Opvolger van Fazio zal aan macht inboeten

De centrale-bankpresident van Italië, Antonio Fazio, is gisteren afgetreden. Zijn opvolger moet een andere positie krijgen.

Hoe machtig zal de volgende president van de Italiaanse Bank zijn? Zonder twijfel minder machtig dan de gisteren afgetreden Antonio Fazio, bij zijn aantreden voor het leven benoemd. Hem wordt mogelijk machtsmisbruik ten laste gelegd rondom de overnames van de bank Antonveneta door ABN Amro. Vandaag al discussieert de Italiaanse ministerraad over een wetsvoorstel van minister van Financiën Giulio Tremonti waarin de zittingstermijn voor de centralebankpresident zal worden teruggebracht tot vijf jaar.

Na het lang verwachte vertrek van Fazio, dat zowel door links als rechts met instemming is ontvangen, kan Italië beginnen met het herstellen van de schade. De grote kranten riepen vanochtend op tot “de noodzakelijke stappen om op de puinhopen die Fazio heeft nagelaten met de wederopbouw te beginnen“, zoals de zakenkrant Il Sole 24 Ore het verwoordt.

Oppositieleider Romano Prodi beklemtoonde dat de nieuwe centralebankpresident “van internationale faam moet zijn en charismatisch“. In de media circuleren de namen van ex-eurocommissaris Mario Monti, de vice-president van Goldman Sachs Mario Draghi, en oud-bestuurslid van de Europese Centrale Bank Tomaso Padoa Schioppa.

Premier Silvio Berlusconi, die Fazio bedankte en zei niet te twijfelen aan diens deugdzaamheid, zei te hopen dat regering en oppositie het gezamenlijk eens zullen worden over de criteria voor het aanstellen van een bankpresident en over diens bevoegdheden. Daarbij zal veel meer politieke eensgezindheid nodig zijn dan de Italiaanse politici het afgelopen half jaar hebben getoond.

Tot het laatste moment hebben ministers en vertegenwoordigers van regeringspartijen geprobeerd Fazio de hand boven het hoofd te houden. Berlusconi riep de bankpresident pas op tot aftreden toen zijn minister van Financiën Domenico Siniscalco wanhopig over zoveel besluiteloosheid zijn ontslag had ingediend.

De enige regeringsvertegenwoordiger die al sinds de Parmalat-affaire van twee jaar geleden (waarbij Italiaanse spaarders 10 miljard euro kwijtraakten) aandrong op Fazio's vertrek, is de huidige minister van Financiën, die vandaag zijn hervormingsplannen voor het spaarwezen en de centrale bank presenteert.

Iedereen is het erover eens dat ook de nieuwe bankpresident onafhankelijk van de politiek moet kunnen opereren. Maar, zo schrijft de krant La Repubblica, “onafhankelijkheid moet niet worden verward met alleen maar verantwoording verschuldigd zijn aan zichzelf“. Fazio ontwikkelde in de twaalf jaar van zijn zittingstermijn een institutioneel autisme dat nooit eerder is vertoond. Andere bankpresidenten hadden overleg met de regering en traden af als ze merkten dat ze geen politieke steun meer hadden. Fazio isoleerde zich, werd nog onbuigzamer als hij kritiek kreeg en beriep zich op de formele regels, die hem inderdaad onaantastbaar maakten.

Hoofdartikel: pagina 9

Portret: pagina 13

    • Bas Mesters