Besmeurd

Als ik over het Merwedeplein in de Amsterdamse Rivierenbuurt loop, kijk ik altijd even naar het beeld van Anne Frank dat afgelopen juli in het plantsoen werd opgericht. Het is goed dat ze daar staat.

Zo ook gisteren. Stond ze er nog? Natuurlijk stond ze er nog, maar wat deed dat witte bordje daar tegen het beeld? Ik liep over het natte gras en las: ,,Het beeld is met verf besmeurd! Wilt u alstublieft op geen enkele wijze het beeld of de sokkel proberen schoon te maken!'' Was ondertekend, inclusief telefoonnummer, door Gert-Jan Jimmink, destijds de initiatiefnemer van de oprichting van het beeld.

Nu pas, van dichtbij, zag ik het: hier en daar zaten op beeld en sokkel sporen van roze verf. Het jurkje aan de voorzijde vertoonde de meeste verfresten.

Ik belde ter plekke Jimmink en hoorde de details. Het beeld was vorige week, in de nacht van vrijdag op zaterdag, volledig overgoten met verf. Een burger had het inmiddels grotendeels schoongemaakt, een goedbedoelde, maar riskante activiteit omdat de bovenlaag erdoor beschadigd kan worden.

Minstens zo bedenkelijk was het feit dat diezelfde nacht even verderop, in het trapportaal van het vroegere woonhuis van Anne Frank op nummer 37, met grote roze letters het woord `Bitch' was neergekalkt.

Ik liep over het gras terug naar de stoep. Er stond een struise, oude vrouw die me onder haar grijze muts vorsend aankeek. ,,Is het niet vreselijk'', zei ze. ,,Dat ik die dingen nog moet meemaken. Ik woon al vanaf de oorlog in deze buurt, ik heb meegemaakt dat ze hier op 20 juni 1943 de joden weghaalden. Wie doet nou zoiets? Het zullen wel jongeren zijn die zich vervelen.''

Ze zette haar tas op de grond, want er was nóg een immateriële boodschap die ze me graag wilde meegeven. ,,Als je ook ziet door wie ze worden opgevoed'', zei ze bitter. ,,Er woont een leraar boven me. Hij verbouwt zijn huis. Dat gaat met zoveel geweld dat alles bij me begint te verzakken. Mijn deuren en ramen gaan niet meer open, mijn keuken heeft last van lekkages. Tot middernacht gaat hij door met rammen. Ik heb gevraagd of het niet wat minder kon. Nee, zei hij, ik heb die verdieping gekocht en zó wil ik het. Laatst heeft hij zijn vrouw van de trap gegooid, met een balk er achteraan.''

Dat hoorde misschien ook bij de verbouwing, het leek me geen man die van half werk hield.

,,Wilt u hier blijven wonen?'' vroeg ik.

Haar ogen lichtten op, voor het eerst. ,,Ik wacht op de Kalfjeslaan'', zei ze.

,,De Kalfjeslaan?''

,,Een mooi verzorgingshuis daar.''

We namen afscheid en ik wandelde naar nummer 37 – voor die andere roze verrassing. Helaas bleek de Hollandse schrobzucht ook hier al haar plicht te hebben gedaan. Van het woord `Bitch' restte nog alleen een grote, uitgebeten plek. Een buurman vertelde dat de wijkagent, hoewel ingelicht, zich nog niet had laten zien.

Er zijn ernstiger misdrijven, ik begrijp het, maar zo'n gecombineerde bekladding van `Anne Frank' heeft toch iets verontrustends. Er is misschien langer over nagedacht dan verveelde jongeren kunnen opbrengen.