De milde vorm van Everard

Everard van Dijk is 70 en hij zat in de beton- en staalconstructie. Hij heeft, zegt hij, het langst gewerkt bij Fluor, een ingenieursbureau in de petrochemie: eenentwintigeneenhalf jaar. Dus let op – als iemand de jaren zo nauwkeurig telt, is er meestal wat aan de hand.

Na de ambachtsschool (timmeren) deed hij een opleiding aan de MTS (bouwkunde); dat was aanpoten. Net in het jaar dat hij examen deed, werd de MTS opgewaardeerd tot HTS. Daarna de praktijk in, en de ene cursus na de andere. ,,Ik was gehecht aan dat werk, ik ben een echte techneut.''

Samen met Mieke, die pas 63 is, woont hij aan de rand van de stad. Buiten ligt de polder, binnen staat een ingelijste foto van een soort torenflat in aanbouw: de flexikoker van Esso in Europoort, een installatie voor de verwerking van zware oliën. ,,Deze toren'', zegt hij, ,,is net zo hoog als de Grote Kerk in Haarlem. In feite is het een vat met pijpen eraan. Op diverse niveaus komen er bruikbare vloeistoffen uit. Daarom moet dat zo stijf mogelijk zijn. Hier heb ik maanden aan zitten rekenen. Trek- en drukkrachten en de bijbehorende spanningen.''

,,Is dat niet saai?''

,,Tachtig procent van het werk is saai, twintig procent is leuk. Dít was leuk. Het leukste was het om de bouw op te gaan en problemen ter plaatse te bekijken, te bespreken en op te lossen. Dan zág je ook wat je tot stand bracht.''

,,Wanneer was dit?''

,,In 1980 ongeveer.''

,,En dit staat er nog?''

,,Vast wel. Ja, anders had je het wel gehoord.''

Eerst deed je al dat werk met de rekenliniaal, daarna op de computer en tegenwoordig wordt het uitbesteed in Polen of India. In 1995, toen hij 60 was, kreeg Everard een WW-plusregeling aangeboden. Hij moest vrijwillig vertrekken. En als bepaalde politici nu verkondigen dat mensen langer moeten blijven werken, denkt hij: maak dat eerst de top van het bedrijfsleven maar eens wijs.

De ontdekking dat pensioen iets anders is dan een eindeloos opgerekte vakantie (al is het maar omdat je vrouw haar eigen bezigheden en routine blijkt te hebben), het gevoel dat je spijbelt als je op een doordeweekse dag gaat wandelen, het mijden van plekken in de stad waar je oud-collega's zich tussen de middag vertreden – zoals hij het vertelt, klinkt het allemaal betrekkelijk onschuldig.

Dan zegt Mieke tegen hem: ,,Je vond het verschríkkelijk dat je moest stoppen; je hebt je wel twee jaar ongelukkig gevoeld.'' En tegen mij: ,,Toen was hij echt een beetje opstandig. Hij krijgt nu een hormoonkuur en dat maakt hem wat zachter.''

Zoals zijn leven toen om het werk draaide, zo draait het nu om de kleinkinderen. Daar zijn er twee van: Daphne van vijf en Bram van twee. Ze wonen in Wassenaar. Hun moeder werkt in een IT-bedrijf, hun vader is butler bij de Japanse ambassade. De woensdagen nemen opa en oma voor hun rekening. ,,De kleinkinderen zijn prioriteit nummer 1.''

,,En u bemoeit zich meer met hen dan u zich indertijd met uw eigen kinderen bemoeide'', opper ik.

Everard: ,,Indertijd kwam je uit het werk, je was moe... aan tafel maakte je wel eens een opmerking over of tegen de kinderen, en dat kwam je vrouw dan weer niet altijd uit.''

Mieke: ,,Met je kleinkinderen beleef je meer de gezellige kant. Je zorgt voor ze, maar je hoeft ze niet op te voeden.''

Everard: ,,Je kunt de plezierige opa zijn.''

Bram, de jongste, heeft het syndroom van Down.

Everard: ,,Ik was erbij toen hij geboren werd... ik was zelf net bestraald voor prostaatkanker... de arts zegt: syndroom van Down – dan ben je honderd procent kapot. Maar dat jongetje gaat je herkennen, dat jongetje komt naar je toe – en dan sta je honderd procent open.''

Ja, daar passeerde het woord prostaatkanker, nadat eerder al het woord hormoonkuur was gepasseerd.

Everard: ,,In 1996 ben ik aan een vergrote prostaat geopereerd. Het weefsel is toen onderzocht en dat heette goed te zijn. Maar ik had onder controle moeten blijven en dat is niet gebeurd.''

,,Foutje van het ziekenhuis'', suggereer ik.

Hij: ,,Dat is een mísverstand geweest – tussen de uroloog en de huisarts, tussen de artsenwereld en mij.''

Mieke: ,,Dat zou hij twee jaar geleden ook heel anders verteld hebben, veel meer zwart-wit. Die hormonen maken hem milder, ze halen zijn gevoelige kant naar voren.''

In 2002: gordelroos en een akelig kuchje; bloedonderzoek, PSA (Prostate Specific Antigen) veel te hoog. Bestraling inmiddels achter de rug, hormooninjecties lopen nog. De prognose is nu goed.

En hij heeft een oude hobby weer opgenomen. Hij houdt vogels. Rond de Japanse nachtegaal heeft hij een kleine collectie vruchten- en insecteneters opgebouwd. Er zijn er niet veel in Nederland die voor dit specialisme kiezen. ,,Onze vereniging heeft ongeveer 500 leden. We hebben jaarlijks een tentoonstelling in Waalwijk en dan maak ik, met behulp van de computer, de plattegrond – daar ben je techneut voor.''

Vogels in de binnenvolière op zolder, vogels in de buitenvolière in de tuin. Voor mij is een roodborstachtige uitvoering van de zanglijster werkelijk een openbaring.

,,Vindt u het vervelend'', vraag ik na een tijdje, ,,dat die medicijnen u veranderd hebben?''

,,Nee'', zegt hij. ,,Volgens Mieke ben ik er niet slechter van geworden. Nee. Maar het is net of je tráger wordt. Dat gevóél heb ik, en dat hindert me, vooral met bridgen.''

`Wat ouder' is een serie gesprekken met mensen van zeventig.