Diplomatiek alarm

Het schimmenspel over al dan niet vermeende CIA-gevangenissen in Europa en geheime vliegtuigtransporten met terrorismeverdachten begint verontrustende vormen aan te nemen. Verontrustend in die zin dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de feiten. Dat valt in de eerste plaats de Amerikanen te verwijten. Washington wacht te lang met het verschaffen van helderheid over een in wezen simpele vraag: kloppen de geruchten over de transporten en de geheime detentiekampen?

Hoe langer de Verenigde Staten met een antwoord wachten, hoe groter de onrust en de ongerustheid. Maar Europa en de EU-lidstaten gaan ook niet vrijuit. De onbevestigde berichten zijn zo ernstig en hardnekkig van aard, dat ze zowel een gecoördineerd optreden rechtvaardigen als een onderzoek door de afzonderlijke lidstaten. Allerwegen is nader onderzoek aangekondigd. De Nederlandse minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) dreigde vorige week met gevolgen voor de militaire bijdrage van ons land aan Afghanistan als zou blijken dat de VS clandestiene operaties uitvoeren. Het klonk ferm, maar waarom duurt het zo lang voordat het kabinet precies kan zeggen wat een vermoedelijk Amerikaans vliegtuig rond 16 november op Schiphol te zoeken had, een `ongeregelde vlucht' waarover kennelijk niemand iets kwijt wil. De lucht is weliswaar (deels) vrij, maar dat betekent niet dat alles zonder meer moet worden toegestaan.

Europees commissaris Frattini (Justitie, Vrijheid en Veiligheid) deed er eergisteren met een stevig dreigement nog een schep bovenop. Hij zei dat lidstaten van de Europese Unie die in het geheim onderdak bieden aan CIA-kampen, tijdelijk hun stemrecht in de EU kunnen verliezen. Dat is een verregaande maatregel. Het zou ook een novum zijn, en gezien de unanimiteit die zo'n sanctie vereist, valt het in het verdeelde Europa te betwijfelen of het er ooit van komt. Maar Frattini heeft een sterk punt: er kan wel degelijk sprake van zijn dat een land dat geheime kampementen op zijn grondgebied tolereert, de mensenrechten en de uitgangspunten van de rechtsstaat schendt. Als dat gebeurt zijn strafmaatregelen gerechtvaardigd.

Het geheimzinnige gedoe, het gebrek aan duidelijkheid, aangekondigde onderzoeken en dreigende maatregelen – dit alles maakt dat de band tussen Europa en de Verenigde Staten weer eens flink onder druk komt te staan. Dat is ongewenst. Het brengt het gemeenschappelijk doel – effectieve, waar mogelijk gemeenschappelijke terreurbestrijding – in gevaar. Het kan overigens heel goed zijn dat van `gezamenlijke strijd' nauwelijks sprake is door verschillen in visie en aanpak. Maar dat dient dan ook te worden gezegd.

Vriendschappelijke mogendheden moeten de ruimte hebben om binnen hun relatie bepaalde vertrouwenszaken te regelen. Die ruimte is er in de Amerikaans-Europese verhouding altijd geweest. Het is mogelijk dat onder het mom van strijd tegen het terrorisme de normen worden `opgerekt' en dat van een vertrouwensrelatie misbruik wordt gemaakt. Dit is een heilloos pad, en reden voor groot diplomatiek alarm. Het woord is nu allereerst aan Washington.