Dansen in brandende muiltjes

Alleen de wraak is zoet in de oorspronkelijke versie van de sprookjes van Grimm. Nieuwe vertalingen laten zien dat slechts `Hans en Grietje' zijn oorspronkelijke wreedheid heeft behouden.

De sprookjes en volksverhalen die de Gebroeders Grimm bijna twee eeuwen geleden als taalwetenschappers verzamelden, inspireerden talloze auteurs, illustratoren, filmmakers – onlangs nog maakte Terry Gilliam The Brothers Grimm – en componisten (Tsjaikovski, Engelbert Humperdinck). Maar bovenal zijn het de door Grimm bezielde creaties van Walt Disneys zoete sprookjesfiguren als Sneeuwwitje en Doornroosje, die je dagelijks treft in televisiereclames, op huishoudelijke producten en als speelgoed.

Naast invloedrijke standaardwerken als de nieuwe Bijbel van vorig jaar en de onlangs herziene Grote Van Dale, mag de nieuwe Grimm dan ook niet onopgemerkt blijven. De 200 volksprookjes zijn door Ria van Hengel bewonderenswaardig zorgvuldig opnieuw vertaald. En Charlotte Dematons voorzag de sprookjes van 450 indrukwekkende kleurenillustraties.

Dematons moet de 200 volksverhalen nauwgezet hebben gelezen en geïnterpreteerd, want haar fijne penseeltekeningen weerspiegelen voortreffelijk de diversiteit van de sprookjes. Bovendien stimuleren ze de verbeeldingskracht zoals de oorspronkelijke heidense, anonieme volksvertellingen dat ook gedaan moeten hebben, toen ze nog werden doorverteld door vrouwen tijdens hun huishoudelijke werkzaamheden, door landarbeiders op de akkers, of door vissers en zeelieden die terugkeerden van verre reizen.

De prinses in het openingsverhaal `De kikkerkoning of IJzeren Hendrik', is een paginagrote romantische prinsessenverschijning wier schoonheid wordt benadrukt door een oranje zonnegloed. In het lichtvoetige `De twaalf luie knechten' zie je een gestileerd plaatje van twaalf eender geklede luiaards liggend op een rij. En het smalle blauwmistige bos waarin Hans en Grietje als minuscule stipjes zichtbaar zijn en tussen stammen verdwijnen die tot ver voorbij de hemel reiken, suggereert een gevoel van verlorenheid en staat treffend symbool voor het leven waarin wij onze weg proberen te vinden.

Brandende oven

`Hans en Grietje' is een van de weinige sprookjes die wij ons net zo gruwelijk herinneren als het ooit door de Grimm-broers is opgetekend. Iedereen kent de scène waarin Grietje de gemene heks de brandende oven induwt en haar vervolgens jammerlijk laat verbranden. Maar wie kent het grimmige en bevreemdende slotakkoord van Grimms `Sneeuwwitje', waarin de slechte koningin in rood verhitte ijzeren muiltjes moet dansen tot ze dood op de grond neervalt? Of de bloedige beschrijving van de scène in `Assepoester' wanneer de stiefzusters een stuk teen en hiel afhakken om hun voeten passend te krijgen voor Assepoesters schoentje? (Een scène die misschien haar oorsprong heeft in de Chinese oer-Assepoester Yeh-hsien, wier verhaal in 850 is opgetekend door Tuan Ch'eng-shih). Of het meedogenloze slot van Assepoester waarin de stiefzusters door duiven een oog wordt uitgepikt?

Toch zijn slachtpartijen en wrede taferelen niet alleen eigen aan de Grimm-sprookjes. Toegegeven, Charles Perraults Assepoester in zijn Sprookjes van Moeder de Gans (1697) is heel wat vergevingsgezinder dan Assepoester in Grimm. Maar dat geldt niet voor álle versies. In het prachtig uitgegeven The Annotated Brothers Grimm wijst Maria Tatar, hoogleraar Duits op Harvard, terecht op de Indonesische Assepoester (een van de 345) die haar stiefzuster in een ketel kokend water onderdompelt, het lichaam in stukjes snijdt, zout toevoegt en als `vleesmaaltijd' aan haar stiefmoeder opdient.

