Iraanse fans vinden hun sterren in Dubai

In Iran zelf met zijn islamitische wetten kunnen veel Iraanse popzangers niet optreden. Dus de fans nemen voor hun concerten het vliegtuig naar het nabijgelegen emiraat Dubai.

Het Iraanse publiek in het tennisstadion van het emiraat Dubai gilt als het Iraanse pop-duo Kamran & Hooman dansend het podium opkomt. De twee jonge zangers, woonachtig in de Verenigde Staten, zetten direct in met hun in Iran verboden hit: `Jij bent nummer 20!' wat zoiets betekent als `jij bent voor mij de beste'.

De circa 2.500 Iraanse toeschouwers zingen uit volle borst mee met het nummer. Verscheidene kraampjes verkopen alcoholische dranken, Iraanse dames in weinig verhullende kleding pakken hun partners bij de hand en oudere moeders met hoofddoekjes kijken tevreden vanaf de tribunes neer op de dansende menigte. Kaartjes zijn niet goedkoop, ongeveer 50 euro, maar het is de toeschouwers dubbel en dwars waard. ,,Zo zou Iran ook kunnen zijn'', roept Kouroush (32), een jonge zakenman die speciaal voor het concert de twee uur durende vlucht van Teheran naar Dubai heeft genomen.

,,We zijn zo dichtbij. Iran is slechts een vliegtuigticket hier vandaan'', kreunen Kamran en Hooman op het podium. Maar de islamitische republiek Iran is een wereld verwijderd van de vrijhaven die Dubai, onderdeel van de Verenigde Arabische Emiraten, de afgelopen jaren is geworden. Geen gestyleerde haar op hun popsterrenhoofd die eraan denkt om naar de Iraanse hoofdstad Teheran af te reizen.

Want `westerse' popmuziek, is verboden in het vaderland van Kamran en Hooman. Hoewel de muziek van de `Los Angelesi' zangers in Iran uit autoraampjes en woonhuizen klinkt, mag ze niet worden gedraaid op de staatsradio en televisie.

Sinds de islamitische revolutie van 1979 hebben vrijwel alle Iraanse zangers hun werk voortgezet in de hoofdstad van de Amerikaanse staat Californië. De Iraanse popscene daar is bloeiend. Er zijn tientallen Iraanse zangers die voornamelijk concerten geven voor de circa vier miljoen Iraniërs die buiten hun vaderland leven. In Iran komt hun muziek via internet en – formeel illegale maar informeel gedoogde – satelliettelevisiezenders bij luisteraars terecht.

De gevluchte zangers en hun Iraanse fans leven een geïsoleerd bestaan van elkaar. Aan de ene kant van de wereld produceren de zangers voor een virtueel publiek aan de andere kant van de wereld. Terugkeren naar Iran is erg moeilijk voor de artiesten. Een concert in het thuisland, waar islamitische wetten van kracht zijn, is ondenkbaar. Het is al een keer misgegaan. Drie jaar geleden keerde een dansleraar, Mohammad Khordadian, terug uit Los Angeles waar hij allerlei dans-instructievideo's had gemaakt. Khordadian werd maanden vastgehouden door de Iraanse rechterlijke macht en pakte na zijn vrijlating direct het vliegtuig naar Los Angeles terug. Met de verkiezing, afgelopen zomer, van de neo-conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad is Iran een nog onaantrekkelijkere bestemming geworden voor de Iraanse banneling-artiesten.

Dubai is een van de weinige plekken waar `Los Angelisi' zangers en Iraanse fans elkaar ongestoord kunnen ontmoeten onder het genot van een daar wel legaal alcoholisch drankje (althans voor buitenlanders, want staatsburgers van de Emiraten mogen niet drinken). Het is dichtbij Iran, visa zijn makkelijk te verkrijgen en er zijn geen religieuze wetten die concerten verbieden. ,,Dubai is het ultieme weekenduitje voor Iraniërs geworden'', legt de Iraanse superster Mansour uit. In Iran is hij vooral bekend door zijn cd `Crazy', maar hij woont sinds 1985 in Los Angeles. ,,De Iraniërs komen hierheen om plezier te maken en dingen te doen die in Iran niet mogen'', zegt hij. Sinds vier jaar treedt de zanger op in Dubai. Het is nu een van zijn belangrijkste bestemmingen, vertelt Mansour, die ook vaak in Amsterdam optreedt voor de Iraanse diaspora. ,,De Emiraten doen er alles aan om het de Iraniërs op vakantie naar de zin te maken. Dubai is nu de hoofdstad van entertainment in het Midden-Oosten.''

De Iraniërs reizen niet alleen voor concerten van hun eigen zangers. Toen de Nederlandse DJ Tiësto er in september een optreden gaf, zaten alle 12 dagelijkse vluchten vanuit Teheran een week vol met concertgangers. Verscheidene reisbureaus in Iran hadden zelfs speciale `Tiësto-tours' georganiseerd naar het evenement dat door bierbrouwer Heineken werd gesponsord.

Mansour vaart wel bij de nieuwe markt. Met een grote zonnebril op zit hij op een terras nabij het strand. Twee Iraanse vrouwen die langslopen in strakke leggings, barsten in gillen uit als ze de ster herkennen. ,,In Dubai hou ik het contact met mijn fans'', zegt hij nadat de vrouwen zijn bijgekomen. Ook al woont Mansour allang in de Verenigde Staten, ,,in gedachten'' is hij nog steeds in Iran. ,,Ik zal er niet snel heengaan. Ik ben een zanger van na de revolutie (1979). Voor mij is deze scheiding van mijn fans iets wat altijd zo is geweest. Ik ben eraan gewend. Voor oudere zangers is het moeilijker.''

Ook de belangrijkste Perzische muziekzender PMC van de Persian Media Cooperation is in Dubai neergestreken. De Iraans-Nederlandse eigenaar Mehrdad Kia heeft het eerst in Amsterdam geprobeerd, maar Dubai was veel goedkoper dan Nederland.

,,Hier betaal ik geen belasting'', verklaart Kia. Zijn zender is illegaal in Iran, maar veel meer dan sporadisch storen van de videoclips kunnen de Iraanse autoriteiten niet doen tegen PMC. ,,Om hun wat tegemoet te komen zenden we niet uit op belangrijke religieuze feestdagen'', zegt Kia. ,,Maar ik laat op andere dagen net zo makkelijk rapper `50 Cents' zien met vrouwen in bikini's om zich heen.''

Volgens Kia kleven er nadelen aan Dubai, zoals de zomerhitte, maar is zijn geografische nabijheid belangrijker. ,,Hier ontwikkel ik mijn volgende plannen voor het land. Zo wil ik binnenkort een roddelmagazine op gaan zetten, dat dan hier verspreid kan worden, dan vindt het vast wel zijn weg naar Teheran. Net als de muziek.''

www.mansourmusic.com

www.pmc.tv