Nederland niet gehoorzaam aan VS

De animo om mee te doen aan de missie in Uruzgan is niet erg groot bij het kabinet. De situatie daar is verre van duidelijk. En laat eerst de VS openheid geven over hun kampen.

Als de voortekenen niet bedriegen, gaat Nederland voor de tweede keer binnen één jaar de Amerikaanse bondgenoten teleurstellen. Begin dit jaar ging het om een verlenging van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak, waarvan Nederland afzag. Een paar maandjes maar, was het Amerikaanse verlangen, dat met veel diplomatieke druk werd geventileerd.

Het kabinet, in de persoon van minister Kamp (Defensie), bleef toen echter onvermurwbaar: het was wat Nederland betreft mooi geweest in Irak. Wél was Nederland bereid om met commando's en mariniers deel te nemen aan de vechtoperatie Enduring Freedom in het zuiden van Afghanistan. Een duidelijk geval van wit voetje halen bij Nederlands grootste bondgenoot.

Maar de geschiedenis dreigt zich binnen een jaar te herhalen. Nu gaat het om deelname aan de NAVO-operatie ISAF in Afghanistan, die gericht is op bestuurlijke opbouw van dit chaotische land. Nederland draagt in het relatief rustige Noorden van het land nu al bijna twee jaar vol overtuiging honderden militairen bij aan ISAF. De strategie van de NAVO is om – elke keer wanneer de Amerikanen met `hun' vechtmissie Enduring Freedom een Afghaanse provincie hebben gezuiverd van Taliban en terroristen – er in het kader van ISAF een zogeheten PRT (Provincial Reconstruction Team) in te richten.

Nederland, daartoe aangezocht door secretaris-generaal van de NAVO De Hoop Scheffer, had eerder dit jaar al principiële bereidheid getoond in de centrale provincie Uruzgan bij te dragen aan ISAF, wanneer daar komend voorjaar de Amerikanen met hun vechtopdracht klaar zouden zijn. In dat geval zou de Nederlandse militaire aanwezigheid in het noorden van het land worden afgebouwd – het ligt in de bedoeling van minister Kamp dat zich niet meer dan 1.100 Nederlandse militairen tegelijk in Afghanistan zullen bevinden.

Het probleem voor politiek Den Haag is dat Enduring Freedom in Uruzgan door de Amerikanen misschien wel in het voorjaar beëindigd wordt, maar dat het gebied daarmee nog lang niet gepacificeerd lijkt. Er is eerder, in heel Zuid- en Midden-Afghanistan, sprake van een heropleving van militaire activiteiten door de Taliban, lokale warlords en allerlei ander militair ondernemerschap. Te vrezen valt dat de militante groeperingen die in Irak de Amerikanen en Britten met aanslagen effectief lijken te verlammen, deze knowhow naar Afghanistan exporteren. Ook daar worden de politieke doelstellingen om democratie, vrede en centraal bestuur te brengen, steeds vaker ondermijnd.

Onder deze omstandigheden komt er van vredesopbouw, zoals de Nederlanders die in het noorden van Afghanistan bedrijven, natuurlijk weinig terecht – het risico bestaat dat het onder de ISAF-vlag toch vechten wordt.

De eerste zorg van het kabinet vormt niet dat het in Uruzgan te gevaarlijk is. De afgelopen jaren heeft binnen de Defensieorganisatie en ook in politiek en samenleving de opvatting postgevat dat een beroepsleger tegen gevaren opgewassen moet zijn. Maar die gevaren moeten wel calculeerbaar zijn. Calculeer volgens het zogeheten Toetsingskader, een checklist die de regering bij vrijwel elke militaire missie in het buitenland voorlegt aan de Tweede Kamer, in het streven naar parlementair draagvlak bij missies.

Op die checklist scoren de plannen voor Uruzgan voorshands niet hoog. En in hoeverre de ISAF-opdracht strookt met de werkelijke situatie ter plaatse is vaak onduidelijk. Wat er gebeuren moet wanneer de troepen van ISAF in grote moeilijkheden komen en geëvacueerd moeten worden, is ook onduidelijk. En zo zijn er nog vragen te over.

Bij het kabinet is daarom de animo om de eerdere principiële toezeggingen gestand te doen de afgelopen maanden zienderogen afgenomen, getuige het vermoedelijk opzettelijke uitlekken van een rapport van de militaire inlichtingendienst MIVD, dat een missie in Uruzgan zeker doden zou kosten.

De diplomatieke druk op Nederland is ook deze keer niet mals: een hoge Amerikaanse ambtelijke delegatie komt vandaag in Den Haag het kabinet alsnog overtuigen. Secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer debiteert in het openbaar allerlei sombere verhalen over de `imagoschade' die Nederland zou oplopen door eerst toe te zeggen en dan vervolgens terugtrekkende bewegingen te maken.

Een van de weinige lichtpuntjes is dat Nederland inmiddels nog een uiterst eerbaar, bijkomend excuus heeft om ten aanzien van Amerikaanse verlangens terughoudendheid te betrachten – de voortdurende schandalen rond de Amerikaanse naleving van het humanitair oorlogsrecht, laatstelijk versterkt door de geruchten over clandestiene CIA-kampen in Europa. In ieder geval moet er eerst duidelijkheid komen over deze kampen en de transporten, vindt het Nederlandse kabinet.