Grappige en melige kwajongensstreken

In het halfduister doemt een figuur met een cowboyhoed op, die in nep-Texaans begint te vertellen over een tijd waarin het maken van grappen verboden was – en dat er toen drie dappere jongens (,,them three boys'') waren die zich daar niets van aantrokken. Dat moeten Bor Rooyackers en de broers Wart en Tim Kamps zijn, wier vierde theaterprogramma wederom een aaneenschakeling is van slapstick-achtige sketches en geacteerde gekte. En daar zijn ze al, drie musketiertjes die in een piepklein, koddig ogend autootje het toneel op komen rijden.

Rooyackers, Kamps & Kamps spelen een reeks komische flashbacks (en één flashback in een flashback), een zot scènetje over een ,,zoektocht in de Japanse hooglanden naar de essentie van cabaret'', een bezienswaardig nummer met zang van dwaze dieren die uit de Muppet-show afkomstig lijken, een soort Hans Klok met onzichtbaar bedoelde assistenten die zichtbaar zijn, een opzettelijk slecht stukje agitprop-cabaret (,,u zou zich dood moeten schamen, dank u wel'') en soortgelijk strooigoed.

Het is niet allemaal even raak, en het is soms ook wel wat melig, vooral als er publieksparticipatie aan te pas komt.

Maar meestal vind ik het nogal grappig wat dit drietal uithaalt, en vaak is hun onschuldige fysionomie heel mooi in strijd met hun kwajongensstreken. Al valt het ten slotte wel een beetje tegen dat dat verhaal over die drie dappere jongens eigenlijk helemaal niet wordt verteld. Het was alleen maar een excuus om met de voorstelling te beginnen.

Voorstelling: Rooyackers, Kamps & Kamps 4. Gezien: 28/11 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 20/5. Inl. 020-6164004, www.cabaretsex.nl