Liberalen moeten opening van (onderwijs)zaken geven

In Diever is het vast weer even idyllisch als vóór de liberale schoolstrijd die vorige week uitbrak, al zal dat misschien niet lang duren.

Maar waar ging het nu eigenlijk om? Het is goed om daar nog eens naar te kijken, afgaande op de uitspraken van Ayaan Hirsi Ali waarmee de brouille begon.

In die letterlijke uitspraken gaat het niet om het intrekken van staatssubsidie aan bijzondere scholen (het schrappen van het lid in wetsartikel 23 dat de gelijke financiering regelt), maar om het rechttoe rechtaan verbieden van bijzonder onderwijs als zodanig (het schrappen van het hele grondwetsartikel). In haar geruchtmakende interview voor het Jaarboek Parlementaire geschiedenis bepleit Hirsi Ali een algemeen ,,verbod op bijzondere scholen''. Het gaat haar dus niet om het geld, maar om het principe. Dat is logisch, want dit gevierde Kamerlid is een antireligieuze radicaal, die in hetzelfde interview zegt dat ze het intrekken van subsidie aan de SGP ziet als ,,een overwinning voor het seculiere deel van het volk''. De segregatie tussen autochtoon en allochtoon die zij wil bestrijden, wordt volgens haar veroorzaakt door ,,de vrijheid die ouders hebben om hun eigen scholen op te richten''. Die vrijheid zélf is het probleem, en die moet dus worden aangepakt.

Dat is een ongezouten principieel standpunt, dat eind 19de eeuw door liberalen werd uitgedragen, maar dat in het recente verleden vooral werd gehuldigd in linkse of communistische kring: alleen staatsonderwijs produceert mondige en moderne mensen. Het is een veel radicaler standpunt dan het pleiten voor afschaffen van de gelijke financiering van bijzondere scholen en daarmee voor een `markt' voor onderwijs waarop iedereen maar moet concurreren. In de VVD is dus inderdaad sprake van een ideële botsing. Tussen een radicaal liberalisme dat het vormen van seculiere staatsburgers in het vaandel draagt, desnoods ten koste van de vrijheid van diezelfde burgers (alles voor het goede doel), en aan de andere kant een conservatief liberalisme (met die typering van Wiegel had Hirsi Ali gelijk) dat particulier initiatief, keuzevrijheid van burgers en levensbeschouwelijk pluralisme benadrukt.

Wie daarin historisch of filosofisch het `ware' liberalisme vertegenwoordigt is een interessante maar vooral theoretische kwestie, die de VVD zelf maar moet uitzoeken. De notitie over inburgering van niet-westerse allochtonen die de partij eerder publiceerde, gaat filosofisch al de kant uit van Hirsi Ali: culturen die de autonomie van het individu niet erkennen, lezen we daarin, staan buiten `de morele waarheid'. Wie zo sterk overtuigd is van zijn morele gelijk, kijkt niet op een drastische maatregel meer of minder.

Veel belangrijker voor de huidige kwestie is de vraag wat precies de bedoeling is van het `moderne' kamp. Met andere woorden: wat is het plan, en heeft dat zin? Je kunt het bijzonder onderwijs afschaffen, maar als dat leidt tot een tweedeling zoals in Amerika, met armlastige (vaak zwarte) public schools en peperdure (witte) privé-scholen, zijn we juist verder van huis – zeker wat integratie betreft. Hirsi Ali's mening dat het bestaan van bijzondere scholen op zichzelf segregatie bevordert, wordt bovendien niet gestaafd door de feiten (op bijzondere scholen zit een even hoog percentage allochtonen).

Nu zal dat haar misschien niet uitmaken (want wat doen feiten ertoe, als het om de morele waarheid gaat?). Maar ze zou op zijn minst antwoord moeten geven op de vraag: wat moeten we doen om etnische of sociale tweedeling te voorkomen als we het bijzonder onderwijs eenmaal afschaffen? Er zijn ten minste twee opties: staatsonderwijs invoeren voor iedereen, en ook alle niet-religieuze bijzondere scholen verbieden. Wees consequent. Of: particuliere scholen blijven toestaan, maar het openbaar onderwijs kwalitatief zo opkrikken dat het op de onderwijsmarkt die dan ontstaat, behoorlijk kan meekomen. Daar hangt een prijskaartje aan, want dan hebben we het over een Deltaplan voor het openbaar onderwijs – na het studiehuis, de basisvorming, en al die andere ingrepen die er de laatste decennia doorheen daverden. Kortom, geachte radicale liberalen, wat is het plan?

Sjoerd de Jong is redacteur van NRC Handelsblad.