Guinee dreigt af te glijden tot mislukte staat

In Guinee zijn gisteren onlusten uitgebroken na lokale verkiezingen. Een militaire dictatuur dreigt af te glijden tot een mislukte staat. Politiek is een gevoelige zaak in stuurloos Guinee.

un homme écoute la radio, à Labe dans le centre de la Guinée, le 06 mai 2005. AFP PHOTO GABRIEL BOUYS
un homme écoute la radio, à Labe dans le centre de la Guinée, le 06 mai 2005. AFP PHOTO GABRIEL BOUYS AFP

De adviseur van de premier is zo toegankelijk dat je bijna gaat geloven dat in Guinee een nieuwe politieke wind waait. Zonder omhaal maakt de 34-jarige Aboubacar Koulibaly de balans op van de economische hervormingen die een jaar geleden door zijn baas in gang werden gezet. Maar zijn zojuist nog wild zwaaiende, gemanicuurde handen vallen vleugellam op het bureau als de president ter sprake komt. Is die werkelijk te ziek om te regeren? “Dat is niet aan mij om te beantwoorden“, zegt Koulibaly met een blik op de klok. “Ik zie dat ik dringend naar een vergadering moet.“

Politiek is een gevoelige zaak in stuurloos Guinee, een van de laatste militaire dictaturen van West-Afrika. Bang zijn de Guineeërs niet meer voor hun kettingrokende president Lansana Conté, die volgende maand 22 jaar aan de macht is. Bang zijn ze ook niet meer voor de politie, die vergeefs probeert haar laatste restje gezag op te leggen aan het anarchistische autoverkeer in de hoofdstad Conakry. Bang zijn ze wel voor de toekomst, want de onzekerheid groeit met de dag. De 71-jarige Conté heeft diabetes, lijdt vermoedelijk aan leukemie en kan niet meer lopen zonder steun. Sinds enkele maanden gaat het gerucht dat hij regelmatig buiten bewustzijn raakt. Openbare redevoeringen houdt hij niet meer. “De president is onzichtbaar geworden“, zegt een topambtenaar. “Het is onduidelijk wie de dienst uitmaakt.“

Over de verzwakte staatsman wordt niet openlijk gepraat. De pers is gemuilkorfd. De ministers vullen stilletjes hun zakken. Alleen de oppositie roept dat Conté moet opstappen. Na jaren van repressie hebben Contés tegenstanders eindelijk een stem. Zondag werden in Guinee lokale verkiezingen gehouden waar voor het eerst in de geschiedenis geloofwaardige oppositiepartijen aan deelnamen.

De Europese Unie en andere donoren weigeren sinds drie jaar structurele hulp aan de bodemloze put Guinee. Ondanks miljoenen dollars hulpgeld heeft Conakry geen stroom, geen stromend water en geen betaalbare gezondheidszorg. Tachtig procent van de bevolking is werkloos. De verkiezingen zijn de eerste stap van een democratiseringsproces dat de rijke landen nu proberen door te drukken. Als Guinee zich beter gaat gedragen, komt de subsidie weer los. Een laatste redmiddel. Volgens de denktank International Crisis Group dreigt Guinee ,,de volgende mislukte staat“ te worden.

Eerbied voor de leider is de Guineeërs ingehamerd. Guinee was de enige Franse kolonie die in 1958 “nee' zei tegen samenwerking met Parijs na de onafhankelijkheid. Dat gebeurde op initiatief van de nationalist Sekou Touré, wiens motto “liever armoede in vrijheid dan overvloed in slavernij“ het Guinese hart van trots vervulde. Maar Touré ontpopte zich als een hardvochtig socialist. Hij zocht toenadering tot de Sovjet-Unie, dat het tropische land hielp met wegen en sneeuwruimers. Hij voerde een planeconomie in die de landbouw de das omdeed. Critici verdwenen in de martelkamers van de veiligheidsdienst. Onder Touré vluchtten naar schatting twee miljoen inwoners de grens over. Zijn regime sloeg diepe wonden die nog altijd niet zijn geheeld.

Na Tourés dood in 1984 greep een nieuwe despoot de macht. Generaal Lansana Conté beloofde democratische hervormingen na een overgangsperiode. Maar alle macht bleef in handen van de president. De afgelopen twaalf jaar won hij drie door de oppositie geboycotte presidentsverkiezingen. Een grondwetswijziging in 2001 rekte de presidentstermijn op van vijf naar zeven jaar en stelt Conté in staat zich in 2010 opnieuw herkiesbaar te stellen. Het enige instituut dat tijdens zijn bewind niet zwakker maar juist sterker is geworden, is het leger. De vrees bestaat dat het leger het machtsvacuüm zal vullen, als Conté overlijdt.

Rond Conté zwermt een coterie van religieuze raadgevers, van imams tot Afrikaanse marabouts. Een opvolger heeft hij niet geregeld. Of het moet Kerfala Camara zijn, een generaal die als enige hoge officier van zijn generatie mocht aanblijven na een zuiveringsoperatie binnen het leger. Vorige maand werden 1872 officieren plotseling met pensioen gestuurd, onder wie twee generaals en een kolonel die als vertrouwelingen van Conté werden beschouwd. Camara is een Soussou, de stam van de president.

Intussen profiteert een kleine kring mensen van het staatskarkas dat rest na decennia van wanbestuur. De broer en vier vrouwen van Conté doen goede zaken in olie en onroerend goed. De partijbonzen van de PUP, de presidentiële partij voor eenheid en vooruitgang, maken indruk met dure terreinwagens.

De meest opmerkelijke figuur uit zijn vriendenkring is de Mamadou Sylla, een rijstverkoper van eenvoudige komaf die binnen vijf jaar uitgroeide tot de rijkste zakenman van Guinee. Kamara is een beschermeling van premier Cellou Dallein Diallo, die vorig jaar benoemd werd en op zijn verlanglijstje van hervormingen het bestrijden van corruptie heeft staan.

Daar is tot nu toe weinig van terechtgekomen. Premier Diallo heeft de steun van de donorlanden, en dus ook van president Conté. Afgaand op de lauwe belangstelling voor de lokale verkiezingen hebben de uitgeputte Guineërs elk geloof in verandering verloren.

Diplomaten daarentegen blijven krampachtig optimistisch. ,,We zien geen andere uitweg voor Guinee“, zegt een westerse ambassadeur.