Andere elementen in de Grimm-sprookjes, vertelt Tatar in haar begeleidend essay, wijzen echter wél op door de tijdgeest ingegeven veranderingen van de broers. Jacob en Wilhelm werden in 1785 en 1786 in Hanau als oudste twee van zes kinderen geboren in een gezin dat behoorde tot de gegoede burgerij. Gedurende hun rechtenstudie ontwikkelden ze een bovengemiddelde belangstelling voor de oude Duitse taal en geschiedenis, zoals dat gold voor veel idealistische jongeren in de onrustige beginjaren van de negentiende eeuw. In het heersende romantisch-nationalistische klimaat werden de broers door een van de voorvechters van de romantiek, hun vriend Clemens Brentano, aangezet tot het verzamelen van volksoverleveringen. Aanvankelijk beoogden ze een wetenschappelijk project dat erop moest toezien de traditionele plattelandscultuur en vertelkunst te beschermen tegen de oprukkende industrialisatie. De puurheid van de volksverhalen mocht niet verloren gaan. In 1812, bij verschijning van de eerste editie van de Kinder- und Hausmärchen schrijft Wilhelm Grimm in zijn voorwoord (opgenomen in The Annotated Brothers Grimm): `Daar waar de verhalen nog bestaan en levend worden gehouden, maakt niemand zich zorgen over hun goede, slechte, poëtische of vulgaire karakter. [...] We zijn ook niet van plan ze op te hemelen of ze te verdedigen tegenover andersdenkenden: hun bestaan alleen al is voldoende ze te beschermen'.

De sprookjesverzameling had groot succes, ook buiten wetenschappelijke kring, en leidde tot een minder wetenschappelijke houding van Wilhelm Grimm. Hij maakte gebruik van rijm, herhalingen en introduceerde `er was eens', om de poëzie van de verhalen beter tot haar recht te laten komen. Bovendien werden de sprookjes uitgebreid, geromantiseerd en gekuist. Biologische moeders werden door stiefmoeders vervangen ter bescherming van het `heilige' moederschap.

Alle wijzigingen leidden tot de uiteindelijke zevende, laatste editie van 1857, die door vertalers – ook door Tatar en Ria van Hengel – meestal als basistekst wordt gebruikt.

Toch hebben de Grimms het platte ongekunstelde karakter van de vertellingen in ere gehouden. Iedereen die uit de nieuwe Grimm voorleest – de beste manier om door te dringen tot het hart van de volksverhalen – hoort dat de sprookjes vermoedelijk nog steeds klinken als in langvervlogen tijden. Van Hengel heeft de ritmiek van de ooit mondeling vertelde sprookjes treffend gevangen en een prachtige balans gevonden tussen modern en traditioneel Nederlands. Het `aldaar' en `daar' uit de vertaling van 1974 is veelal vervangen door het doeltreffende `toen'. `Ze schreide daarbij zo hevig', is bijvoorbeeld gemoderniseerd tot `ze moest zo erg huilen'. Maar gelukkig plant Assepoester nog steeds een `twijg' op haar moeders graf en trouwt een prins zijn `gemalin'.

Minimaal

Het siert Van Hengel dat ze minimaal interpreteert. Ze behoudt zo de universaliteit en eenvoudige compositie van de sprookjes en ze geeft je ruimte, als bij een toverspiegel, je eigen beelden te vormen en betekenis aan de verhalen te geven. De sprookjes zijn geen uitgespelde verhalen, maar vertellen over het leven. `Hans en Grietje' vertelt over honger, `Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak' over het verlangen van de eenvoudige man naar economische welvaart en `De drie veren', waarin de zweefrichting van de genoemde veren de levensloop van drie broers bepaalt, hoe afhankelijk je bent van toeval en hoe slechts geluk je heldendom brengt.

De Britse literatuurwetenschapper en schrijfster A.S. Byatt schrijft daarom in haar introductie van The Annotated Brothers Grimm dat de sprookjes minder deugd prediken dan algemeen wordt aangenomen en waarschuwt terloops de mensen die met hun interpretaties het mysterie van de verhalen doden. `We houden van ze [de volksverhalen] zonder na te denken waarom', schreef Wilhelm Grimm al in 1812, die bovendien benadrukte dat de sprookjes nooit waren bedoeld om te onderwijzen.

De sprookjes, schrijft Byatt, vormen `the narrative grammar of our minds'. Ze zitten in onze genen. Ze zijn er omdat ze verteld willen worden. En ze werden verteld om te amuseren, te troosten en hoop te bieden. Iedereen zou daarom behalve de Bijbel, Homerus' Odyssee en nog een handjevol klassiekers, Grimm in huis moeten hebben. Om het leven te kunnen leven – lang en gelukkig.

Grimm. Volledige uitgave van de 200 sprookjes verzameld door de gebroeders Grimm. Vertaald door Ria van Hengel en geïllustreerd door Charlotte Dematons. Lemniscaat, 558 blz. €24,95 Jacob and Wilhelm Grimm: The annotated Brothers Grimm. Bezorgd en vertaald door Maria Tatar. W.W. Norton, 462 blz. €35,49

    • Mirjam Noorduijn