Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Enorme brand olieopslag nabij Londen

Bij een serie explosies in een grote olieopslagplaats bij de Britse plaats Hemel Hempstead, even ten noordwesten van Londen, is gisteren de grootste oliebrand in Europa sinds 1945 uitgebroken. De zwaarste knal was tot in een omtrek van vele tientallen kilometers te horen.

Over de oorzaak van de ramp is nog niet veel bekend. De autoriteiten gaan ervan uit dat het om een ongeluk gaat. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de brand is aangestoken of dat er terroristen achter zouden zitten.

Een reusachtige zwarte rookwolk heeft zich sinds zondagochtend verspreid over grote delen van Zuid-Engeland. Ook boven het oostelijke deel van de hoofdstad Londen, zo'n veertig kilometer ten zuidwesten van de brandhaard, werd de hemel gistermiddag inktzwart op een overigens heldere winterse dag.

De bewoners in de wijde omgeving van Hemel Hempstead hebben het advies van de autoriteiten gekregen zoveel mogelijk binnen te blijven. Het inademen van de rookdeeltjes kan schadelijk voor de gezondheid zijn, in het bijzonder voor astmapatiënten.

De vlammen laaiden gisteren af en toe op tot een hoogte van bijna 100 meter.

De brand kan volgens deskundigen nog wel enkele dagen aanhouden.

De brandweer kondigde een poging aan om het vuur te bedwingen met behulp van een kolossale schuimdeken. Ze heeft hier echter veel assistentie voor nodig van korpsen elders in het land. Vanmorgen bestreed de brandweer de brand met 32.000 liter water per minuut uit een naburig meer.

Als door een wonder vielen er geen doden bij de ramp. Wel raakten 43 mensen gewond. Slechts twee van hen verkeren in een kritieke toestand. Het relatief lage aantal slachtoffers was te danken aan het vroege tijdstip waarop de explosies en de brand begonnen.

Toen de eerste ontploffingen zich even na zes uur zondagochtend voordeden op de Buncefield-opslagplaats, bevonden er zich op het terrein zelf slechts tien mensen. Dat is veel minder dan op een gewone werkdag, want dan zijn er meestal enige honderden mensen op de opslagplaats en een belendend industrieterrein.

Het tiental aanwezigen van gisterochtend, onder wie een aantal chauffeurs van tankwagens, wist zich op het nippertje in veiligheid te brengen.

De 26-jarige bewaker van de olieopslagplaats Raheel Ashraf had misschien wel de meest miraculeuze ontsnapping van allemaal. Hij bevond zich net op de tweede verdieping van een gebouw bij de tanks en had al een vreemde geur opgesnoven. Door de kracht van de eerste explosie werd hij tegen de grond gesmeten. Toen hij zijn ogen open deed, zag hij de open lucht boven zich, terwijl om hem heen de meeste muren waren ingestort. Hemzelf mankeerde echter niets. Vanaf de puinhopen van het gebouw wist hij zich vervolgens in veiligheid te brengen.

Omwonenden op een afstand van ruim 500 meter werden veelal in hun slaap verrast door de daverende knal. Een buurtbewoner verklaarde dat zijn hele slaapkamer plotseling oranje werd door de uitstraling van de vlammen. ,,Het hele huis schudde. Ik dacht dat het het einde van de wereld was'', zei hij tegen een verslaggever van The Daily Telegraph. Anderen zeiden uit hun bed te zijn geworpen door de luchtstoot, die met de explosie gepaard ging.

Bijna alle ruiten werden door de enorme explosie verbrijzeld. Verscheidene mensen liepen daardoor snijwonden op. Sommigen werden door glassplinters geraakt, die op hun bed belandden. Ook buiten was de ravage enorm. Overal lagen glasscherven, stukken gordijn en vernielde kerstversieringen op straat.

De alarminstallaties van veel auto's sprongen door de explosies aan. ,,Het leek wel een oorlogsgebied'', verklaarde een andere man uit de buurt. Eén man sliep niettemin door alles heen en moest uren later door een vriend worden bijgepraat.

In totaal evacueerde de politie 2.000 mensen uit de buurt, deels omdat de ruiten niet meer in hun woningen zaten en ze daardoor aan een te grote dosis rook dreigden te worden blootgesteld. In het algemeen reageerden de bewoners en de autoriteiten betrekkelijk laconiek op de gebeurtenissen.

Aanvankelijk was er sprake van een vliegtuigje dat tegen een van de olietanks zou zijn opgevlogen. De politie ontzenuwde deze berichten al snel. Geen enkel vliegtuig was vermist. Medewerkers op het terrein meldden dat vlak voor de eerste explosie de stroom was uitgevallen. Enkele olie-experts veronderstelden dat er ergens in een pijpleiding een lek moet zijn geweest. Bij eerdere controles was de veiligheid van de olieopslagplaats steeds in orde bevonden.

De politie riep de bevolking op niet in paniek naar benzinestations te rijden om extra brandstof in te slaan. Ook al was zo'n 7,5 procent van de totale Britse olievoorraad bij Hemel Hempstead opgeslagen, toch zijn er volgens de politie voldoende reserves om het hele land van olie te blijven voorzien. De opslagplaats bij Hemel Hempstead is de op vier na grootste van het land. Woordvoerders van de olie-industrie verklaarden dat de grote oliemaatschappijen zoveel mogelijk zullen samenwerken om te voorkomen dat er een tekort aan brandstof ontstaat.

Desondanks stonden er hier en daar lange rijen voor de benzinestations, niet alleen in de buurt van Hemel Hempstead maar ook in plaatsen ten zuiden van Londen. Het vliegverkeer werd gisteren niet volledig stilgelegd, al liepen enkele vluchten vanaf Heathrow vertraging op. Ook op het nabijgelegen Luton ging het verkeer grotendeels door. De belangrijkste autosnelweg van Londen naar het noorden, die dicht langs het terrein van de brand loopt, werd wel afgesloten.

De materiële schade van de ramp wordt voorlopig geraamd op zo'n 250 miljoen pond (375 miljoen euro). De meest geraakte oliemaatschappijen zijn Total en Chevron Texaco. Milieudeskundigen dachten vanmorgen met enige preventieve maatregelen het wegsijpelen van kerosine of petroleum in het drinkwater te kunnen vermijden.

De brandweer probeerde vanmorgen te voorkomen dat de brand overslaat naar zeven grote olietanks, die nog in tact zijn. Ze deed dat door een soort gordijn van water op te werpen tussen het brandende deel van het complex en de zeven tanks. Elk daarvan heeft een capaciteit van meer dan 10 miljoen liter.

De laatste grote explosie in het Verenigd Koninkrijk dateert van 1974. Toen kwamen 28 mensen om het leven bij een ontploffing in een chemiefabriek bij de plaats Flixborough in het noordoosten van Engeland.