Ouderen hebben geprofiteerd

De overheid moet een duidelijker armoedebeleid gaan voeren, zeggen SCP en CBS. En het moet niet gericht zijn op ouderen.

,,Armoede in de meest zichtbare vorm komt in Nederland nauwelijks meer voor'', erkennen de onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in hun vandaag verschenen Armoedemonitor 2005. Maar, zo vragen zij zich af, is de constatering dat Nederland niet op grote schaal geteisterd wordt door de ,,honger, epidemische ziekten, kindersterfte, bedelarij en landloperij'', voldoende om in het regeringsbeleid geen aandacht meer te besteden aan armoede? Nee, vinden zij. ,,De vraag of huishoudens beschikken over de zaken die in de huidige Nederlandse samenleving noodzakelijk zijn voor een aanvaardbaar bestaan, is onveranderd actueel, en verdient een explicieter beschouwing dan ze de laatste jaren heeft gekregen.''

In omfloerste bewoordingen oefenen SCP en CBS zo kritiek uit op het kabinet-Balkenende II. Hoewel de Armoedemonitor grotendeels bestaat uit kale cijfers over armoede, besteden zij in het laatste hoofdstuk ook aandacht aan de beleidsmatige context daarvan. Een korte evaluatie van de laatste tien jaar leert dat de paarse kabinetten een explicieter armoedebeleid voerden dan de kabinetten-Balkenende. Voor een deel door het voeren van inkomensbeleid, zoals belastingmaatregelen en verhogingen van de bijzondere bijstand, huursubsidie en kinderbijslag. Maar vooral door te proberen mensen te `activeren'. ,,Werk, werk, werk'' was het motto van toenmalig minister Melkert (PvdA) van Sociale Zaken.

De schrijvers van de Armoedemonitor oordelen ,,gematigd positief'' over het armoedebeleid in deze periode, met name over het inkomensbeleid. Het activeren van werklozen en mensen met een arbeidshandicap kwam minder goed van de grond.

Daarna nam de armoede weer toe. Voor een deel komt dat door de economische recessie, waardoor de werkloosheid en het aantal mensen dat afhankelijk is van een uitkering, toenamen. Maar een belangrijkere oorzaak is volgens de onderzoekers de verslechtering van de koopkracht in 2003 en dit jaar. Zij erkennen dat de armoedepercentages van de laatste jaren historisch gezien niet uitzonderlijk hoog zijn, en dat Nederland binnen de Europese Unie ook redelijk scoort. Dat maskeert volgens hen echter dat er tussen groepen grote verschillen zijn. Vooral ouderen hebben de laatste jaren geprofiteerd van het regeringsbeleid.

In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II uit 2003 stond geen expliciet armoedebeleid geformuleerd. Wel stond erin dat het kabinet de zogenoemde armoedeval wilde aanpakken, het verschijnsel dat werklozen en werkenden er financieel op achteruitgaan als zij aan het werk gaan of meer gaan werken, door het verlies aan inkomensafhankelijke regelingen zoals huursubsidie. De onderzoekers van het SCP en het CBS waarschuwen echter dat deze toespitsing van het armoedebeleid ,,niet verstandig'' is. Niet alleen speelt de armoedeval voor maar een deel van de huishoudens met een laag inkomen een rol, ook blijkt het verschijnsel minder effect dan altijd werd gedacht. Het leidt er niet noodzakelijk toe dat uitkeringsgerechtigden besluiten om dan maar géén baan te zoeken, zo is nu voor het eerst aangetoond.

Een andere waarschuwing betreft het nemen van generieke maatregelen voor ouderen. Deze groep profiteert nu al van een aantal belastingmaatregelen (de ouderenaftrek en de aanvullende ouderenaftrek) en daar komt volgend jaar nog de alleenstaandeouderenkorting bij. Het aandeel 65-plussers met een laag inkomen is echter al sterk gedaald, van 21 procent in 1995 naar 7 procent in 2003.

De afgelopen jaren zijn andere doelgroepen opgekomen, waar het armoedebeleid volgens de onderzoekers beter op gericht zou kunnen worden. Te denken valt aan mensen die in inkomen achteruitgaan door het strengere beleid in de sociale zekerheid, zoals arbeidsongeschikten. Ook eenoudergezinnen kunnen nog steeds extra aandacht gebruiken.

Een andere, belangrijke doelgroep vormen volgens de onderzoekers de allochtonen. Met name onder Somaliërs, Afghanen en Irakezen heerst veel armoede. Meer dan de helft van deze groepen heeft een laag inkomen. Het SCP voorspelt een verdere ,,etnisering van armoede'', en besluit: ,,Zeker in het licht van de etnische wrijving van de laatste jaren is dat geen aanlokkelijk perspectief.'' Het volgende kabinet is gewaarschuwd.