Het nieuws van 10 december 2005

Lamskofta met yoghurtsaus

Het gehakt voor de lamskofta, gegrilde lamsgehaktrolletjes, wordt op het Turkse platteland nog in een vijzel fijngemaakt. Een tijdrovend werkje. Met een elektrische keukenmachine is het gehakt met een fijne structuur snel klaar. Begin met houten satépennen in water te leggen. Neem 2 of 3 pennen per persoon. Het aan deze pennen geregen gehakt wordt gegrild. Omdat de houten pennen nat zijn zullen ze tijdens het grillen niet verbranden. Schep de yoghurt in een kom. Roer de fijngehakte munt en naar smaak zout door de yoghurt. Strooi er een beetje paprikapoeder op. Zet de afgedekte kom op een koele plaats. Snijd het vlees dat van de bout of de borst wordt gesneden in dobbelstenen. Snijd de gepelde ui in stukken. Doe de stukken ui, de gepelde knoflooktenen, het vlees, ei, zout, alle gemalen specerijen en de maïzena in de kom van de machine en meng alles tot gehakt met een fijne structuur. De maïzena zorgt ervoor dat het gehakt tijdens het grillen niet uit elkaar valt. Maak van dit gehakt met vochtig gemaakte handen kleine worstjes en druk deze plat tot een kofta. Steek in elke kofta een satépen. Verhit ongeveer een eetlepel olijfolie in een grilpan. Verdeel de olie over het oppervlak van de pan en gril de kofta aan beide kanten lichtbruin en nèt gaar. Leg de kofta op een schaal. Bestrooi ze met de pijnboompitten die in enkele druppels olie lichtbruin zijn geroosterd en de platte peterselie. Eet bij dit gerecht de reeds klaargemaakte yoghurt, warm Turks brood en eventueel nog een gemengde salade, waarin behalve sla ook tomaat, komkommer en feta is verwerkt.

Uitdaging van crossmediale concepten in mediawereld

Het artikel `Hilversum is boos' in NRC Handelsblad van 2 december zal niemand vrolijk stemmen. Een dalend marktaandeel, minder kijkers, afnemende reclame-inkomsten en een daardoor oplopend tekort van 112 miljoen in 2007 zijn het begin van een neerwaartse spiraal die de raad van bestuur met zijn voorstellen wil doorbreken.

De raad van bestuur kiest voor een ingrijpende verandering in de ordening van de programmering over de drie netten. Daarbij benadrukt de voorzitter dat daarmee ook wordt beoogd de kijkers tussen de 20 en 40 jaar weer terug te halen naar de publieke omroep. Afgezien wat je van de voorgestelde ordening kunt vinden, ben ik van mening dat de voorstellen te eng zijn. Waarom heeft de raad van bestuur de kans niet gegrepen om naast de programmering van de tv ook de andere mediaplatformen als internet, radio en mobiele telefoon bij de plannen te betrekken? De raad van bestuur kiest nu voor `driving forward, looking in the rearview mirror' en dat schiet niet echt op.

In toenemende mate worden in de mediawereld crossmediale concepten en businessmodellen ontwikkeld. Zo heeft Stephen Grabiner, de Britse durfinvesteerder van Apax en commissaris bij PCM, het concern opgedragen te innoveren en daarbij ook radio en televisie te betrekken. De samenwerking tussen kranten en omroep werd onlangs aangekondigd onder het motto `de lezer is ook kijker en luisteraar'. Op zich niets nieuws, maar mede dankzij de digitale technologie is het een uitdaging die de raad van bestuur kennelijk (nog) niet wil aangaan. Het valt te betwijfelen of daarmee de kijkers tussen de 20 en 40 jaar, de generatie die met de muis is opgegroeid, terugkomen naar de publieke omroep.

Er rest ons slechts de hysterie en de waan van de dag

Paul Scheffer slaat in zijn artikel `De implosie van vertrouwen is van eigen makelij' (Opinie & Debat, 26 november) de spijker op zijn kop. Zijn analyse dat in Nederland een totale relativering van de eigen cultuur, slecht onderhouden van vitale instituties van onze cultuur (onderwijs, politiek, middenveld, individueel contact) en een erosie vanuit het centrum van Nederland (i.e. de intellectuele en politieke voorhoede ) hebben geleid tot de huidige problemen, is met legio voorbeelden uit de praktijk van het universitair bedrijf te onderschrijven. Het beste is dit te zien in het filosofieonderwijs. Waar filosofie voorheen werd beschouwd als antwoord verstrekkend op de vraag `hoe te leven?', is ze sinds de introductie van het nieuwe curriculum van de `generatie '68' verworden tot een verheffen van marginalisering en een concurrentieslag in deconstructie. Met Nietzsches adagium: `Er is geen waarheid; alles is interpretatie' heeft de filosofie onder denkers als Foucault, Derrida en Rorty slechts één adagium in haar vaandel, namelijk `weg met onszelf'. Alle autoriteiten en absolute overtuigingen zijn inmiddels ontmaskerd als hersenschimmen en wat voorheen waarheid, betekenis en objectiviteit was, is nu gedevalueerd tot een eigen mening, uitingen van blinde machtsdrift en westers imperialisme. Wie zich verzet tegen deze opvattingen, wordt met het eeuwige gelijk van de welbespraakte cynicus tot de orde geroepen en komt niet door de studie heen tenzij hij/zij zich schikt en plooit in de postmodernistische canon waar alles en iedere uiting van cultuur gelijkgeschakeld is tot een genivelleerde wanorde. Want waarom zou Amos Oz beter schrijven dan Dan Brown?