Maastricht: helft coffeeshops stad uit

Maastricht wil de helft van de zestien coffeeshops in de gemeente verplaatsen naar de rand van de stad, bij voorkeur aan de landsgrens. Het college van B en W stelt dat voor aan de gemeenteraad, die daar op 20 december over vergadert.

Burgemeester G. Leers en zijn college willen met het plan de overlast van de coffeeshops in het centrum bestrijden. De verhuizing – in woonwijken moeten de coffeeshops allemaal weg – kan volgens B en W alleen op basis van vrijwilligheid tot stand komen. De overlast is immers nooit direct aan één coffeeshop toe te wijzen, en daardoor is een gedwongen verplaatsing onhaalbaar.

Het spreiden van de coffeeshops is volgens B en W ,,een belangrijke wijziging'' ten opzichte van het oude beleid. Daarin pakte Maastricht de overlast aan met het stelsel van het `afnemend maximum': een coffeeshop die zijn deuren sloot, mocht niet worden vervangen. Dat beleid is volgens B en W niet te handhaven door de ,,enorme toename van het aantal drugstoeristen''. Volgens het college worden de coffeeshops in Maastricht jaarlijks bezocht door 1,1 miljoen klanten, van wie de meesten uit het buitenland komen.

In het voorstel melden B en W ook dat zij bij het kabinet blijven pleiten voor het regelen van de `achterdeurproblematiek'. Bij de `achterdeur' leveren producenten hun producten aan. Coffeeshops mogen hasj en wiet verkopen, maar de teelt daarvan wordt niet gedoogd. Volgens B en W is een groot deel van de cannabisproductie in handen van de georganiseerde misdaad. Leers zal vrijdag in zijn stad samen met de Tweede-Kamerleden Albayrak (PvdA), Van der Ham (D66) en Weekers (VVD) het `Manifest van Maastricht' ondertekenen. Daarin pleiten zij voor een pilotproject waarbij teelt van en de handel in cannabis worden gereguleerd.