De tragiek van een gewone dag in `People's Poland'

Heeft ze eendjes op haar pyjama? Of zijn het bloemen? Hoe dan ook, Leila Khaled is volkomen ongevaarlijk, dat zie je zo. Ze loopt tegen de zestig nu en een flinke buik duwt haar pyjamabloes bol terwijl ze de kamer aan kant maakt.

Leila Khaled was de eerste vrouwelijke vliegtuigkaper. De eerste vrouw, en een heel mooie ook nog, die in een toestel vol onschuldige burgers de pin uit een handgranaat trok. Dat was in 1969. Toen wilde ze Palestina bevrijden van de Israëlische overheersing, en dat wil ze nog steeds, getuige de documentaire van Lina Makboul. Maar wat een verschil. Toen boezemde Leila Khaled angst en ontzag in. Nu is ze, ondanks haar ongeknakte strijdlust, eerder vertederend, soms op het lachwekkende af. Een terroriste met een stofzuiger.

Diezelfde sensatie is voelbaar als een Duitse ex-terrorist over een hek klimt met een vaatje veevoer voor zijn koeien in de film De Terrorist Hans-Joachim Klein. Klein is nu een vredige boer in Frankrijk, dertig jaar geleden gijzelde hij de olieministers van de OPEC-landen in Wenen, waarbij drie mensen omkwamen. Zaal vertederd. Ach gut, hij met z'n koeien.

Gaat straks ook een journalist op bezoek bij Osama bin Laden, als de jihad achter de rug is en de wereld weer doordraait? Zien we de grote boze dan redderen met een emmertje sop in een doorzonwoning in Almere? Verzacht de tijd?

Er zijn altijd veel historische documentaires op het International Documentary Filmfestival Amsterdam. Oorlogen van vroeger, oude misdaden, familiegeschiedenissen. Wat de afgelopen week opviel, was het veelvuldige gegrinnik in de zaal bij historische beelden. Dat wil zeggen: bij historische beelden die niet onmiddellijk als Heel Ernstig moeten worden opgevat.

Elke IDFA-editie heeft weer nieuwe documentaires over de jodenvernietiging en andere historische massamoorden. Daar blijft elke zaal muisstil bij zitten, zelfs als het een `filmessay' als The Anatomy of Evil betreft, van de onbedoeld koddige Noor Ove Nyholm. Hij was op zoek naar `harteloosheid'. Daar wilde hij wel eens oog in oog mee staan, om te zien waar de slechtheid van massamoordenaars uit bestond.

Een heel interessant uitgangspunt, en ook de interviews met Servische paramilitairen en oud-SS'ers waren schokkend genoeg. Maar om dan jezelf in de auto te filmen met peinzende blik, terwijl je commentaarstem filosofeert over de dingen die je eigenlijk aan die moordenaars had moeten voorleggen – dáár had de zaal van mij wel om mogen lachen.

Maar nee, ze lachten liever om de zachtmoedige tragiek van One Day in People's Poland. Regisseur Maciej J. Drygas heeft een briljant idee nauwgezet en esthetisch uitgewerkt. Hij koos een doodgewone dag in 1962 om te laten zien hoe de routine in een Volksrepubliek was. In archieven verzamelde hij documenten van politie, winkeliers, censoren, de vrouw van een gevangene, inspecteurs en wie verder nog op die ene 27 september een pen op papier zette. Hij zette er beelden onder uit het begin van de jaren zestig, beelden die passen bij wat wordt voorgelezen. Soms is het de beschrijving van een observatie van een verdacht persoon. Soms is het een proces-verbaal, liefst eentje waarin anti-communistische activiteiten worden beschreven. Een winkeljuffrouw klaagt over het feit dat haar nieuwe nylon bh's in beslag zijn genomen door de winkelinspectie. Een vrouw stuurt haar smeekbede naar een radiostation: ze heeft haar zieke zoon vlees gegeven van een collectieve kudde en nu moet ze naar de gevangenis, maar wat moet er dan van haar zes kinderen worden?

Een zakelijke stem leest het proces-verbaal voor van de arrestatie van een dronken man die `Wurg alle communisten' brulde in de tram. Schaterlachen in de zaal. Alsof het een toneelstukje was dat werd opgevoerd en mensen daarbij nooit echt de cel in hoefden. Alsof het niet tragisch is dat de ene helft van de bevolking de andere helft bespiedde en dat allemaal vastlegde in zinloze protocollen – en dat over een veel langere periode dan die waarin de nazi's Duitsland in een politiestaat veranderden. Drygas heeft het opgediept en brengt zo een historische sensatie teweeg die niemand onberoerd kan laten.

Maar waarom lachten er dan zoveel mensen bij? Is het om wat ere-VVD'er Frits Bolkestein heeft gezegd: dat de misdaden van (communistisch) links niet zo zwaar zijn aangerekend als die van rechts? Dat je wel kunt lachen om een linkse ex-terrorist als hij vertelt hoe hij samen met Joschka Fischer de politie aftuigde en van haar wapenuitrusting beroofde, maar niet om die vrouw uit Mauthausen die met haar SS-man in het concentratiekamp trouwde, waarop haar tante zei dat ze nog nooit zo'n mooie bruiloft had gezien?

Of is het omdat we gewend zijn de wereld van vroeger onschuldiger voor te stellen dan die van ons, uitgezonderd dan de gebeurtenissen die we regelmatig als schrikbeeld voorgeschoteld krijgen. Geschiedenis, is al eens gezegd, is een vreemd land waar de mensen de dingen anders doen – misschien is dat de reden.

International Documentary Filmfestival Amsterdam t/m 4 december in verschillende bioscopen rond het Leidseplein.