Koude zolders vol dure kunst

Het Frans Halsmuseum in Haarlem kwam in het nieuws wegens de plannen om twee schilderijen uit zijn collectie te verkopen om de bouw van een nieuw depot te kunnen financieren. Verkeert het depot van het museum werkelijk in zo'n slechte staat?

Anke van der Laan gaat voorop door de zalen. We zijn hier niet voor de Frans Halsen of de expositie over Saenredam, maar we zijn op weg naar de depots op zolder. Die zijn er volgens het hoofd presentaties van Frans Halsmuseum zo slecht aan toe dat het echt niet langer kan.

Dat er iets mis is met de opslag van ongeveer 16.000 objecten, waarvan 7.500 schilderijen, is eigenlijk geen nieuws. Al jaren geleden hebben Kamerleden hoofdschuddend rondgekeken in het museum. Rapporten uit 2001 noemen de situatie `totaal onverantwoord'. De gemeente worstelt al twintig jaar met het probleem. Sinds vijf jaar wordt aan een oplossing gewerkt. De kosten van een nieuw depot zijn geraamd op 5 miljoen euro en Haarlem kan er maar 2 miljoen voor vrijmaken. Daarom is nu het plan opgevat om de rest te financieren met de verkoop van twee schilderijen uit de collectie.

De problemen rondom het depot worden snel duidelijk wanneer Van der Laan een deur opent op de eerste etage van het zeventiende-eeuwse oudemannenhuis – een sfeervol gebouw rondom een grote binnenplaats – waar het museum sinds 1913 is gehuisvest. We gaan een trap op met ongelijke treden, beplakt met geelzwarte gevaartape en een waarschuwing tegen hoofdstoten. Het daglicht kiert langs de dakpannen. Op de overloop staan twee beelden ingepakt in dikke lagen plastic. De rechter heeft een hoed op. In hun plastic jas houden ze het nog een beetje warm. Want hier in het beeldendepot kan het vriezen, zegt Van der Laan. Vocht en temperatuurschommelingen hebben vrij spel. ,,Dit depot is het slechtste. Het is niet geïsoleerd, er zijn geen compartimenten, het is zeer brandgevaarlijk en er is geen sprinkler.''

Uit voorzorg is een deel van de beelden ondergebracht in het depot van Beelden aan Zee in Scheveningen. Ook heeft het museum 23 containers met kunst opgeslagen bij een Haarlems verhuisbedrijf. ,,Ze zijn daar beter af dan hier'', vertelt Van der Laan. ,,Maar ook die containers zijn niet geklimatiseerd. Daar wil je niet te veel over nadenken.''

In de volgende ruimte staan schilderijen in een lange stellingkast. Langs de muren antieke meubels, hier en daar bedekt met een laken. Versleten, grijs linoleum ligt op de vloer. Het dak is hier afgewerkt, zodat je de pannen niet ziet. Het is minder koud, maar ook hier zijn de luchtvochtigheid en temperatuur niet stabiel.

De volgende deur opent een zolder van twintig meter lang en een meter of acht breed. Langs de rechtermuur dertig gangetjes van ijzeren rekken waaraan grote en kleinere schilderijen zijn opgehangen. In de gangen staan andere doeken op de grond. Het is de ,,B-collectie'' van het museum, werk dat vrijwel nooit wordt geëxposeerd. De rekken zijn bruin van de roestaanslag. Het verblijf op zolder doet de kunst evenmin goed. Op sommige doeken zijn plaatsen waar de verf loslaat afgedekt met rijstpapier. Op het grote negentiende-eeuwse doek De graflegging zijn het er wel dertig. ,,Verf krimpt als het kouder wordt langzamer dan de drager'', zegt Van der Laan. ,,Zelfs gerestaureerd werk is na tien jaar weer terug bij af. Voor de restaurateurs is het een gruwel.''

Ook in andere gangen zie je afschuwelijk leed. Van een boerenlandschap met bomen is het centrale deel in een witte waas verdwenen. Van een paneel uit 1535 met een ernstige man met doodshoofd zijn snippers verf afgespat. Hier en daar zie je het kale hout. Op de grond staat een grondig in plastic verpakt schilderij. Het gezicht van een man of vrouw schemert er door heen. Op papieren plakband staat met balpen geschreven: `schimmel'.

Naast de deur staat een wit muizenlokdoosje van Rentokill op de grond. In de volgende depotruimte heerst weer een ander probleem. Van der Laan: ,,We hebben een jaar of vijf geleden een grote mottenplaag gehad in het depot voor meubels en textiel.'' Met plastic schermen zijn compartimenten gemaakt om een nieuwe uitbraak in te perken. ,,Iemand houdt dagelijks de motten en andere insecten in de gaten.'' Ze wijst op het plafond. ,,Daar hebben we lekkage gehad.''

,,Dit is de A-collectie'', zegt Van der Laan in een grote zolder met opnieuw vele rekken vol schilderijen. Hier hangen oude meesters en Luceberts, Charley Toorops, Lucassen, Constants en andere Nederlandse groten van de twintigste eeuw. ,,Dit depot is wel geïsoleerd, maar de temperatuur schommelt, net als de luchtvochtigheid.''

Voor Van der Laan is het duidelijk, op deze manier bewaar je geen depotcollectie met een waarde van 160 miljoen euro. ,,Je had Rembrandt in Amsterdam en Vermeer in Delft, maar de meeste zeventiende-eeuwse schilders woonden in Haarlem. Gezien het belang van onze collectie verdienen we beter.'' Maar daarover beslist de eigenaar, de gemeente Haarlem. En die moet betalen.