Nalatenschap van Juliana verdeeld onder prinsessen

De erfenis van prinses Juliana wordt verdeeld. Landgoederen De Horsten gaan naar Beatrix; veel geld en kostbaarheden blijken al verdeeld in de jaren zestig en de Staat koopt grond op.

Notaris Rien Meppelink in Amsterdam had twee maanden geleden 34 pagina's nodig voor de verdeling van de nalatenschap van de vorig jaar overleden prinses Juliana. En dan gaat het nog maar om een deel van de erfenis: de koninklijke landgoederen De Horsten.

Het domein van 405 hectare op de grens van Wassenaar en Voorschoten is bij de verdeling terechtgekomen bij koningin Beatrix. In de notariële akte van 6 oktober staat dat ze niet alleen de grond erft, maar ook de 21 boerderijen, monumenten, villa's en woningen op de landgoederen. In één van de panden, villa Eikenhorst, wonen Willem-Alexander en Máxima.

Beatrix moet het gebruik van De Horsten delen met haar zus prinses Margriet. De landgoederen kwamen weliswaar op naam van Beatrix, maar Margriet kreeg het eeuwigdurend recht van erfpacht en opstal van een klein deel: twee boerderijen en ruim twee hectare grond. Beide boerderijen, aan de Horstlaan in Voorschoten en de Raaphorst in Wassenaar, worden 1 januari vrij van pacht opgeleverd.

De constructie is volgens M.J. van Mourik, hoogleraar erfrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een maatregel die versnippering van de landgoederen moet tegengaan. Van Mourik: ,,Beatrix houdt de blote eigendom van de twee panden en Margriet moet ze, als ze de erfpacht wil vervreemden, eerst aan haar zuster Beatrix aanbieden.''

In de verdelingsakte die de notaris opstelde, staat dat Juliana en Bernhard niet in gemeenschap van goederen waren getrouwd. Op 21 mei 1981 blijkt Juliana haar (laatste) testament te hebben gemaakt. Daarin benoemt ze haar vier dochters tot erfgenamen, ieder ,,voor gelijke delen''. Juliana beschikte over het grootste vermogen van de koninklijke familie, als enige erfgename van haar moeder Wilhelmina.

Als executeur-testamentair trad, na het overlijden van Juliana, de in 1964 door haarzelf opgerichte Stichting Bewind op. In het bestuur zitten de Haagse notaris F. Duynstee, tevens adviseur van advocatenkantoor de Brauw Blackstone Westbroek; P. Nijnens, advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek, en Ch. Baron van Boetzelaer van Oosterhout, ex-bestuurder van Fortisbank Nederland. MeesPierson, huisbankier van de Oranjes, is onderdeel van Fortis.

De Horsten is het eerste deel van de grond van Juliana die verdeeld is. De rest staat in het Kadaster nog op haar naam. Het gaat om 173 hectare en elf panden op en rond de Veluwe, en om landerijen rond paleis Soestdijk (165 ha en 4 panden).

Een deel (90 ha) van de grond rond Soestdijk zal worden aangekocht door de Staat, bevestigt het ministerie van Financiën. Een commissie van deskundigen stelt op dit moment de koopsom vast. De Staat maakt gebruik van het voorkeursrecht. Dat recht kreeg de Staat in 1970 toen paleis Soestdijk voor 1,9 miljoen euro gekocht werd van Juliana. De verkoopakte bepaalde ook dat Juliana en Bernhard levenslang tegen ,,een passende vergoeding'' in het paleis mochten wonen.

Juliana verkocht in 1971 eveneens het Stadhouderlijke Paleis in Leeuwarden voor 129.000 euro aan de gemeente. En in 1990 verkocht Juliana voor 1,5 miljoen euro Paleis Lange Voorhout aan de gemeente Den Haag. Wilhelmina had in 1959 al het kroondomein Het Loo (6.750 ha) nabij Apeldoorn aan de Staat gegeven. De opbrengst (bosbouw) en het gebruik (jacht) bleef echter bij de Oranjes. Ook bedong Wilhelmina dat de Oranjes het kroondomein terugkrijgen als ze geen kroondrager meer zijn, bijvoorbeeld als de monarchie wordt afgeschaft.

De schenking van Het Loo en de verkoop van de paleizen zorgden voor een vermindering van de belastingdruk. De koninklijke familie moet net als alle Nederlanders onroerend goed- en vermogensbelasting betalen. Door de vervreemding konden de paleizen en Het Loo gebruikt worden, maar waren er geen kosten. De andere paleizen – Noordeinde, Huis ten Bosch en Koninklijk Paleis – waren al eigendom van de Staat.

