Niet de waarheid maar het gedrag telt

Het antwoord op de vraag: wat te doen met artikel 23 ligt besloten in een brief van vier pagina's die Blaise Pascal in 1661 schreef, betoogt Frank Ankersmit.

De ophef over het pleidooi van het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) om artikel 23 van de Grondwet te schrappen, doet niet af aan het feit dat zij de afschaffing van dit artikel ten onrechte aan de orde stelde. Verre daarvan. Het gaat haar immers om de vraag in hoeverre het bijzonder onderwijs een obstakel vormt voor de integratie van religieuze minderheden in de samenleving. Zij wijst er daarbij op hoezeer religieuze verdeeldheid het weefsel van de samenleving vernielen kan. We hoeven maar terug te denken aan de godsdienstoorlogen uit de 16de eeuw – waaruit ons land geboren werd – om haar gelijk in te zien.

Maar ook Hans Wiegel, haar tegenstrever in dit debat, heeft gelijk wanneer hij op pacificatie aandringt. Ook hier is het verleden een goede gids. Want het succes van ons land in de 17de eeuw lag mede daarin dat men zo verstandig was om religieuze conflicten nooit op de spits te drijven.

De vraag is dan wat te doen als zowel Hirsi Ali gelijk heeft met haar zorg voor religieuze conflicten als Wiegel met zijn streven naar pacificatie. Het antwoord daarop werd gegeven met een brief die Pascal schreef in 1661, een jaar voor zijn dood, over precies dit probleem. Het is een korte brief van minder dan vier pagina's, maar die desondanks gerekend wordt tot het allerbeste dat ooit geschreven werd over het probleem hoe met elkaar samen te leven in een maatschappij die religieus en cultureel tot op het bot verdeeld is. Kern van Pascals redenatie is dat in die omstandigheden niet waarheid maar gedrag beslissend is. Gewoonlijk is waarheid de arbiter in onze conflicten en meningsverschillen met anderen. We zijn het met elkaar oneens – en beslissen dan over ons meningsverschil op basis van wat we allebei voor waar houden.

Maar, zo zegt Pascal, als je geen gemeenschappelijke waarheid hebt, dan werkt dit niet. Met meningen en waarheid kom je er dan niet uit. Het enige alternatief is dat je dan de `diepte' van waarheid en opinie verruilt voor de `oppervlakte' van het gedrag. Waar de alledaagse omgang met elkaar probleemloos verloopt, is dat dan de enige basis waarop je terug kan vallen. Vandaaruit kun je proberen hoever je kunt komen op het terrein van opinie en van waarheid. Dat zal niet makkelijk zijn en zal zeker op korte termijn weinig resultaat opleveren.

Helaas, het is niet anders. Maar het is in ieder geval veel beter dan met de waarheid te beginnen. Want dat maakt de de kloof dieper, en het misverstand erger.

Wat dat betekent voor de thematiek van artikel 23, zal evident zijn. Met het opheffen van moslimscholen begin je aan het verkeerde eind, namelijk met dat van de waarheid. Als Pascal gelijk heeft, is het beter om aan het andere einde te beginnen: met het gedrag, en te zien hoever je vandaaruit komen kan.

Dat geldt natuurlijk wel voor beide kanten. Daarom getuigde de imam die destijds weigerde minister Verdonk een hand te geven, van een volkomen onbegrip van de situatie waarin hij en zijn geloofsgenoten zich in dit land bevinden. Juist in dat soort zaken moet het beginnen. En dat zag hij niet. In feite was dat ernstiger en verontrustender zelfs dan de moord op Van Gogh.

De autochtone Nederlanders hebben het volste recht erop te wijzen dat integratie zonder concessies nooit gerealiseerd kan worden. Maar de waarheid is iets voor later, wellicht zelfs voor veel later.

Het is daarom het beste om vooralsnog in moslimscholen te berusten, zolang de Nederlandse rechtsorde en het discriminatieverbod daar gerespecteerd worden.

Frank Ankersmit is hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en mede-opsteller van het Liberaal Manifest.