Strijd om de macht over de euro barst los

Ooit was het een doodzonde, nu bemoeit de Europese politiek zich openlijk met het rentebeleid van de Europese Centrale Bank.

Wie heeft in Europa de macht over de euro? Die vraag dringt zich op nu de politiek openlijk botst met de technocraten. Morgen vergadert de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt over het rentebeleid. De bankiers zijn strikt onafhankelijk en hebben tot taak de inflatie in de eurozone onder controle te houden. De ECB is de laatste jaren buitengewoon toegeeflijk geweest met zijn rentebeleid: de rente staat al 30 maanden op het historisch zeer lage niveau van 2 procent. Dat kon, want de inflatie was laag en de economische groei teleurstellend.

De hoge olieprijzen hebben de inflatie nu opgejaagd naar rond 2,5 procent en dat is hoger dan de maximaal 2 procent waar de ECB naar streeft. Bovendien lijkt het economische herstel in de eurozone in het derde kwartaal te hebben doorgezet. Daarnaast groeit de hoeveelheid geld in omloop al tijdenlang dubbel zo hard als de ECB wil. En hoe meer euro's er rondklotsen in het financiële systeem, hoe groter de kans dat er vroeg of laat inflatie doorsijpelt in de reële economie. ECB-president Trichet liet er anderhalve week geleden op een bankiersconferentie dan ook weinig twijfel over bestaan dat de rente morgen wordt opgeschroefd. Op de financiële markten staat dat zo goed als vast.

De technocraten uit Frankfurt hebben gesproken, maar de politiek in Brussel roert zich. Was het in de eerste jaren na de invoering van de euro een doodzonde zich te bemoeien met het onafhankelijke rentebeleid, de laatste maanden laat de politiek alle teugels vieren. De van oudsher Franse wens om het rentebeleid ondergeschikt te maken aan politieke doelstellingen ligt nog maar nauwelijks onder de oppervlakte. Gisteren zei de Luxemburgse premier Juncker, die voorzitter is van de groep van ministers van Financiën van de eurolanden, openlijk dat een renteverhoging een slecht idee is. ,,Wij vinden dat de vooruitzichten voor inflatie niet zorgelijk genoeg zijn voor deze stap'', zei hij tegen het Europees Parlement. ,,De ECB moet zich bewust zijn van de gevolgen die een renteverhoging heeft voor de economische groei in Europa.''

Juncker, die handelt op instructie van zijn collega-ministers, kreeg gisteren steun van de denktank van de industrielanden, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Die stelde in haar halfjaarlijkse vooruitzicht voor de economie dat een Europese renteverhoging nog ten minste een halfjaar zou moeten uitblijven om het herstel van de euro-economie een kans te geven.

Nu is het opschroeven van de rente met een kwart procentpunt marginaal en Trichet heeft al gezegd dat dit niet het begin hoeft te zijn van een reeks van verhogingen. Maar zelfs dan tekent zich een steeds openlijker machtsstrijd af tussen de centrale bankiers die prijsstabiliteit nastreven, en politici die economische groei en werkgelegenheid prioriteit geven. ECB-president Trichet kampt daarbij met een vermoede onenigheid in eigen kring, want ook de achttienkoppige raad van bestuur van de ECB lijkt niet unaniem over het rentebeleid. Trichet zal morgen op de vergadering zijn autoriteit moeten laten gelden. Gezien zijn uitspraken over de rentestap kan de ECB-president niet meer terug zonder geloofwaardigheid te verliezen tegenover de financiële wereld. Maar als hij doorzet, riskeert hij de ECB neer te zetten als een dogmatisch instituut dat geen oog heeft voor de werkelijkheid. Want wat als de economische groei straks weer tegenvalt? Dan heeft de ECB het gedaan en wordt hij kwetsbaarder voor de aanhoudende aanvallen uit Brussel. De ironie dat die belegering uitgerekend gericht is op een Franse ECB-voorzitter zal Frankfurt niet ontgaan.