Tot de maatregelen die Juliana nam om de belastingdruk te verlagen kan ook gerekend worden het onderbrengen van geld en kostbaarheden in stichtingen. In 1963 richtte Juliana de stichting Regalia van het Huis Oranje-Nassau op. Die bezit de juwelen en andere kostbaarheden. ,,De Oranjes hebben een grote collectie'', verzekert zilversmid René Brus uit Rijswijk. Hij schreef er een boek over. ,,Tot de collectie behoren zo'n twintig juwelensets. Diademen, saffieren, broches en armbanden met robijnen, smaragden en parels. Ze hebben ook veel losse sieraden.'' Over de waarde doet Brus geen uitspraak. ,,Maar zeker is dat er naast de geldwaarde een grote historische waarde is. Sommige sieraden zijn al driehonderd jaar in de familie.''

De kostbaarheden zijn dan wel ondergebracht in een stichting, maar de erfgenamen behouden de zeggenschap. Het stichtingsbestuur bestaat uit de vier dochters van Juliana - Beatrix, Margriet, Irene en Christina. Juliana wees iedere dochter in een aparte notariële akte ,,een kavel'' met kostbaarheden uit de stichting toe.

Die kavels zijn opeisbaar nu Juliana overleden is. Om de collectie niet te laten versnipperen is er een beperking. De dochters kunnen hun kavel niet meteen te gelde maken. De kostbaarheden moeten eerst te koop worden aangeboden aan de andere erfgenamen.

Een deel van de erfenis blijkt dus al in de jaren zestig verdeeld. Dat geldt ook voor de ,,roerende lichamelijke zaken'' die bij het koningschap horen, zoals rijksappel, scepter en kroon. Die zijn in 1968 door Juliana ondergebracht in de stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau. Beatrix is enig bestuurder van deze stichting. In de statuten liet Juliana opnemen dat de opbrengst van een verkoop van de kroongoederen ten goede komt aan al haar dochters.

Ook een deel van haar geld bracht Juliana in de jaren zestig onder in stichtingen. Juliana schonk vijf miljoen gulden (2,2 miljoen euro) aan een stichting die sindsdien elk kwartaal een bedrag uitkeert aan haar drie jongste dochters. Dat bedrag was in 1968 22.689 euro per jaar en is sindsdien geïndexeerd. Het bedrag zou nu – op basis van het CBS-indexcijfer – per dochter 116.666 euro per jaar zijn.

Juliana schonk in 1969 ook een bedrag van 4 miljoen gulden (1,8 miljoen euro) aan een stichting die na haar dood uitkeringen zou doen aan prins Bernhard. Het kapitaal van deze stichting (gegroeid tot naar schatting 15 miljoen euro) is of wordt verdeeld onder de vier dochters of hun verwanten. Dat gebeurt waarschijnlijk belastingvrij. De koningin mag volgens de Successiewet immers belastingvrij schenkingen doen. En de Grondwet zegt dat Beatrix als koningin geen successierechten hoeft te betalen.

Volgens J. Zwemmer, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zal de koninklijke familie al in de jaren zestig speciale afspraken gemaakt hebben met de belastingdienst. ,,Zulke afspraken zullen zijn gemaakt om te voorkomen dat het vermogen dat de stichtingen uitkeren aan de leden van de koninklijke familie alsnog belast wordt. Wel zullen de jaarlijkse uitkeringen onderworpen zijn aan heffing van inkomstenbelasting.''

Historische en kunstvoorwerpen zijn in 1968 en 1972 ondergebracht in twee andere stichtingen. De een, met de archieven en de bibliotheek van de Oranjes, wordt bestuurd door Beatrix. Willem-Alexander is een van de drie bestuurders van de andere stichting die de museale collecties bezit. Deze stichting gaf vervolgens goederen in bruikleen aan de Oranjes.

Voor hoogleraar Zwemmer zijn de stichtingen een ,,schoolvoorbeeld'' van hoe vermogenden kapitaal in de familie houden. Daarbij hoort ook de clausule in het testament van Juliana die bepaalt dat haar erfenis geen deel kan uitmaken van een gemeenschap van goederen, waarin de dochters gehuwd mochten zijn.

Over de bezittingen van Juliana, en de verdeling, worden geen officiële mededelingen gedaan. De rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verstrekt geen details over de zakelijke en privé-belangen van de leden van het koninklijk huis.

Van officiële zijde blijft het bij summiere informatie op de internetsite van de RVD (www.koninklijkhuis.nl). Wel waren er uitlatingen van prins Bernhard. Hij weersprak dat Juliana miljarden had. De prins schatte in een vraaggesprek met de Volkskrant vorig jaar het vermogen dat hij en zijn vrouw zouden nalaten op 150 tot 200 miljoen euro.

Hoogleraar Van Mourik noemt het een ,,verdedigbare visie'' om de openbaarheid van de zakelijke belangen van de koningin te bepleiten. Van Mourik: ,,Ze is lid van de regering. Terwijl andere leden van de regering verplicht zijn hun privé-belangen en zakelijke belangen op te geven, hoeft de koningin dat niet. Dat is raar omdat zij een grote directe en indirecte invloed heeft op staatszaken. Die zou ze ook kunnen aanwenden voor eigen belangen. Daarom zou het niet vreemd zijn om deze transparant te maken.''