Schadevergoeding bloedbad Suriname

Suriname zal ongeveer 130 nabestaanden van het bloedbad bij het plaatsje Moiwana in 1986, bijna drie miljoen dollar aan schadevergoeding uitkeren.

Bovendien zal de staat 1,2 miljoen dollar ter beschikking stellen voor de wederopbouw van het dorp. Ook zal Paramaribo zich sterk maken voor vervolging en berechting van de schuldigen en publiekelijk excuses aanbieden aan de nabestaanden van het bloedbad in Moiwana.

Daarmee geeft Suriname uitvoering aan een vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens in Costa Rica. Minister Santokhi (Justitie) benadrukte gisteren dat Suriname dat oordeel niet kan negeren omdat het land lid is van het inter-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en daarmee de jurisdictie van het hof onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd. Daarnaast ,,houdt Suriname het rechtsstaatprincipe hoog'', aldus Santokhi.

Het bloedbad bij Moiwana, in Oost-Suriname, vond plaats op het hoogtepunt van de zogenaamde `binnenlandse oorlog'. Daarbij streden rebellen onder leiding van Ronny Brunswijk tegen het Nationaal Leger waarvan Desi Bouterse bevelhebber was. Bij een actie van militairen werden in november 1986 zeker veertig mannen, vrouwen en kinderen uit het bosnegerdorpje om het leven gebracht. De moordpartij is door opeenvolgende Surinaamse regeringen nooit onderzocht. Ook zijn er geen juridische stappen ondernomen. Nabestaanden riepen via de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) de hulp in van het Hof in Costa Rica. Dat deed afgelopen zomer uitspraak.

Mensenrechteninstanties en de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) in Suriname pleiten al jaren voor onderzoek en berechting van de Moiwana-kwestie. Procureur-generaal Punwasi zei dat gisteren toe. Hij riep getuigen op zich te melden en vertelde dat er een speciale onderzoekscommissie is ingesteld die namens het openbaar ministerie de zaak gaat bekijken.

Het is voor de Surinaamse justitie de tweede grote mensenrechtenzaak uit de periode-Bouterse die onder de loep wordt genomen. Momenteel loopt er al een vervolging tegen verdachten van de `Decembermoorden', waarbij 15 tegenstanders van het Militair Gezag in 1982 standrechtelijk werden geëxecuteerd. Deze zaak komt na een langdurig gerechtelijk vooronderzoek naar verwachting begin 2006 voor de rechter.