Romige linzensoep met fazantenborst

Hierbij het tweede recept voor het laatste maar zeker niet minste deel van de fazant, de borsten. Doe de bouillon in een zware pan en breng op hoog vuur aan de kook. Doe zodra de bouillon kookt de wortel, bleekselderij, linzen, tijm, laurierbladen en wat zout en peper in de pan. Laat weer aan de kook komen. Draai het vuur laag en laat circa 30 minuten zachtjes koken tot de linzen en groenten volledig gaar zijn. Verwijder de tijm en laurierbladen. Pureer de soep in een blender en doe terug in de pan. Proef en breng op smaak met zout en peper. Schep er de slagroom door en houd warm op laag vuur.

Blancheer het stuk spek een minuut in een pan kokend water. Doe het spek anders in een magnetronschaal, dek af en zet 40 seconden in de magnetron op 100 procent. Neem het spek uit de pan of schaal, dep droog met keukenpapier en snijd het in kleine blokjes. (Door het spek eerst te blancheren en dan pas te bakken krijgt u mooie krokante spekjes.) Bak de blokjes spek krokant in een droge anti-aanbak koekenpan op matig vuur. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat ze op een met keukenpapier bekleed bord uitlekken. Houd warm in een lauwe oven. Bewaar het vet in de koekenpan.

Bestrooi de fazantenborsten met zout en peper. Verhit de boter in het uitgebakken vet in de koekenpan op een matig tot middelhoog vuur. Leg de fazantenborsten met de velkant onder in de pan en bak circa 2 tot 3 minuten tot het vel krokant is. Keer de borsten om, draai het vuur iets lager en bak de andere kant circa 2 minuten. Neem de borsten uit de pan en laat ze op keukenpapier uitlekken. Dek af met aluminiumfolie en laat circa 5 minuten rusten voor u ze in mooie dunne plakjes snijdt.

Verdeel de blokjes spek over 4 soepborden. Schep er de soep over en schik de plakjes fazantenborst iets overlappend in het midden. Garneer met de peterselie en dien op.

Morgen: mosselen.