Meer en hogere claims in zwang

De Ahold-schikking past in een trend. Beleggers worden steeds enthousiaster om rommelende bedrijven aan te pakken, en schadeclaims worden hoger.

Bij bedrijfsschandalen geldt de aloude overweg-norm: wacht u tot de laatste claim betaald is, er kan nog een advocaat opduiken. Bijna drie jaar na de publicatie van het boekhoud- en fraudeschandaal bij Ahold, een voormalige beleggerslieveling, worden de bedragen van de schadeclaims duidelijker.

Ahold schikt de claims van boze beleggers op twee continenten voor bijna 1 miljard euro. Wie had zo hoog durven inzetten, toen het schandaal over opgeklopte omzetten bij Europese en Amerikaanse dochters en frauduleuze handelingen in Zuid-Amerika op 24 februari 2003 wereldkundig werd?

Maar sindsdien zijn de bedragen die met boekhoudschandalen gemoeid zijn, alleen maar omhooggeschoten, nationaal én internationaal. Philips kwam in 1998 nog weg met 10 miljoen gulden voor Nederlandse beleggers, uitvloeisel van een foutieve kwartaalwinstprognose van topman C. van der Klugt in 1991. Softwarebedrijf Baan betaalde in 2003 aan boze Amerikaanse beleggers 32,5 miljoen dollar. De verzekeringsmaatschappij keerde het geld uit in de nasleep van een affaire waarin bleek dat tussen de oprichters van het bedrijf, de gebroeders Baan, en het bedrijf zelf meer zakelijke relaties bestonden dan de beleggers wisten.

Daarna kwamen de grote Amerikaanse boekhoudschandalen tot uitbetaling. Enron. Worldcom. Deze twee gingen allebei na het boekhoudschandaal bankroet, en daar zijn het juist de banken, die lucratieve effectentransacties voor deze bedrijven begeleiden, die gedagvaard zijn en geschikt hebben. Alleen al ABN Amro legde dit jaar ruim 278 miljoen dollar op tafel om schadeclaims te schikken die samenhangen met de uitgifte van obligaties van het Amerikaanse telefoonbedrijf Worldcom.

En Nederland had, nog afgezien van Ahold, zijn eigen naslepen. De bouw- en installatiebedrijven schikten hun fraudezaken collectief voor samen zo'n 100 miljoen euro. De grootste collectieve rechtszaak van beleggers, de Legiolease-zaak, is dit jaar geschikt voor een bedrag van rond 1 miljard euro. Inzet van de zaak was foutieve voorlichting aan beleggers, die dachten dat zij aandelen huurden (`lease'), maar na de koersval op de beurzen in 2001 en 2002 ontdekten dat zij niet alleen met afgeprijsde effecten zaten, maar ook nog eens met een soms aanzienlijke schuld.

Het grootste deel van de schikking betaalde de Frans-Belgische bank Dexia, de eigenaar van Legiolease. Maar ook verzekeraar Aegon, de vorige eigenaar, moest betalen.

De stijgende schikkingsbedragen zijn niet alleen een afspiegeling van de hogere geleden schades, die weer samenhangen met de explosieve koerswinsten eind jaren negentig. Ook de groeiende animo van beleggers, en van hun advocaten, om dit soort zaken aan te pakken speelt een rol. Een van 's werelds grootste pensioenbeheerders, pensioenfonds ABP, voert zelfstandig in de Verenigde Staten rechtszaken tegen bedrijven die met boekhoudkundige onregelmatigheden beleggers hebben gedupeerd. En dat levert meestal wel een extra bedrag op.

Aan het front van de Nederlandse particuliere beleggers is het de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) die sinds de Philips-zaak diverse successen heeft geboekt. In de schikking met Ahold zit nu zelfs een bijdrage aan een aparte nieuwe stichting, die in de toekomst procedures kan voeren in nieuwe boekhoudaffaires.

Tot de zaken die nog lopen zijn de beursgang van internetbedrijf World Online (waar een schadebedrag van beleggers moet worden bepaald), het bankroet van KPNQwest (dat moet worden onderzocht door deskundigen) en de opgepompte olie- en gasreserves van Koninklijke/Shell.

Gaan de oplopende schikkingsbedragen ook gepaard met oplopend wantrouwen van het publiek tegenover ondernemingsbestuurders? De helft van het publiek is neutraal, ontdekte De Nederlandsche Bank vorige week in een groot onderzoek naar vertrouwen in de samenleving. Bijna één op de vijf Nederlanders is negatief, maar drie van de tien hebben een positief oordeel.