`Er is een overwaardering van mannelijke aspecten'

Oud-vakbondsvoorzitter Lodewijk de Waal trekt weer ten strijde. Dit keer tegen de manier waarop het marktdenken de discussies over lonen domineert.

Niet de productiviteit van werknemers moet de enige maatstaf voor het loon zijn. Ook de mate waarin het werk aan een menselijker samenleving bijdraagt zou mee moeten tellen. Het is oud-FNV-voorzitter Lodewijk de Waal nooit gelukt om dit als vakbondsleider te bewerkstelligen. Maar morgen in de Amsterdamse Rode Hoed gaat hij ervoor pleiten als hij de Socrates-lezing houdt voor de Humanistische Alliantie. Wat De Waal betreft zijn de verschillen tussen de hoogste en laagste inkomens te groot geworden, óók in de publieke sector. De Sociaal-Economische Raad zou zich fundamenteel moeten bezinnen op een redelijke inkomensverdeling; een van de drie doelstellingen van deze belangrijke adviescommissie.

Is het wel realistisch om iets anders dan economisch nut te belonen?

,,Er zullen mensen zijn die zeggen: dit is utopisch. Ik zeg het expres zwart-wit, omdat marktwerking nu het enige is dat lijkt te tellen. De maatschappelijke waarde van functies moet meer meetellen in de beloning van functies. CAO-lonen worden nu bepaald door functies op te splitsen in allerlei elementen (fysieke belasting, leidinggevende verantwoordelijkheid, etcetera). Aan die elementen worden punten toegekend, en het totaal aantal punten bepaalt de rangorde van de functies. Daar worden vervolgens lonen aan gekoppeld.

,,Over die waardering van de elementen kan je een discussie voeren. Nu wordt de zorg voor kapitaalgoederen hoger gewaardeerd dan de zorg voor mensen. Een beroemd voorbeeld is dat een parkeerwachter meer betaald krijgt dan een crècheleidster. Er zou meer waardering moeten zijn voor de bijdrage van bepaalde functies aan een prettige, humane samenleving. Oude vooroordelen in die functiewaardering moeten opnieuw worden bekeken. Er is een overwaardering van mannelijke aspecten, zoals verantwoordelijkheid en afbreukrisico. Functies die in hoofdzaak door vrouwen worden uitgevoerd, zoals in de zorg, worden lager gewaardeerd.''

Is dat niet omdat zieken en bejaarden kostenposten en geen productiefactoren zijn?

,,Dat is een absoluut verkeerde manier van denken. Die lonen worden besteed aan het welzijn van mensen. En daar is geld uiteindelijk toch voor bedoeld, voor het welzijn van mensen.''

De vakbonden spelen toch een grote rol bij die functiewaarderingen?

,,Ja, en we hebben ook wel geprobeerd dat aan te passen. In de jaren tachtig was er veel discussie over, maar nu helemaal niet meer. Het marktdenken heeft gewonnen. Bovendien stuiten wijzigingen van het systeem op massief verzet van de dienstverleners die de functiewaarderingen uitvoeren, bureaus als Hay en Berenschot.''

Spelen deze bureaus ook een rol bij het stijgen van de topinkomens?

,,Ja, en met schaarste als argument. Ze vergelijken salarissen van mensen in dezelfde `arbeidsmarkt', maar Hay creëert arbeidsmarkten die er niet zijn. Ze vergelijken mensen die niet uitwisselbaar zijn. De werking van de vrije markt moet hier gecorrigeerd worden, zoals gebruikelijk als er ongewenste maatschappelijke effecten optreden. Bestuurders doen vaak of de hoge beloningen ze een beetje overkomen. Maar een vorm van hebzucht speelt een rol, en rangorde; wie verdient het meest.

,,Er zouden niet te grote verschillen moeten bestaan. Een verhouding van 1:10 tussen modaal en de top, soit, maar een verhouding van 1 op 100, daarmee zeg je dat jouw werk 100 keer meer waard is. Dat kan niet.''

Zouden de salarissen in de publieke sector dan moeten worden afgestemd op lonen in de private sector, zoals de commissie-Dijkstal bepleit?

,,Nee, daarmee trek je de verkeerde mensen. Mensen die het voor het geld doen. Als je de publieke zaak wil dienen, moet je accepteren dat daar een lager salaris bij hoort. Ik vind ook om andere redenen verdedigbaar dat de bovengrens voor werknemers in de publieke en semi-publieke sector lager ligt dan in de private sector. Overheidsinstellingen zijn monopolisten, en de ontevreden burger kan niet ergens anders heen. Bovendien worden deze mensen betaald uit het belastinggeld van mensen die vaak minder verdienen. Ik vind dat het sociaal minimum en de topsalarissen in de overheid gekoppeld moeten worden: die mogen maximaal bijvoorbeeld tien keer zo hoog zijn als het sociaal minimum.''