • André Waardenburg